XXIV.

De wind gaat liggen.--Men nadert de woestijn.--De

vermindering van den voorraad water.--De nachten onder den

evenaar.--Ongerustheid van Samuel Ferguson.--Hoe de toestand

is.--Krachtige antwoorden van Kennedy en Joe.--Nog een nacht.

De Victoria, vastgemeerd aan een eenzaam staanden en bijna dorren

boom, bracht den nacht in volkomen rust door; de reizigers konden een

weinig slaap genieten, dien zij zoozeer behoefden; de ontroeringen der

verloopene dagen hadden treurige herinneringen achtergelaten. Tegen

den morgen hernam de hemel zijne helderheid en zijnen gloed. De ballon

steeg in de lucht, na eenige vruchtelooze pogingen ontmoette hij

een snelleren luchtstroom, die hem naar het noordwesten voerde. "Wij

vorderen meer," zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg hebben wij

de helft onzer reis in bijna tien dagen volbracht, maar zooals wij

nu gaan zullen wij geheele maanden noodig hebben, om haar ten einde

te brengen. Dit is des te onaangenamer, daar wij bedreigd worden met

gebrek aan water."--"Maar wij zullen het vinden," antwoordde Dick,

"wij zullen toch wel de eene of andere rivier, eene beek, een vijver in

deze groote uitgestrektheid lands ontmoeten."--"Ik wensch het."--"Zou

de schat van Joe onzen gang niet vertragen?"

Kennedy sprak dus om den braven jongen te plagen; hij deed het des

te liever, omdat hij een oogenblik de zinsverbijstering van Joe had

gedeeld, maar daar hij niets had doen blijken, hield hij zich goed,

altoos lachende. Joe wierp een erbarmelijken blik op hem. De doctor

antwoordde niet, hij dacht, niet zonder geheimen schrik, aan de

uitgestrekte woestijnen der Sahara; daar gaan weken voorbij zonder

dat de karavanen een put vinden om den dorst te lesschen. Dus nam hij

met de meeste oplettendheid de minste daling van den grond waar. Deze

bezorgdheden en de laatste gebeurtenissen hadden den gemoedstoestand

der drie reizigers zeer gewijzigd, zij spraken minder en verdiepten

zich meer in hunne eigene gedachten. De waardige Joe was dezelfde

niet meer sedert zijne blikken die massa goud hadden aanschouwd; hij

zweeg; hij beschouwde gretig die opgehoopte steenen in het schuitje,

nu zonder waarde, later onschatbaar. Het gezicht op dit gedeelte van

Afrika was verontrustend, de woestijn vertoonde zich langzamerhand;

er was geen dorp meer, zelfs geene vereeniging van enkele hutten,

de plantengroei hield op. Men zag nauwelijks eenige lage planten,

zooals in de heidegronden van Schotland, een begin van witachtig zand

en vuursteenen, eenige mastikboomen en doornstruiken; te midden dezer

onvruchtbaarheid scheen de oorspronkelijke romp der aarde uit diepe

kloven en scherpe rotsen te bestaan. De verschijnselen van dorheid

gaven doctor Ferguson veel te denken.

Er was geen enkel spoor te vinden van eene karavaan, die zich in

deze woeste streek had gewaagd, zij zou dan zichtbare sporen hebben

achtergelaten, de gebleekte beenderen harer menschen of dieren. Maar

niets. En men gevoelde dat deze akelige streek weldra plaats zou maken

voor onmetelijke zandvlakten. Men kon echter niet terug moest maar

voorwaarts; de doctor wilde niets liever; hij zou een storm gewenscht

hebben om hem over dit land heen te voeren. En er was geen wolkje aan

den hemel! Bij het einde van dezen dag had de Victoria nog geene dertig

mijlen afgelegd. Als er maar geen gebrek aan water ware geweest! Maar

er bleven in alles slechts drie gallons [41] over. Ferguson bestemde

een gallon om den brandenden dorst te lesschen, welke eene hitte van

90° Fahrenheit onverdraaglijk maakte; twee gallons bleven er dus over

voor de gaspijp; zij konden slechts 490 kubieke voet gas voortbrengen;

de gaspijp verteerde ongeveer negen kubieke voet per uur, zij konden

dus slechts nog 54 uren reizen. "Vier-en-vijftig uren," zeide hij tot

zijne reisgezellen. "Maar daar ik vast besloten heb des nachts niet

te reizen, uit vrees van eene beek, eene bron of een poel te missen,

blijven ons nog drie en een halve dag reizen over, en in dien tijd

moeten wij tot elken prijs water vinden. Ik heb gemeend u van dezen

ernstigen toestand te moeten kennis geven, mijne vrienden, want ik

behoud slechts een gallon [42] voor onzen dorst en wij moeten ons op

streng rantsoen stellen."--"Welnu, doe dat," antwoordde de jager,

"maar wij moeten nog niet wanhopen, wij hebben nog drie dagen voor

ons, zegt gij?"--"Ja mijn waarde Dick."--"Welnu! daar ons klagen er

niets aan kan gebeteren zal het binnen drie dagen tijd genoeg zijn een

besluit te nemen, laat ons tot zoolang onze waakzaamheid verdubbelen."

Bij het avondmaal werd het water nauwkeurig afgemeten, de hoeveelheid

brandewijn in den grog werd vermeerderd, maar men moest dit vocht

wantrouwen, daar het eerder geschikt was dorstig te maken dan te

verfrisschen.

Het schuitje rustte gedurende den nacht op eene onmetelijke vlakte, die

eene vrij groote daling had: hare hoogte was nauwelijks 800 voet boven

het oppervlak der zee. Deze omstandigheid gaf den doctor weer eenige

hoop, zij herinnerde hem de vermoedens der aardrijkskundigen omtrent

het bestaan eener groote uitgestrektheid water in het binnenland

van Afrika. Maar als dit meer bestond, moest men er komen en geene

verandering had er aan den strakken hemel plaats. Op een vreedzamen

nacht volgde een heete dag; van de eerste schemering af werd de

temperatuur brandend. Ten vijf ure des morgens gaf de doctor het

teeken tot het vertrek en langen tijd bleef de ballon onbeweeglijk

in den gloeienden dampkring. De doctor zou die vreeslijke hitte

hebben kunnen ontkomen door naar hoogere luchtstreken op te stijgen,

maar daarvoor moest hij eene grootere hoeveelheid water gebruiken,

wat toen onmogelijk was. Hij vergenoegde zich dus zijn luchtballon

op honderd voet hoogte te houden, waar een zwakke luchtstroom hem

naar het westen voerde. Het ontbijt bestond uit een weinig gedroogd

vleesch en pemmican. Tegen den middag had de Victoria nauwelijks

eenige mijlen afgelegd. "Wij kunnen niet sneller gaan," zeide de

doctor, "wij bevelen niet, wij gehoorzamen."--"Mijn waarde Samuel,

hier zou eene locomotief geen ondienst doen."--"Zonder twijfel, Dick,

als wij aannamen dat zij geen water behoefde om zich in beweging

te stellen, want dan zou de toestand precies dezelfde zijn; tot

hiertoe heeft men niets uitvoerbaars uitgevonden; de ballons zijn

nog op dezelfde hoogte als de schepen vóór de uitvinding van den

stoom. Men heeft 6000 jaar besteed tot het uitdenken der schroeven,

wij hebben dus den tijd om te wachten."--"Vervloekte hitte," zeide

Joe, zijn druipend voorhoofd afwisschende.--"Als wij water hadden

zou deze hitte ons een dienst bewijzen, want zij zet het waterstofgas

van den luchtballon uit en maakt een minder sterke vlam in den slang

noodig. Het is waar, dat als wij geen gebrek aan vocht hadden, wij het

niet behoefden te sparen. Vervloekte zwarte, die ons dezen kostbaren

schat heeft gekost."--"Gij hebt toch geen berouw over hetgeen gij

hebt gedaan, Samuel?"--"Neen, Dick, omdat wij een ongelukkige aan een

afgrijsselijken dood hebben kunnen onttrekken. Maar de 100 pond water,

die wij hebben weggeworpen, zouden ons zeer nuttig zijn geweest, wij

zouden daardoor nog twaalf of veertien dagen hebben kunnen reizen

en genoeg hebben om die woestijnen door te trekken."--"Wij hebben

ten minste de helft der reis gemaakt?" vroeg Joe.--"Als afstand,

ja, als tijd neen, als de wind ons in den steek laat! het ziet er

zelfs naar uit als wil hij geheel gaan liggen."--"Komaan, mijnheer,"

hernam Joe, "wij moeten ons niet beklagen; wij zijn er tot heden vrij

wel doorgekomen en wat ik ook doe, ik word nooit wanhopig, wij zullen

water vinden, ik zeg het u."--

De grond werd van mijl tot mijl lager, de golvingen der goudbergen

maakten plaats voor vlakten, verstrooide kruiden vervingen de schoone

boomen van het Oosten, eenige kleine boschjes dor groen worstelden nog

tegen het zand dat de overhand nam, groote rotsen van verre toppen

gevallen, verpletterd in hun val, verspreidden zich als scherpe

keisteenen, die weldra in grof zand en eindelijk in ontzaglijk fijn

stof zouden overgaan.--"Zie hier Afrika, zoo als gij het u voorsteldet,

Joe; ik heb reden om u te zeggen: Heb geduld."--"Welnu, mijnheer,"

antwoordde Joe, "het is ten minste natuurlijk, hitte en zand! het zou

ongerijmd zijn iets anders in een dergelijk land te zoeken." "Ziet

gij?" voegde hij er lachende bij, "ik had geen vertrouwen in uwe

wouden en weilanden, het was iets tegenstrijdigs, het is der moeite

niet waard zoover te gaan om de velden van Engeland te zien. Zie hier

de eerste maal dat ik geloof in Afrika te wezen en ik heb geen spijt

er een proefje van te nemen."

Tegen den avond berekende de doctor dat de ballon op dien heeten dag

geene twintig mijlen had gewonnen; een heete duisternis omgaf hem

toen de zon was ondergegaan. Des anderen daags was het de 1ste Mei,

een Donderdag; maar de dagen volgden elkander met eene vervelende

eentonigheid op; de eene morgen was gelijk aan den andere; de middagzon

wierp hare altijd onuitputtelijke stralen loodrecht neder en de nacht

verdikte in zijne schaduw deze warmte, welke de volgende dag weder

aan den volgenden nacht zou mededeelen. De wind, bijna niet voelbaar,

werd nauwelijks een koeltje en men kon het oogenblik voorspellen dat

hij geheel zou ophouden.

De doctor trachtte tegen deze treurigheid een tegenwicht te stellen;

hij behield zijne kalmte en koelbloedigheid. Met zijn verrekijker

in de hand onderzocht hij alle punten van den horizon; hij zag de

laatste heuvels ongevoelig verdwijnen en den laatsten plantengroei

wegsterven; voor hem strekte zich de onmetelijke woestijn uit. De

verantwoordelijkheid, die op hem rustte, drukte hem zwaar,

hoewel hij niets liet blijken. Deze twee menschen, Dick en Joe,

beide vrienden, had hij met zich genomen, bijna door de kracht van

vriendschap of plicht. Had hij wel gehandeld? Was het niet verboden

wegen beproeven? Beproefde hij op deze reis niet de grenzen van

het onmogelijke te overschrijden? Had God niet voor latere eeuwen

de kennis van dit ondankbare binnenland bewaard? Al deze gedachten

vermenigvuldigden zich in zijn hoofd, zoo als altijd plaats heeft in de

uren van ontmoediging, en door eene onwederstaanbare aaneenschakeling

van gedachten, liet Samuel zich verder voeren dan de rede. Na bepaald

te hebben wat hij niet had moeten doen, vroeg hij zich af wat hij dan

had moeten doen. Zou het onmogelijk zijn op zijne schreden terug te

keeren? Bestonden er geene hoogere luchtstroomen die hem naar minder

dorre streken zouden voeren? Zeker van het doorreisde land, kende

hij het volgende land niet, daarom besloot hij, toen zijn geweten

luide begon te spreken, rondborstig met zijne twee reisgezellen

te spreken, hij legde hun naar waarheid hun toestand bloot, hij

toonde hun aan wat hij gedaan had en wat er overbleef te doen; men

kon slagen, het ten minste beproeven, wat was hun gevoelen?--"Ik

heb geen ander gevoelen dan dat van mijn meester," antwoordde Joe,

"wat hij lijdt zal ik lijden. Waar hij gaat zal ik gaan."--"En gij,

Kennedy?"--"Ik, mijn waarde Samuel, ik ben geen man om wanhopend te

worden; niemand kende beter dan ik de gevaren der onderneming, maar

ik heb ze niet willen zien toen gij hun het hoofd gingt bieden. Ik

behoor u dus geheel toe. In onzen tegenwoordigen toestand is mijn

gevoelen, dat wij tot het einde moeten volhouden. De gevaren om terug

te keeren schijnen mij even groot toe. Dus voorwaarts, gij kunt op

ons rekenen."--"Ik dank u, mijne waardige vrienden," antwoordde de

doctor, wezenlijk bewogen. "Ik verwachtte zulk eene toewijding, maar

ik behoefde deze aanmoedigende woorden. Nog eens, ik dank u." En de

drie mannen drukten elkander hartelijk de hand.

"Hoort mij," hernam Ferguson, "volgens mijne opmetingen zijn wij niet

meer dan drie honderd mijlen van de golf van Guinea, de woestijn kan

dus niet zonder einde zijn, dewijl de kust bewoond, en tot zekere

diepte in het land bekend is. Als het noodig is zullen wij ons

naar dien kant richten en wij moeten eenige oase, een put vinden,

waar wij nieuwen voorraad van water kunnen opdoen. Maar wij hebben

geen wind en zonder dezen worden wij teruggehouden in de kalmte der

lucht."--"Laat ons geduldig wachten," zeide de jager.

Maar ieder onderzocht op zijne beurt te vergeefs de ruimte gedurende

dien eindeloozen dag, zij zagen niets dat eenige hoop kon doen

voeden. De laatste rijzingen en dalingen van den grond verdwenen

bij het ondergaan der zon, wier horizontale stralen lange lijnen van

vuur beschreven op deze onmetelijke vlakte. Het was de woestijn. De

reizigers hadden geene vijftien mijlen afgelegd, terwijl zij, even als

den vorigen dag, 35 kubieke voet gas hadden verbruikt en twee pinten

water van de acht moesten gebezigd worden voor het lesschen van een

brandenden dorst. De nacht ging kalm voorbij, de doctor sliep niet.

Vijf weken in een luchtballon · 第 27 / 56 题