De wind gaat liggen.--Men nadert de woestijn.--De
vermindering van den voorraad water.--De nachten onder den
evenaar.--Ongerustheid van Samuel Ferguson.--Hoe de toestand
is.--Krachtige antwoorden van Kennedy en Joe.--Nog een nacht.
De Victoria, vastgemeerd aan een eenzaam staanden en bijna dorren
boom, bracht den nacht in volkomen rust door; de reizigers konden een
weinig slaap genieten, dien zij zoozeer behoefden; de ontroeringen der
verloopene dagen hadden treurige herinneringen achtergelaten. Tegen
den morgen hernam de hemel zijne helderheid en zijnen gloed. De ballon
steeg in de lucht, na eenige vruchtelooze pogingen ontmoette hij
een snelleren luchtstroom, die hem naar het noordwesten voerde. "Wij
vorderen meer," zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg hebben wij
de helft onzer reis in bijna tien dagen volbracht, maar zooals wij
nu gaan zullen wij geheele maanden noodig hebben, om haar ten einde
te brengen. Dit is des te onaangenamer, daar wij bedreigd worden met
gebrek aan water."--"Maar wij zullen het vinden," antwoordde Dick,
"wij zullen toch wel de eene of andere rivier, eene beek, een vijver in
deze groote uitgestrektheid lands ontmoeten."--"Ik wensch het."--"Zou
de schat van Joe onzen gang niet vertragen?"
Kennedy sprak dus om den braven jongen te plagen; hij deed het des
te liever, omdat hij een oogenblik de zinsverbijstering van Joe had
gedeeld, maar daar hij niets had doen blijken, hield hij zich goed,
altoos lachende. Joe wierp een erbarmelijken blik op hem. De doctor
antwoordde niet, hij dacht, niet zonder geheimen schrik, aan de
uitgestrekte woestijnen der Sahara; daar gaan weken voorbij zonder
dat de karavanen een put vinden om den dorst te lesschen. Dus nam hij
met de meeste oplettendheid de minste daling van den grond waar. Deze
bezorgdheden en de laatste gebeurtenissen hadden den gemoedstoestand
der drie reizigers zeer gewijzigd, zij spraken minder en verdiepten
zich meer in hunne eigene gedachten. De waardige Joe was dezelfde
niet meer sedert zijne blikken die massa goud hadden aanschouwd; hij
zweeg; hij beschouwde gretig die opgehoopte steenen in het schuitje,
nu zonder waarde, later onschatbaar. Het gezicht op dit gedeelte van
Afrika was verontrustend, de woestijn vertoonde zich langzamerhand;
er was geen dorp meer, zelfs geene vereeniging van enkele hutten,
de plantengroei hield op. Men zag nauwelijks eenige lage planten,
zooals in de heidegronden van Schotland, een begin van witachtig zand
en vuursteenen, eenige mastikboomen en doornstruiken; te midden dezer
onvruchtbaarheid scheen de oorspronkelijke romp der aarde uit diepe
kloven en scherpe rotsen te bestaan. De verschijnselen van dorheid
gaven doctor Ferguson veel te denken.
Er was geen enkel spoor te vinden van eene karavaan, die zich in
deze woeste streek had gewaagd, zij zou dan zichtbare sporen hebben
achtergelaten, de gebleekte beenderen harer menschen of dieren. Maar
niets. En men gevoelde dat deze akelige streek weldra plaats zou maken
voor onmetelijke zandvlakten. Men kon echter niet terug moest maar
voorwaarts; de doctor wilde niets liever; hij zou een storm gewenscht
hebben om hem over dit land heen te voeren. En er was geen wolkje aan
den hemel! Bij het einde van dezen dag had de Victoria nog geene dertig
mijlen afgelegd. Als er maar geen gebrek aan water ware geweest! Maar
er bleven in alles slechts drie gallons [41] over. Ferguson bestemde
een gallon om den brandenden dorst te lesschen, welke eene hitte van
90° Fahrenheit onverdraaglijk maakte; twee gallons bleven er dus over
voor de gaspijp; zij konden slechts 490 kubieke voet gas voortbrengen;
de gaspijp verteerde ongeveer negen kubieke voet per uur, zij konden
dus slechts nog 54 uren reizen. "Vier-en-vijftig uren," zeide hij tot
zijne reisgezellen. "Maar daar ik vast besloten heb des nachts niet
te reizen, uit vrees van eene beek, eene bron of een poel te missen,
blijven ons nog drie en een halve dag reizen over, en in dien tijd
moeten wij tot elken prijs water vinden. Ik heb gemeend u van dezen
ernstigen toestand te moeten kennis geven, mijne vrienden, want ik
behoud slechts een gallon [42] voor onzen dorst en wij moeten ons op
streng rantsoen stellen."--"Welnu, doe dat," antwoordde de jager,
"maar wij moeten nog niet wanhopen, wij hebben nog drie dagen voor
ons, zegt gij?"--"Ja mijn waarde Dick."--"Welnu! daar ons klagen er
niets aan kan gebeteren zal het binnen drie dagen tijd genoeg zijn een
besluit te nemen, laat ons tot zoolang onze waakzaamheid verdubbelen."
Bij het avondmaal werd het water nauwkeurig afgemeten, de hoeveelheid
brandewijn in den grog werd vermeerderd, maar men moest dit vocht
wantrouwen, daar het eerder geschikt was dorstig te maken dan te
verfrisschen.
Het schuitje rustte gedurende den nacht op eene onmetelijke vlakte, die
eene vrij groote daling had: hare hoogte was nauwelijks 800 voet boven
het oppervlak der zee. Deze omstandigheid gaf den doctor weer eenige
hoop, zij herinnerde hem de vermoedens der aardrijkskundigen omtrent
het bestaan eener groote uitgestrektheid water in het binnenland
van Afrika. Maar als dit meer bestond, moest men er komen en geene
verandering had er aan den strakken hemel plaats. Op een vreedzamen
nacht volgde een heete dag; van de eerste schemering af werd de
temperatuur brandend. Ten vijf ure des morgens gaf de doctor het
teeken tot het vertrek en langen tijd bleef de ballon onbeweeglijk
in den gloeienden dampkring. De doctor zou die vreeslijke hitte
hebben kunnen ontkomen door naar hoogere luchtstreken op te stijgen,
maar daarvoor moest hij eene grootere hoeveelheid water gebruiken,
wat toen onmogelijk was. Hij vergenoegde zich dus zijn luchtballon
op honderd voet hoogte te houden, waar een zwakke luchtstroom hem
naar het westen voerde. Het ontbijt bestond uit een weinig gedroogd
vleesch en pemmican. Tegen den middag had de Victoria nauwelijks
eenige mijlen afgelegd. "Wij kunnen niet sneller gaan," zeide de
doctor, "wij bevelen niet, wij gehoorzamen."--"Mijn waarde Samuel,
hier zou eene locomotief geen ondienst doen."--"Zonder twijfel, Dick,
als wij aannamen dat zij geen water behoefde om zich in beweging
te stellen, want dan zou de toestand precies dezelfde zijn; tot
hiertoe heeft men niets uitvoerbaars uitgevonden; de ballons zijn
nog op dezelfde hoogte als de schepen vóór de uitvinding van den
stoom. Men heeft 6000 jaar besteed tot het uitdenken der schroeven,
wij hebben dus den tijd om te wachten."--"Vervloekte hitte," zeide
Joe, zijn druipend voorhoofd afwisschende.--"Als wij water hadden
zou deze hitte ons een dienst bewijzen, want zij zet het waterstofgas
van den luchtballon uit en maakt een minder sterke vlam in den slang
noodig. Het is waar, dat als wij geen gebrek aan vocht hadden, wij het
niet behoefden te sparen. Vervloekte zwarte, die ons dezen kostbaren
schat heeft gekost."--"Gij hebt toch geen berouw over hetgeen gij
hebt gedaan, Samuel?"--"Neen, Dick, omdat wij een ongelukkige aan een
afgrijsselijken dood hebben kunnen onttrekken. Maar de 100 pond water,
die wij hebben weggeworpen, zouden ons zeer nuttig zijn geweest, wij
zouden daardoor nog twaalf of veertien dagen hebben kunnen reizen
en genoeg hebben om die woestijnen door te trekken."--"Wij hebben
ten minste de helft der reis gemaakt?" vroeg Joe.--"Als afstand,
ja, als tijd neen, als de wind ons in den steek laat! het ziet er
zelfs naar uit als wil hij geheel gaan liggen."--"Komaan, mijnheer,"
hernam Joe, "wij moeten ons niet beklagen; wij zijn er tot heden vrij
wel doorgekomen en wat ik ook doe, ik word nooit wanhopig, wij zullen
water vinden, ik zeg het u."--
De grond werd van mijl tot mijl lager, de golvingen der goudbergen
maakten plaats voor vlakten, verstrooide kruiden vervingen de schoone
boomen van het Oosten, eenige kleine boschjes dor groen worstelden nog
tegen het zand dat de overhand nam, groote rotsen van verre toppen
gevallen, verpletterd in hun val, verspreidden zich als scherpe
keisteenen, die weldra in grof zand en eindelijk in ontzaglijk fijn
stof zouden overgaan.--"Zie hier Afrika, zoo als gij het u voorsteldet,
Joe; ik heb reden om u te zeggen: Heb geduld."--"Welnu, mijnheer,"
antwoordde Joe, "het is ten minste natuurlijk, hitte en zand! het zou
ongerijmd zijn iets anders in een dergelijk land te zoeken." "Ziet
gij?" voegde hij er lachende bij, "ik had geen vertrouwen in uwe
wouden en weilanden, het was iets tegenstrijdigs, het is der moeite
niet waard zoover te gaan om de velden van Engeland te zien. Zie hier
de eerste maal dat ik geloof in Afrika te wezen en ik heb geen spijt
er een proefje van te nemen."
Tegen den avond berekende de doctor dat de ballon op dien heeten dag
geene twintig mijlen had gewonnen; een heete duisternis omgaf hem
toen de zon was ondergegaan. Des anderen daags was het de 1ste Mei,
een Donderdag; maar de dagen volgden elkander met eene vervelende
eentonigheid op; de eene morgen was gelijk aan den andere; de middagzon
wierp hare altijd onuitputtelijke stralen loodrecht neder en de nacht
verdikte in zijne schaduw deze warmte, welke de volgende dag weder
aan den volgenden nacht zou mededeelen. De wind, bijna niet voelbaar,
werd nauwelijks een koeltje en men kon het oogenblik voorspellen dat
hij geheel zou ophouden.
De doctor trachtte tegen deze treurigheid een tegenwicht te stellen;
hij behield zijne kalmte en koelbloedigheid. Met zijn verrekijker
in de hand onderzocht hij alle punten van den horizon; hij zag de
laatste heuvels ongevoelig verdwijnen en den laatsten plantengroei
wegsterven; voor hem strekte zich de onmetelijke woestijn uit. De
verantwoordelijkheid, die op hem rustte, drukte hem zwaar,
hoewel hij niets liet blijken. Deze twee menschen, Dick en Joe,
beide vrienden, had hij met zich genomen, bijna door de kracht van
vriendschap of plicht. Had hij wel gehandeld? Was het niet verboden
wegen beproeven? Beproefde hij op deze reis niet de grenzen van
het onmogelijke te overschrijden? Had God niet voor latere eeuwen
de kennis van dit ondankbare binnenland bewaard? Al deze gedachten
vermenigvuldigden zich in zijn hoofd, zoo als altijd plaats heeft in de
uren van ontmoediging, en door eene onwederstaanbare aaneenschakeling
van gedachten, liet Samuel zich verder voeren dan de rede. Na bepaald
te hebben wat hij niet had moeten doen, vroeg hij zich af wat hij dan
had moeten doen. Zou het onmogelijk zijn op zijne schreden terug te
keeren? Bestonden er geene hoogere luchtstroomen die hem naar minder
dorre streken zouden voeren? Zeker van het doorreisde land, kende
hij het volgende land niet, daarom besloot hij, toen zijn geweten
luide begon te spreken, rondborstig met zijne twee reisgezellen
te spreken, hij legde hun naar waarheid hun toestand bloot, hij
toonde hun aan wat hij gedaan had en wat er overbleef te doen; men
kon slagen, het ten minste beproeven, wat was hun gevoelen?--"Ik
heb geen ander gevoelen dan dat van mijn meester," antwoordde Joe,
"wat hij lijdt zal ik lijden. Waar hij gaat zal ik gaan."--"En gij,
Kennedy?"--"Ik, mijn waarde Samuel, ik ben geen man om wanhopend te
worden; niemand kende beter dan ik de gevaren der onderneming, maar
ik heb ze niet willen zien toen gij hun het hoofd gingt bieden. Ik
behoor u dus geheel toe. In onzen tegenwoordigen toestand is mijn
gevoelen, dat wij tot het einde moeten volhouden. De gevaren om terug
te keeren schijnen mij even groot toe. Dus voorwaarts, gij kunt op
ons rekenen."--"Ik dank u, mijne waardige vrienden," antwoordde de
doctor, wezenlijk bewogen. "Ik verwachtte zulk eene toewijding, maar
ik behoefde deze aanmoedigende woorden. Nog eens, ik dank u." En de
drie mannen drukten elkander hartelijk de hand.
"Hoort mij," hernam Ferguson, "volgens mijne opmetingen zijn wij niet
meer dan drie honderd mijlen van de golf van Guinea, de woestijn kan
dus niet zonder einde zijn, dewijl de kust bewoond, en tot zekere
diepte in het land bekend is. Als het noodig is zullen wij ons
naar dien kant richten en wij moeten eenige oase, een put vinden,
waar wij nieuwen voorraad van water kunnen opdoen. Maar wij hebben
geen wind en zonder dezen worden wij teruggehouden in de kalmte der
lucht."--"Laat ons geduldig wachten," zeide de jager.
Maar ieder onderzocht op zijne beurt te vergeefs de ruimte gedurende
dien eindeloozen dag, zij zagen niets dat eenige hoop kon doen
voeden. De laatste rijzingen en dalingen van den grond verdwenen
bij het ondergaan der zon, wier horizontale stralen lange lijnen van
vuur beschreven op deze onmetelijke vlakte. Het was de woestijn. De
reizigers hadden geene vijftien mijlen afgelegd, terwijl zij, even als
den vorigen dag, 35 kubieke voet gas hadden verbruikt en twee pinten
water van de acht moesten gebezigd worden voor het lesschen van een
brandenden dorst. De nacht ging kalm voorbij, de doctor sliep niet.