Een weinig wijsbegeerte.--Een wolk aan den horizon.--Te midden
van een mist.--De onverwachte ballon.--De teekens.--Nauwkeurig
gezicht van den Victoria.--De palmboomen.--Spoor van eene
karavaan.--De put in de woestijn.
Des anderen daags was de lucht even helder, de dampkring was
heet. De Victoria steeg tot eene hoogte van 500 voet, maar ging
slechts weinig naar het westen. "Wij zijn in de woestijn," zeide
de doctor. "Zie hier de onmetelijke zandvlakte! Welk een vreemd
schouwspel! Welke zonderlinge schikking der natuur! Waarom is daar
ginds die weelderige plantengroei, hier deze groote dorheid en dat
op dezelfde breedte en onder dezelfde zonnestralen?"--"Het waarom
verontrust mij weinig, mijn waarde Samuel, het feit bekommert mij
meer."--"Men moet wel een weinig wijsgeer zijn, mijn waarde Dick,
dat kan geen kwaad."--"Laat ons redeneeren, ik heb daar niets tegen,
wij hebben den tijd, wij gaan nauwelijks vooruit. De wind vreest te
waaien, hij slaapt."--"Dat zal niet aanhouden," zeide Joe, "ik meen
eenige wolken in het westen te zien."--"Joe heeft gelijk," zeide de
doctor.--"Goed," zeide Kennedy, "zou die wolk ons bereiken met een
goeden regen en een goeden wind?"--"Wij zullen zien, Dick."--"Het
is toch Vrijdag, meester, en ik wantrouw de vrijdagen."--"Welnu! ik
hoop dat gij heden van uwe vooroordeelen zult terugkomen."--"Ik
wensch het mijnheer, Dick!" zeide hij, zich het gelaat afdrogende,
"de hitte is eene goede zaak, voornamelijk in den winter, maar in den
zomer moet men er geen misbruik van maken."--"Vreest gij de zonnehitte
niet voor onzen ballon?" vroeg Kennedy aan den doctor.--"Neen, de
gutta percha, waarmede het taf is overtrokken, kan veel grootere hitte
verdragen. Die, waaraan ik het van binnen heb blootgesteld door middel
der slang, is soms 158° Fahrenheit geweest en het bekleedsel schijnt
niet te hebben geleden."--"Eene wolk! eene wezenlijke wolk!" riep
op dit oogenblik Joe uit, wiens scherp gezicht alle verrekijkers
beschaamd maakte.
Inderdaad verhief zich eene dikke en nu zeer duidelijk zichtbare
wolk langzaam boven den horizon; het was eene opeenhooping van
kleine wolken, zij behielden onveranderlijk haren eersten vorm,
waaruit de doctor opmaakte dat daar geen luchtstroom was. Deze
dicht opeengepakte massa was tegen acht uur 's morgens verschenen,
en eerst ten elf uur bereikte zij de schijf der zon, die geheel en al
achter dit dikke scherm verdween; op hetzelfde oogenblik verliet het
onderste gedeelte der wolk den horizon, die nu ten volle verlicht
was.--"Het is slechts eene afzonderlijke wolk," zeide de doctor,
"wij moeten niet te veel op haar rekenen; zie, Dick, hare gedaante
is nog precies dezelfde als dezen morgen."--"Inderdaad, Samuel, er
is regen noch wind, voor ons ten minste."--"Het staat te vreezen,
zij blijft zeer hoog staan."--"Welnu! Samuel, als wij eens die wolk
gingen opzoeken, die boven ons niet wil losbarsten."--"Ik geloof dat
het ons niet veel zal helpen," antwoordde de doctor, "het zal gas en
bijgevolg eene aanzienlijke hoeveelheid water vermorsen zijn."
De doctor zette de vlam van de gaspijp in de spiralen der slang aan,
eene groote hitte ontwikkelde zich en weldra steeg de ballon. Op
ongeveer 1500 voet hoogte ontmoette hij de ondoorschijnende massa der
wolk en kwam in een dikken mist, terwijl hij zich op deze hoogte hield,
maar vond er geen den minsten wind; deze mist scheen zelfs niet eens
vochtig en de voorwerpen aan hem blootgesteld werden nauwlijks nat. De
Victoria, door dien damp omgeven won er misschien een snelleren
gang door, dat was alles. De doctor zag met verdriet het geringe
gevolg zijner handelwijze, toen hij Joe met alle teekens der grootste
verbazing hoorde uitroepen: "Oh!"--"Wat is het dan, Joe?"--"Meester,
mijnheer Kennedy, dat is vreemd!"--"Wat is er dan?"--"Wij zijn
niet alleen hier! er zijn indringers. Men heeft onze uitvinding
gestolen?"--"Wordt hij gek?" vroeg Kennedy.--Joe stelde het standbeeld
der verbazing voor! Hij bleef onbeweeglijk.--"Zou de zon den geest
van dezen armen jongen in de war hebben gebracht?" zeide de doctor
zich tot hem wendende.--"Zult gij mij zeggen?...."--"Zie, mijnheer,"
zeide Joe, een punt in de ruimte aanwijzende.--"Bij St. Patrick!" riep
Kennedy op zijne beurt uit, "dat is ongeloofelijk! Samuel! Samuel,
zie eens!"--"Ik zie," antwoordde de doctor bedaard.--"Een anderen
ballon! andere reizigers zoo als wij!"
Inderdaad zweefde er op twee honderd schreden afstands een
luchtballon met zijn schuitje en zijne reizigers in de lucht; hij
volgde denzelfden weg als de Victoria.--"Welnu!" zeide de doctor,
"er blijft ons slechts over hem teekenen te geven, neem de vlag,
Kennedy, en laat onze kleuren zien."--Het scheen dat de reizigers
in den anderen luchtballon dezelfde gedachte hadden, want dezelfde
vlag herhaalde dezelfde groete met de hand en op geheel dezelfde
wijze.--"Wat beteekent dit?" vroeg de jager.--"Het zijn apen," riep
Joe uit, "zij houden ons voor den gek."--"Dat beteekent," antwoordde
Ferguson lachende, "dat gij zelf dit teeken maakt, mijn waarde Dick,
dat wil zeggen, dat wij zelf in dit tweede schuitje zijn! die ballon
is niet anders dan de Victoria."--"Wat dat betreft, meester, met uw
verlof," zeide Joe, "dat zult gij mij nooit wijs maken."--"Klim op den
rand, Joe, slinger met uwe armen en gij zult zien."--Joe gehoorzaamde,
hij zag onmiddellijk zijne eigene gebaren herhaald.--"Het is slechts
een gevolg van luchtspiegeling," zeide de doctor, "en niets anders,
een eenvoudig optisch verschijnsel; het wordt teweeggebracht
door de ongelijke breking der luchtlagen."--"Welk een merkwaardig
schouwspel!" hernam Kennedy. "Het doet mij genoegen onzen goeden
ballon te zien! Weet gij wel dat hij er goed uitziet en zich statig
houdt?"--"Gij kunt de zaak op uwe wijze uitleggen zoo als gij wilt,"
zeide Joe, "het is evenwel een vreemd verschijnsel."
Maar weldra verdween dit beeld trapsgewijze, de wolken stegen op eene
grootere hoogte, den Victoria verlatende, die niet beproefde haar
te volgen en na een uur verdwenen zij geheel.--De wind, nauwelijks
merkbaar, scheen nog zwakker te worden. De doctor naderde wanhopig
den grond. De reizigers, die door dit voorval aan hunne bekommeringen
waren onttrokken, vervielen weder in treurige gedachten, gekweld
als zij waren door eene verschroeiende hitte. Tegen vier uur wees
Joe een verheven voorwerp aan op de onmetelijke zandvlakte, en hij
kon weldra verzekeren, dat twee palmboomen zich op geringen afstand
verhieven.--"Palmboomen," zeide Ferguson, "dan is er eene fontein, een
put?"--Hij nam zijn verrekijker en verzekerde zich dat de oogen van Joe
zich niet bedrogen.--"Eindelijk," riep hij uit, "water! water! wij zijn
gered, want, hoe weinig wij ook vorderen, wij gaan altijd voorwaarts
en zullen aankomen!"--"Welnu, mijnheer!" zeide Joe, "als wij eens
in afwachting dronken? De lucht is waarlijk verstikkend."--"Laat ons
drinken, mijn jongen."
Niemand liet zich lang noodigen. Een geheele pint werd opgedronken
waardoor hun voorraad tot drie en een halve pint verminderde.--"Hm! dat
doet goed!" zeide Joe. "Het bier van Perkins heeft mij nooit zoo
goed gesmaakt."--"Dat zijn de voordeelen der ontbering," antwoordde
de doctor.
Ten zes uur zweefde de Victoria boven de palmboomen. Het waren
twee dunne en tengere boomen bijna zonder bladeren, meer dood dan
levend. Ferguson beschouwde ze met schrik. Aan hun voet zag men half
uitgespoelde steenen eener put; maar die steenen door de zonnehitte
verkalkt, schenen slechts stof te zijn. Er was zelfs geen schijn
van vocht. Het hart van Samuel kromp in een en hij was op het punt
zijne vrees aan zijne reisgezellen mede te deelen, toen hun geroep
zijne oplettendheid gaande maakte. Ver in het westen zag men eene
rij uitgebleekte beenderen; gedeelten van geraamten omringden de
fontein; eene karavaan was tot hiertoe gekomen, en het bewijs van
haren doortocht leverde deze groote massa beenderen; de zwaksten
waren langzamerhand in het zand gevallen, de sterksten aan deze zoo
gewenschte bron gekomen en hadden een ijsselijken dood gevonden aan
haren rand. De reizigers zagen elkander verbleekende aan.--"Laat
ons niet dalen," zeide Kennedy, "maar dit afgrijsselijke schouwspel
ontvlieden! Daar is geen druppel water."--"Neen, Dick, wij moeten
ons geweten geruststellen. Het is even goed hier den nacht door te
brengen als elders. Wij zullen dezen put tot op den bodem onderzoeken;
er is eene bron geweest, misschien is er iets van overgebleven."
De Victoria daalde neder; Joe en Kennedy plaatsten in het schuitje
de noodige hoeveelheid zand en daalden af. Zij liepen naar den put en
daalden er in langs eene trap die enkel stof was. De bron scheen reeds
lang uitgedroogd. Zij groeven in het drooge zand, er was geen spoor van
vocht.--De doctor zag hen weder opklimmen, zuchtende, ontdaan, bedekt
met een fijn stof, afgemat, ontmoedigd en wanhopig. Hij gevoelde dat
hij van dit oogenblik af moed en kracht voor allen moest hebben. Joe
bracht de stukken van een gebroken pot mede, hij wierp die toornig
onder de op den grond verspreide beenderen. Gedurende het avondmaal
werd er geen enkel woord tusschen de reizigers gewisseld, zij aten
met weerzin. En echter hadden zij nog niet de wezenlijke kwellingen
van den dorst geleden, zij wanhoopten slechts voor de toekomst.