Honderd-dertien graden.--Overdenkingen van
den doctor.--Wanhopig zoeken.--De gaspijp
gaat uit.--Honderd-twee-en-twintig graden.--De
beschouwing der woestijn.--Eene wandeling in den
nacht.--Eenzaamheid.--Bezuinigings-ontwerpen van Joe.--Hij
wil nog een dag wachten.
De weg door den Victoria doorloopen bedroeg geen tien mijlen en
om zich op dezelfde hoogte te houden hadden zij 162 kubieke voet
gas verbruikt. Zaterdag morgen gaf de doctor het teeken tot het
vertrek. "De gaspijp kan nog slechts zes uren werken, als wij in
zes uren geen put of bron hebben gevonden, dan weet God alleen wat
er van ons zal worden."--"Er is dezen morgen weinig wind, meester,"
zeide Joe, "maar hij zal misschien opsteken," voegde hij er bij,
de kwalijk verborgen treurigheid van Ferguson ziende.
IJdele hoop! de lucht was volkomen helder, er heerschte eene van die
kalmten, die in de zeeën onder de keerkringen de schepen hardnekkig
doen stil liggen. De hitte werd ondraaglijk en de thermometer onder
de tent, teekende honderd-dertien graden Fahrenheit. Joe en Kennedy,
naast elkander uitgestrekt, zochten, zoo al niet in den slaap, dan ten
minste in de dommeling hun toestand te vergeten; hunne werkeloosheid
schonk hun een pijnlijken ledigen tijd. De kwellingen van den dorst
begonnen zich wreed te doen gevoelen; de brandewijn, wel verre van
in die dringende behoefte te voorzien, deed die nog toenemen en
verdiende wel den naam van "tijgermelk," dien de inboorlingen van
Afrika hem geven. Er bleef nauwelijks twee pint lauw vocht over;
ieder verslond met zijne blikken deze weinige kostbare druppels en
niemand durfde er zijne lippen mede bevochtigen. Twee pint water te
midden eener woestijn! Toen vroeg doctor Ferguson, verdiept in zijne
overdenkingen, zich af of hij verstandig had gehandeld. "Zou het
niet beter geweest zijn dit water te bewaren, dat hij te vergeefs had
ontleed om zich in den dampkring staande te houden? Hij had een weinig
wegs afgelegd, maar was hij daarom meer gevorderd? Al bevond hij zich
zestig mijlen achterwaarts onder deze breedte, wat kwam dat er op aan,
dewijl het water hem hier ontbrak? De wind, als hij eindelijk opstak,
zou ginds even als hier blazen, hier zelfs minder snel, als hij uit
het oosten kwam! Maar de hoop dreef hem voorwaarts! En echter waren
deze twee gallons water, die te vergeefs verspild waren, voldoende
voor negen dagen oponthoud in deze woestijn. Welke verandering
kon er in die negen dagen plaats hebben! Misschien ook had hij,
dit water behoudende, moeten stijgen door ballast uit te werpen,
met het vooruitzicht gas te verliezen om weder te dalen. Maar het
gas van den ballon was zijn bloed, zijn leven!" Deze overdenkingen
doorkruisten zijn hoofd, dat hij in de handen hield en uren lang
hief hij het niet op.--"Wij moeten eene laatste poging doen," zeide
hij tot zich zelven, omtrent 10 uur 's morgens, "wij moeten voor de
laatste maal een stroom in den dampkring pogen te ontdekken, die ons
medevoert, wij moeten onze laatste hulpbronnen wagen." En terwijl
zijne reisgezellen sluimerden bracht hij het waterstofgas van den
luchtballon op eene hooge temperatuur; deze zette zich uit en steeg
rechtstandig. De doctor zocht vergeefs een koeltje van 100 tot op
5000 voet hoogte, zijn punt van uitgang bleef steeds onder hem, eene
volstrekte windstilte scheen tot de laatste grenzen der inadembare
lucht te heerschen. Eindelijk was het water voor het gas bestemd op,
de gasvlam ging uit, uit gebrek aan gas, de Bunsensche batterij hield
op te werken en de Victoria zich inkrimpende, daalde zachtjes op het
zand neder op dezelfde plaats vanwaar het schuitje was opgestegen. Het
was middag, men was op 19° 35' lengte en 6° 57' breedte, ongeveer 500
mijlen van het meer Tchad, op meer dan 400 mijlen van de westelijke
kusten van Afrika. Op de aarde komende ontwaakten Dick en Joe uit
hunne diepe verdooving. "Wij staan stil," zeide de Schot.--"Het moet,"
zeide Samuel op ernstigen toon.--Zijne reisgezellen begrepen hem. De
grond was toen gelijk met de oppervlakte der zee, en de ballon bleef
in volmaakt evenwicht en volstrekt onbeweeglijk. Het gewicht der
reizigers werd vervangen door een gelijk gewicht zand en zij zetten
voet op de aarde; ieder verdiepte zich in zijne gedachten en uren lang
spraken zij niet. Joe bereidde het avondmaal, bestaande uit beschuiten
en pemmican, waaraan men nauwelijks raakte, een mondvol heet water
voltooide dit treurige maal. Gedurende den nacht waakte niemand, maar
niemand sliep, de hitte was verstikkend. Des anderen daags bleef er
slechts eene halve pint water over; de doctor besloot daarvan slechts
in den uitersten nood gebruik te maken.--"Ik stik," riep Joe weldra
uit, "de hitte verdubbelt. Dat verwondert mij niet," zeide hij na den
thermometer te hebben geraadpleegd, "honderd-veertig graden!"--"Het
zand brandt alsof het uit een oven kwam," antwoordde de jager. "En
geene enkele wolk aan den hemel die als in vuur staat. Het is om gek
te worden."--"Laat ons niet wanhopen," antwoordde de doctor, "op deze
groote hitte volgt meest altijd onder deze breedte een onweder; het
komt met de snelheid des bliksems en ondanks de drukkende helderheid
des hemels kan er in minder dan een uur eene groote verandering
plaats hebben"--"Maar," zeide Kennedy, "dan zou er toch eenig teeken
zijn."--"Welnu," zeide de doctor, "het komt mij voor dat de barometer
eene lichte neiging heeft om te dalen."--"De hemel verhoore u, Samuel,
want hier zijn wij aan den grond genageld als een vogel wiens vleugels
verbrijzeld zijn."--"Met dit onderscheid evenwel, mijn waarde Dick,
dat onze vleugels ongeschonden zijn en ik hoop er mij nog wel van
te bedienen."--"Ha! wind! wind!" riep Joe uit. "Nu kunnen wij ons
naar eene beek, een put begeven en ons zal niets ontbreken, onze
levensmiddelen zijn voldoende en met water zouden wij eene maand
wachten zonder te lijden. Maar de dorst is iets akeligs." De dorst
niet alleen, maar ook de onophoudelijke beschouwing van de woestijn
vermoeide den geest; er was geene oneffenheid in den grond, geen
bergje van zand, geen keisteen om den blik er op te vestigen. Deze
effenheid walgde en veroorzaakte dat onaangename gevoel dat men ziekte
der woestijn noemt. De strakheid van dezen brandenden blauwen hemel
en van dit onmetelijke gele zand verschrikte hem. In dezen brandenden
dampkring scheen de hitte te trillen als boven een brandenden haard;
de geest werd wanhopig door deze kalmte te aanschouwen en zag geene
enkele reden, waarom een zoodanige staat van zaken zou ophouden, want
deze onmetelijkheid is eene soort van eeuwigheid. Ook begonnen de
ongelukkigen onder deze verschroeiende temperatuur de verschijnselen
van zinsbedrog waar te nemen; hunne oogen werden wijder, hun
blik verward. Toen de nacht gekomen was besloot de doctor deze
verontrustende geneigdheid te bestrijden door een snellen loop;
hij wilde deze zandvlakte eenige uren lang doorloopen, niet om te
zoeken, maar om te loopen. "Komt," zeide hij tot zijn gezellen,
"gelooft mij, dat zal u goed doen."--"Onmogelijk," zeide Kennedy,
"ik zou geen stap kunnen doen."--"Ik wil nog liever slapen," zeide
Joe.--"De slaap en de rust zullen u noodlottig zijn, mijne vrienden,
verzet u tegen deze verdooving, komt."
De doctor kon van hen niets verkrijgen en hij vertrok alleen in den
helderen nacht. Zijne eerste schreden waren moeielijk, als van iemand
die verzwakt en het loopen ontwend is, maar hij merkte weldra dat
die oefening hem heilzaam zou zijn en hij ging verscheidene mijlen
westwaarts en zijn geest werd weder kalm, toen hij plotseling duizelig
werd, hij meende aan den rand van een afgrond te zijn, hij voelde zijn
knieën knikken, deze uitgestrekte woestijn verschrikte hem, hij was
het wiskundige punt, het middelpunt van een oneindig grooten cirkel,
dat is: niets! De Victoria verdween geheel in de schaduw. De doctor
werd door eene onoverwinnelijke vrees bevangen, hij, de bedaarde en
stoutmoedige reiziger! Hij wilde op zijne schreden terugkeeren, maar
te vergeefs, hij riep! er was zelfs geene echo om hem te antwoorden
en zijne stem ging in de ruimte verloren even als een steen in een
bodemloozen kolk.... Hij ging afgemat op het zand liggen, alleen--te
midden der groote stilte van de woestijn.
Te middernacht kwam hij tot zich zelven in de armen van zijn getrouwen
Joe; deze, ongerust over de lange afwezigheid van zijn meester,
had zijne voetstappen gevolgd, die in het zand zichtbaar waren,
en had hem bezwijmd gevonden.--"Wat scheelt er aan, meester?" vroeg
hij.--"Het zal niets te beduiden hebben, mijn brave Joe, een oogenblik
van zwakte, dat is alles."--"Het zal inderdaad niets zijn, mijnheer,
maar sta op, steun op mij en laat ons teruggaan naar de Victoria."
De doctor op Joe steunende, sloeg den weg in, dien hij zoo even gevolgd
had.--"Het was onvoorzichtig, mijnheer, men waagt zich zoo niet. Gij
zoudt beroofd hebben kunnen worden," voegde hij er lachende bij.--"Laat
ons ernstig spreken."--"Spreek, ik hoor u."--"Wij moeten volstrekt een
besluit nemen. Onze toestand kan geene dagen meer duren en als er geen
wind komt, zijn wij verloren."--De doctor antwoordde niet.--"Welnu! een
van ons moet zich opofferen voor allen, en het is natuurlijk, dat ik
het zijn zal."--"Wat wilt gij zeggen? Wat is uw voornemen?"--"Zeer
eenvoudig: levensmiddelen medenemen en altijd vooruit loopen totdat
ik ergens aankom, dat kan niet missen. Als in dien tijd de hemel
u een gunstigen wind toezendt, zult gij niet wachten, gij zult
vertrekken. Van mijne zijde, als ik aan een dorp kom, zal ik mij wel
uit den brand helpen met eenige woorden Arabisch, die gij mij zult
opschrijven en ik zal u hulp brengen of het leven verliezen! Wat zegt
gij daarvan?"--"Het is dolzinnig, maar uw braaf hart waardig, Joe,
het is onmogelijk, gij zult ons niet verlaten."--"Wij moeten toch iets
beproeven, mijnheer, dat kan niet schaden, dewijl, ik herhaal het u,
gij op mij niet hoeft te wachten, en ik kan ook slagen."--"Neen, Joe,
wij scheiden niet, dat zou eene smart te meer zijn; het was geschreven
dat het zoo zijn moest en zeer waarschijnlijk dat het later anders zal
zijn. Laat ons dus gelaten wachten."--"Het zij zoo, mijnheer, maar een
ding zeg ik u, ik geef u nog één dag, langer wacht ik niet, heden is
het Zondag, of liever Maandag, want het is één uur in den morgen;
als wij Dinsdag niet vertrekken, zal ik het avontuur beproeven,
ik heb dit onherroepelijk besloten." De doctor antwoordde niet;
weldra kwam hij bij het schuitje terug en nam daarin plaats naast
Kennedy. Deze was zeer stil en sliep niet.