XXII.

Het electrieke licht.--De zendeling.--Ontvoering te midden van

een lichtstraal.--De lazaristenpriester.--Weinige hoop.--Zorgen

des doctors.--Een leven van verloochening.--Overtocht van

een vulkaan.

Ferguson richtte zijn schitterenden lichtstraal naar verschillende

kanten en deed hem stilstaan op eene plaats, waar kreten van schrik

zich deden hooren. Zijne twee reisgezellen wierpen een onderzoekenden

blik daarheen. De baobab, waarboven de Victoria bijna onbeweeglijk

zweefde, verhief zich in het midden eener opene plek; tusschen velden

sesam en suikerriet zag men een vijftigtal lage en kegelvormige

hutten, rondom welke een talrijke stam wemelde. Honderd voet onder den

luchtballon was een paal opgericht. Aan den voet van dien paal lag eene

menschelijke gedaante, een jongeling van hoogstens dertig jaar oud,

met lange zwarte haren, half naakt, mager, bebloed, met wonden bedekt,

en het hoofd op de borst gezonken. Eenige kortere haren op de kruin van

het hoofd toonden nog de plaats van eene half verdwenen tonsuur.--"Een

zendeling! een priester!" riep Joe uit.--"Arme ongelukkige!" antwoordde

de jager.--"Wij zullen hem redden, Dick," zeide de doctor.

De negers, den ballon bemerkende, gelijk aan eene ontzettend

groote komeet met een staart van schitterend licht, werden door

een gemakkelijk te begrijpen schrik aangetast. Op hunne kreten

hief de gevangene het hoofd op. Zijne oogen schitterden van

eene plotselinge hoop en, zonder te begrijpen wat er gebeurde,

strekte hij zijne handen naar deze onverwachte redders uit.--"Hij

leeft! hij leeft!" riep Ferguson uit; "God zij gedankt! Deze wilden

zijn door schrik getroffen! Wij zullen hem redden! Zijt gij gereed,

mijne vrienden?"--"Ja, Samuel."--"Joe, blaas de gasvlam uit."--Het

bevel des doctors werd uitgevoerd. Een bijna onmerkbare wind dreef

den ballon zachtkens boven den gevangene op hetzelfde oogenblik,

dat hij onmerkbaar daalde; tien minuten ongeveer bleef hij zwevende

te midden der lichtgolvingen. Ferguson liet zijn lichtbundel op de

menigte schijnen. De stam, onder den indruk eener onbeschrijfelijke

vrees, verdween langzamerhand in zijne hutten en de paal werd eenzaam

gelaten. De doctor had dus reden gehad te rekenen op de fantastische

verschijning van den ballon, die in deze dikke duisternis licht

verspreidde. Het schuitje naderde den grond. Eenige negers evenwel,

stoutmoediger dan de anderen, begrijpende dat hun slachtoffer hun ging

ontsnappen; kwamen met luide kreten terug; Kennedy nam zijn geweer,

maar de doctor verbood hem te schieten. De priester die geknield

lag, geen kracht hebbende om overeind te staan, was zelfs niet aan

den paal gebonden, want zijne zwakheid maakte dit onnoodig. Op het

oogenblik dat het schuitje bij den grond kwam, beurde de jager,

zijn wapen wegwerpende en den priester om het midden vattende,

hem in het schuitje en op hetzelfde oogenblik wierp Joe plotseling

de tweehonderd pond ballast weg. De doctor dacht nu zeer snel te

stijgen, maar de ballon bleef onbeweeglijk, na drie à vier voet

van den grond te zijn gestegen.--"Wie houdt ons terug?" vroeg hij

op een toon van schrik. Eenige wilden liepen toe, woeste kreten

slakende. "O!" riep Joe uit, naar buiten ziende, "een dezer vervloekte

zwarten hangt onder aan het schuitje!"--"Dick! Dick!" riep de doctor

uit, "de waterbak!" Dick begreep de gedachte van zijn vriend en

een der waterbakken, die meer dan honderd pond woog, opnemende,

wierp hij hem over boord. De Victoria eensklaps verlicht, verhief

zich 300 voet, te midden van het gehuil van den stam, aan welken de

gevangene ontsnapte in een oogverblindend licht.--"Hoezee!" riepen de

twee reisgezellen van den doctor uit. Plotseling rees de ballon op

nieuw tot op 1000 voet hoogte.--"Wat gebeurt er nu?" vroeg Kennedy,

die bijna het evenwicht verloor.--"Het is niets! die schelm laat ons

los," antwoordde Samuel Ferguson bedaard.--En Joe, snel naar buiten

ziende, kon nog den wilde zien, die, met de handen uitgestrekt, in de

ruimte ronddraaiende, weldra op den grond werd verpletterd. De doctor

verwijderde de twee electrieke draden van elkander en de duisternis

hernam haar gebied. Het was een uur 's morgens. De Franschman opende

eindelijk de oogen.--"Gij zijt gered," zeide de doctor.--"Gered;"

antwoordde hij in het Engelsch, met een droevigen glimlach, "gered

van een wreeden dood! Mijne broeders ik dank u, maar mijne dagen,

mijne uren zelfs zijn geteld en ik heb niet lang meer te leven." En de

zendeling verviel weder uitgeput in zijne bezwijming.--"Hij sterft,"

riep Dick uit.--"Neen," antwoordde Ferguson, zich over hem buigende,

"maar hij is zeer zwak; laat ons hem onder de tent leggen."

Zij legden dat vermagerde lichaam, bedekt met litteekens en nog

bloedende wonden, waar het ijzer en het vuur op twintig plaatsen

hunne smartelijke sporen hadden achtergelaten, zachtkens op hunne

dekens. De doctor maakte van zijne zakdoek een weinig pluksel,

dat hij op de wonden legde, na die alvorens gezuiverd te hebben;

dit deed hij met de bekwaamheid van een geneesheer; vervolgens een

opwekkend middel uit zijne verzameling geneesmiddelen nemende, goot

hij daarvan eenige druppels op de lippen van den priester. Deze drukte

zacht zijne handen en had nauwelijks de kracht om te zeggen: "Dank,

dank!" De doctor begreep dat men hem eene volstrekte rust moest laten

genieten; hij deed de zeilen der tent dicht en nam verder het bestuur

van den luchtballon op zich.--Deze, het gewicht van zijn nieuwen gast

medegerekend, was bijna 180 pond lichter geworden, hij bleef dus in

goeden stand zonder hulp van het gas. Bij het eerste morgenlicht dreef

een luchtstroom hem zachtjes naar het west-noord-westen. Ferguson

ging gedurende eenige oogenblikken den in zwijm liggenden priester

beschouwen.--"Mochten wij dien metgezel toch behouden, dien de hemel

ons heeft gezonden!" zeide de jager. "Hebt gij eenige hoop?"--"Ja,

Dick, met eene goede oppassing in eene zoo zuivere lucht."--"Wat

heeft die man al geleden!" zeide Joe ontroerd. "Weet gij dat hij

daar stoutmoediger dingen deed dan wij, door alleen te midden dezer

volksstammen te komen."--"Dat lijdt geen twijfel," antwoordde de

jager.--"Dezen geheelen dag wilde de doctor niet, dat de slaap van

den ongelukkige zou gestoord worden, het was eene lange bezwijming,

afgebroken door eenige pijnlijke zuchten, die Ferguson verontrustten

voor de veiligheid van allen. Des anderen daags 's morgens was de

Victoria nauwelijks naar het westen afgeweken; de dag beloofde fraai

te zijn. De zieke kon met eene luidere stem zijne vrienden roepen. Men

opende de zeilen der tent en hij ademde met volle teugen de zuivere

morgenlucht in."--"Hoe bevindt gij u?" vroeg Ferguson.--"Misschien

beter," antwoordde hij. "Maar u, mijne vrienden, heb ik nog slechts in

een droom gezien! Nauwelijks kan ik mij van het gebeurde rekenschap

geven! Wie zijt gij, opdat ik uwe namen in mijn laatste gebed

niet vergete?"--"Wij zijn Engelsche reizigers," antwoordde Samuel,

"wij hebben beproefd Afrika in een luchtballon door te trekken en op

onze reis hebben wij het geluk gehad u te redden."--"De wetenschap

heeft hare helden," zeide de zendeling.--"Maar de godsdienst

hare martelaars," zeide de Schot.--"Gij zijt zendeling?" vroeg de

doctor.--"Ik ben een priester van de zending der Lazaristen. De hemel

heeft u tot mij gezonden, hij zij daarvoor geprezen! De opoffering

van mijn leven was volbracht! Maar gij komt uit Europa, spreek mij

van Europa, van Frankrijk! Sedert vijf jaren heb ik geene tijdingen

ontvangen."--"Vijf jaren alleen onder deze wilden!" zeide Kennedy

verbaasd.--"Het zijn zielen, die moeten verlost worden, onwetende en

barbaarsche broeders, die alleen door den godsdienst kunnen onderwezen

en beschaafd worden."

Samuel Ferguson, aan den wensch van den zendeling gehoor gevende,

sprak hem veel over Frankrijk. Deze hoorde gretig naar hem en tranen

stroomden uit zijne oogen. De arme jongeling nam beurtelings de handen

van Kennedy en Joe in de zijnen, die van koortshitte brandden; de

doctor bereidde eenige koppen thee voor hem, die hij met graagte dronk;

toen had hij de kracht zich een weinig op te heffen en te glimlachen,

toen hij zich naar een zoo zuiveren hemel zag gevoerd.--"Gij zijt

stoutmoedige reizigers," zeide hij, "en gij zult in uwe onderneming

slagen, gij zult uwe bloedverwanten, uwe vrienden, uw vaderland

wederzien, gij...."

De zwakte van den jongen priester werd toen zoo groot, dat men

hem op nieuw moest doen nederliggen; eene verzwakking van eenige

uren deed hem als dood in de handen van Ferguson liggen. Deze

kon zijne ontroering niet bedwingen, hij gevoelde dat dit leven

langzamerhand verdween. Zouden zij hem dan zoo spoedig verliezen,

dien zij aan den marteldood hadden ontrukt? Hij verbond op nieuw

de verschrikkelijke wonden van den martelaar en moest het grootste

deel van zijn watervoorraad opofferen om zijne brandende ledematen

te verkoelen. Hij paste hem zorgvuldig op. De zieke kwam onder

zijne behandeling langzamerhand tot zich zelven en herkreeg zijn

bewustzijn. De doctor vernam zijne geschiedenis uit afgebroken

woorden.--"Spreek uwe moedertaal," zeide hij, "ik versta die en dat

zal u minder vermoeien."

De zendeling was een arm jongeling van het dorp Aradon in Bretagne;

zijne eerste neigingen deden hem den geestelijken stand aannemen; bij

dit leven van verloochening wilde hij nog het leven van gevaar voegen,

door zich in de orde der zendingpriesters, waarvan St. Vincentius de

Paula de roemrijke stichter was, te doen opnemen; twintig jaar oud

verliet hij zijn land om zich naar de ongastvrije streken van Afrika te

begeven. Vandaar naderde hij, de hinderpalen te boven komende, tegen

ontberingen worstelende, reizende en biddende, tot in het midden der

stammen, die aan de bovenste takken van den Nijl wonen; twee jaren lang

werd zijn godsdienst afgewezen, zijn ijver miskend, zijne liefdadigheid

slecht opgevat; hij bleef gevangen bij een der wreedste stammen

van Nyambarra, ten prooi aan duizend mishandelingen. Maar altijd

onderwees en bad hij. Deze stam verstrooid zijnde, werd hij na een der

talrijke gevechten tusschen stam en stam, voor dood achtergelaten en,

in plaats van op zijne schreden terug te keeren, vervolgde hij zijn

godsdienstigen pelgrimstocht. Zijn rustigste tijd was als men hem voor

gek hield; hij had zich de taal dezer streken eigen gemaakt en hield

godsdienstige vergaderingen. Eindelijk doorreisde hij nog twee lange

jaren die barbaarsche streken, voortgedreven door die bovenmenschelijke

kracht, die van God komt; sedert een jaar woonde hij onder dien stam

der Nyam-Nyam, Barafri genaamd en een der wildste. Toen het opperhoofd

eenige dagen geleden gestorven was, schreef men hem dien onverwachten

dood toe; men besloot hem te slachten; veertig uren duurde reeds zijne

marteling en, zoo als de doctor te recht had voorondersteld, hij moest

op den middag sterven. Toen hij de losbranding der vuurwapenen hoorde,

kreeg de natuur de overhand en hij riep: "Help! help!" Hij geloofde

gedroomd te hebben, toen eene stem van den hemel hem woorden van

troost toesprak.--"Ik betreur dit leven niet," zeide hij, "het behoort

aan God."--"Hoop nog," antwoordde de doctor, "wij zijn bij u, wij

zullen u van den dood redden, even als wij u aan de marteling hebben

ontrukt."--"Ik vraag zooveel niet van den hemel," zeide de priester

gelaten! "Geloofd zij God, dat ik vóór mijn sterven, de vreugde geniet

vriendenhanden te drukken en de taal van mijn land te hooren."

De zendeling werd op nieuw zwakker. De dag ging dus voorbij tusschen

hoop en vrees. Kennedy en Joe wischten zich heimelijk de oogen af. De

Victoria legde weinig wegs af en de wind scheen zijn kostbaren last

te willen sparen. Joe merkte tegen den avond een groot licht op in

het westen. Onder hoogere breedten zou men geloofd hebben, dat het

een noorderlicht was; de hemel scheen in vuur te staan. De doctor

onderzocht oplettend dit verschijnsel.--"Het kan slechts een werkende

vulkaan zijn," zeide hij.--"Maar de wind voert er ons boven," hernam

Kennedy. "Welnu! wij zullen hem op eene genoegzame hoogte overtrekken."

Drie uren daarna bevond zich de ballon in de bergen; zijne juiste

plaats was 24° 15' lengte en 4° 42' breedte; vóór hem stortte een

brandende krater stroomen gesmolten lava uit en wierp rotsblokken

uit tot eene groote hoogte; er waren stroomen vloeibaar vuur, die in

schitterende stralen nedervielen. Het was een prachtig en gevaarlijk

schouwspel, want de wind dreef in eene standvastige richting den

ballon naar dien brandenden dampkring. Dezen hinderpaal, dien men niet

had kunnen afwenden, moest men te boven komen; het gas werd met alle

kracht aangevoerd en de Victoria kwam op 6000 voet hoogte, tusschen

zich en den vulkaan een afstand van meer dan 300 vaam latende. De

priester kon van zijn ziekbed dezen brandenden krater zien, waaruit

met donderend geraas duizend verblindende vuurstralen opstegen.--"Hoe

schoon is dit," zeide hij, "en hoe eindeloos is Gods macht, zelfs in

zijne verschrikkelijkste openbaringen."

Deze uitstorting van brandende lava bedekte de zijden van den berg

met een waar tapijt van vlammen; het onderste gedeelte van den

ballon werd in den nacht verlicht; eene brandende hitte bereikte het

schuitje, en doctor Ferguson haastte zich die gevaarlijke stelling te

verlaten. Tegen 10 uur des avonds was de berg slechts een rood punt

aan den horizon, en de ballon vervolgde rustig zijne reis naar eene

minder hooge luchtstreek.

Vijf weken in een luchtballon · 第 25 / 56 题