Vreemde geruchten.--Een nachtelijke aanval.--Kennedy en Joe
in den boom.--Twee schoten.--Help! help!--Antwoord in het
Fransch.--De morgen.--De zendeling.--Het plan van redding.
De nacht was zeer duister. De doctor had het land niet kunnen
herkennen, hij lag vast aan een hoogen boom, dien hij in den donker
nauwelijks kon zien. Volgens zijne gewoonte nam hij de wacht van
negen uur en te middernacht verving Dick hem. "Waak goed, Dick,
waak zorgvuldig."--"Is er iets nieuws?"--"Neen, maar ik heb beneden
ons vreemde geluiden gehoord, ik weet niet waarheen de wind ons heeft
gevoerd; overmaat van onvoorzichtigheid kan niet schaden."--"Gij zult
het gehuil van eenige dieren wel hebben gehoord."--"Neen! het kwam
mij voor iets geheel anders te wezen, kortom, wek ons bij het minste
alarm."--"Wees gerust."
Na voor het laatst oplettend te hebben geluisterd, legde de doctor
zich, toen hij niets hoorde, onder zijn deken en sliep weldra in. De
hemel was met dikke wolken bedekt, maar geen windje bewoog de lucht;
de Victoria, aan een enkel anker vastgehouden, ondervond geene
schommeling. Kennedy op het schuitje geleund, om op de gaspijp te
passen, beschouwde deze sombere stilte; hij zag naar den horizon,
en, zoo als het met onrustige of voorzichtige menschen het geval is,
zijn blik meende soms onzekere flikkeringen te zien. Op een oogenblik
geloofde hij zelfs op tweehonderd schreden iets waar te nemen, maar
het was slechts eene flikkering, en hij zag niets meer. Kennedy stelde
zich gerust en verviel weder in zijne besluitelooze beschouwing,
toen een scherp gefluit de lucht doorkliefde. Was dit het geluid
van een dier, van een nachtvogel? kwam het van menschenlippen? Daar
Kennedy al het hachelijke van hun toestand kende, was hij op het
punt zijne reisgezellen te wekken, maar hij zeide tot zich zelven,
dat in allen gevalle menschen of beesten buiten zijn bereik waren;
hij zag dus zijne wapens na en, met zijn nachtkijker keek hij verder
in de ruimte. Hij meende weldra beneden zich onzekere gedaanten
te zien, die naar den boom slopen; bij een straal der maan, die
als een bliksemschicht van tusschen twee wolken te voorschijn kwam,
herkende hij duidelijk een troep gedaanten, die zich in de duisternis
bewogen. Het avontuur der hondekoppen kwam hem weder voor den geest,
hij legde de hand op den schouder des doctors. Deze werd terstond
wakker.--"Stil," zeide Kennedy, "laat ons zacht spreken."--"Is er
iets?"--"Ja, laat ons Joe wakker maken."--Zoodra deze was opgestaan,
verhaalde de jager wat hij had gezien.--"Nog al deze vervloekte
apen?" zeide Joe.--"Het is mogelijk, maar wij moeten onze voorzorgen
nemen."--"Joe en ik," zeide Kennedy, "zullen langs de ladder naar
den boom af klimmen."--"En in dien tijd," zeide de doctor, "zal ik
mijne maatregelen nemen om spoedig te kunnen opstijgen."--"Dat is
afgesproken."--"Laat ons afdalen," zeide Joe.--"Bedient u slechts
in de uiterste noodzakelijkheid van uwe wapenen," zeide de doctor,
"het is niet noodig onze tegenwoordigheid in deze streken te verraden."
Dick en Joe antwoordden door een teeken. Zij lieten zich zonder gerucht
te maken naar den boom afglijden en plaatsten zich op eenige sterke
takken, waaraan het anker vast zat. Sedert eenige minuten luisterden
zij stil en onbeweeglijk in de bladeren; bij eene zekere kraking van de
schors, die zich deed hooren, greep Joe de hand van den Schot.--"Hoort
gij niet?"--"Ja, het nadert."--"Als het een slang was? Dat gefluit,
dat gij hebt gehoord...."--"Neen, het was iets menschelijks."--"Ik houd
het liever met de wilden, die kruipende dieren staan mij tegen."--"Het
geluid wordt sterker," hernam Kennedy eenige oogenblikken daarna. "Ja,
men klautert naar boven."--"Houd de wacht aan dien kant, ik belast
mij met den anderen."--"Goed."
Beiden bevonden zich afgezonderd op den top van een hoofdtak eens
boababs; de duisternis, nog vermeerderd door de dichte bladeren, was
volkomen; echter zeide Joe, zich naar het oor van Kennedy neigende
en hem het onderste deel van den boom aanwijzende: "Negers."
Eenige woorden op zachten toon gewisseld, werden zelfs door de twee
reizigers gehoord. Joe legde bedaard zijn geweer aan.--"Wacht,"
zeide Kennedy.
Wilden hadden inderdaad den baobab beklommen, zij kwamen van alle
kanten te voorschijn, op de takken kruipende als slangen, langzaam
maar zeker klimmende; zij verrieden zich door een onaangenamen geur
van een stinkend vet. [40] Weldra vertoonden zich twee hoofden aan
de blikken van Kennedy en Joe, op de hoogte van den tak, waarop zij
zaten.--"Geef acht," zeide Kennedy, "vuur!" De twee schoten weerklonken
als en donderslag en stierf weg te midden van kreten van smart. In een
oogenblik was de geheele troep verdwenen. Maar te midden van het gehuil
hoorde men een vreemden, onverwachten kreet! Eene menschelijke stem
had duidelijk deze woorden in het Fransch uitgesproken: "Help! help!"
Kennedy en Joe gingen verbaasd zoo spoedig mogelijk naar het schuitje
terug.--"Hebt gij het gehoord?" zeide de doctor.--"Zonder twijfel! dien
doordringenden kreet: Help! help! Een Franschman in handen dezer
barbaren!"--"Een reiziger."--"Een zendeling misschien!"--"De
ongelukkige," riep de reiziger uit, "men vermoordt, men martelt hem."
De doctor nam het woord, terwijl hij te vergeefs zijne ontroering
trachtte te verbergen, en zeide: "Er valt niet aan te twijfelen,
een ongelukkige Franschman is in handen dezer wilden gevallen. Wij
zullen niet vertrekken, zonder alles te hebben gedaan om hem te
redden; aan onze geweerschoten heeft hij eene ongehoopte hulp,
eene tusschenkomst der Voorzienigheid herkend. Wij zullen die hoop
niet teleurstellen. Zijt gij van mijn gevoelen?"--"Zeker, Samuel,
wij zijn gereed u te gehoorzamen."--"Laat ons dan handelen en als
de morgen aanbreekt, zullen wij trachten hem te ontvoeren."--"Maar
hoe zullen wij die ellendige negers verjagen?" vroeg Kennedy.--"Het
is duidelijk voor mij," zeide de doctor, "aan de wijze waarop zij
gevloden zijn, dat zij de vuurwapens niet kennen; wij moeten dus
ons voordeel doen met hun schrik, maar den dag afwachten om te
handelen, en wij zullen overeenkomstig de gelegenheid der plaats
een reddingsplan beramen."--"Die ongelukkige kan niet ver af zijn,"
zeide Joe, "want...."--"Help! help!" herhaalde de stem, op zwakke
toon.--"Die barbaren!" riep Joe uit. "Als zij hem nu eens nog dezen
nacht dooden."--"Hoort gij, Samuel," hernam Kennedy, de hand van
den doctor vattende, "als zij hem, dezen nacht dooden?"--"Dat is
niet waarschijnlijk; deze volksstammen, mijne vrienden, doen hunne
gevangenen op klaarlichten dag sterven, zij hebben het zonlicht
noodig!"--"Als ik dan van den nacht gebruik maakte," zeide de
Schot, "om naar dien ongelukkige te gaan?"--"Ik vergezel u, mijnheer
Dick."--"Stil, mijne vrienden. Dit voornemen doet uw hart en uwen moed
eer aan, maar gij zoudt ons allen blootstellen en hem dien wij willen
redden nog meer benadeelen."--"Waarom?" vroeg Kennedy. "Deze wilden
zijn verschrikt, verstrooid! Zij zullen niet terugkeeren."--"Dick,
ik bid u, gehoorzaam mij, ik handel voor het algemeen welzijn; als
gij u bij toeval liet verrassen zou alles verloren zijn."--"Maar die
ongelukkige, die wacht! Niemand antwoordt hem, niemand komt hem ter
hulp. Hij zal gelooven dat hij zich vergist heeft, dat hij niets heeft
gehoord."--"Men kan hem geruststellen," zeide doctor Ferguson. En in
't midden der duisternis opstaande maakte hij van zijne hand een
roeper en riep met krachtige stem in de taal van den vreemdeling:
"Wie gij ook zijt, heb vertrouwen! Drie vrienden waken over u!" Een
vreeslijk gehuil antwoordde hem, dat ongetwijfeld het antwoord van
den gevangene verdoofde.--"Men doodt hem! men gaat hem dooden!" riep
Kennedy uit; "onze tusschenkomst heeft slechts gediend om het uur
zijner doodstraf te verhaasten! Wij moeten handelen."--"Maar hoe,
Dick? wat zult gij in deze duisternis doen?"--"O! als het dag
was!" riep Joe uit.--"Welnu, als het dag was?" vroeg de doctor op
zonderlingen toon.--"Niets eenvoudiger, Samuel," antwoordde de jager,
"ik zou op de aarde afdalen en deze ellendelingen met geweerschoten
verstrooien."--"En gij, Joe?" vroeg Ferguson.--"Ik, meester, ik
zou voorzichtiger handelen en den gevangene doen weten, in eene
overeengekomen richting te vluchten."--"Hoe zoudt gij hem dit bericht
doen toekomen?"--"Door middel van dezen pijl, dien ik in de vlucht
heb opgevangen en waaraan ik een briefje zou vasthechten, dewijl die
negers onze taal niet verstaan."--"Uwe plannen zijn onuitvoerlijk,
mijne vrienden, de grootste moeielijkheid voor dien ongelukkige zou
zijn, zich te redden, toegestemd dat hij de waakzaamheid zijner beulen
kon misleiden. Wat u betreft, mijn waarde Dick, met uwe stoutmoedigheid
en gebruik makende van den schrik door onze vuurwapenen veroorzaakt,
zou uw plan misschien gelukken, maar als het mislukte, zoudt gij
verloren zijn en wij zouden twee personen in plaats van een moeten
redden. Neen, wij moeten alle gunstige kansen aan onze zijde brengen
en anders handelen."--"Maar dadelijk," zeide de jager.--"Misschien,"
antwoordde Samuel, op dit woord drukkende.--"Mijn meester, zijt gij dan
in staat deze duisternis te verdrijven?"--"Wie weet het, Joe."--"O! als
gij dat doet, dan roep ik u uit tot den eersten geleerde der wereld!"
De doctor zweeg eenige oogenblikken, hij dacht na. Zijne twee
reisgezellen beschouwden hem met ontroering, zij waren door dezen
buitengewonen toestand opgewonden. Weldra hernam Ferguson het woord:
"Zie hier mijn plan," zeide hij. "Er blijft ons 200 pond ballast,
dewijl de zakken, die wij hebben medegenomen, nog onaangeroerd zijn. Ik
neem aan dat die gevangene, een man die klaarblijkelijk door lijden is
uitgeput, evenveel weegt als een van ons, er zal ons dus nog ongeveer
zestig pond overblijven om weg te werpen, ten einde spoediger te
stijgen."--"Hoe denkt gij dan te handelen?" vroeg Kennedy.--"Zie hier,
Dick, gij zult mij toestemmen dat als het mij gelukt den vreemdeling te
bereiken en ik eene hoeveelheid ballast wegwerp, die gelijk is aan zijn
gewicht, dat ik niets heb veranderd aan het evenwicht van den ballon,
maar dan moet ik, als ik eene snelle opstijging wil bewerkstelligen om
aan deze negers te ontsnappen, krachtiger middelen aanwenden. Als ik
nu deze overmaat van ballast op het gegeven oogenblik wegwerp, ben ik
er zeker van dat wij zeer snel stijgen."--"Dat is duidelijk."--"ja,
maar er is eene zwarigheid, namelijk dat ik, door later te dalen,
eene hoeveelheid gas zal moeten verliezen evenredig met de overmaat
van ballast, die ik heb weggeworpen. Dit gas is eene kostbare zaak,
maar men kan het verlies niet betreuren als het behoud van een
mensch op het spel staat."--"Gij hebt gelijk, Samuel, wij moeten
alles opofferen om hem te redden."--"Laat ons dan handelen en legt
deze zakken zóó op den rand van het schuitje dat zij terstond kunnen
worden weggeworpen."--"Maar die duisternis?"--"Zij verbergt onze
voorbereidselen en zal eerst verdwijnen als die zijn geëindigd. Draagt
zorg alle wapenen onder ons bereik te houden, misschien zullen
wij moeten schieten; wij hebben voor de karabijn één schot, voor
de twee geweren vier schoten, twaalf voor de twee revolvers dat is
in alles zeventien, die in het vierde gedeelte eener minuut kunnen
gelost worden. Maar misschien zullen wij daartoe onze toevlucht niet
behoeven te nemen. Zijt gij gereed?"--"Ja," antwoordde Joe.
De zakken waren gerangschikt, de wapenen gereed.--"Goed," zeide de
doctor. "Houdt een oog over alles. Joe zal den ballast naar beneden
werpen en Dick den gevangene ontvoeren, maar niets gebeure zonder
mijn bevel. Joe, ga eerst het anker losmaken en klim spoedig weder
in het schuitje."--Joe liet zich langs het touw afglijden en kwam na
eenige oogenblikken terug. De Victoria nu vrij geworden zweefde bijna
onbeweeglijk in de lucht. Gedurende dien tijd verzekerde de doctor
zich van eene genoegzame hoeveelheid gas in de mengkist om des noods
de gaspijp te vullen zonder dat het noodig was zijne toevlucht te
nemen tot de werking der Bunsensche batterij; hij nam de twee geheel
geïsoleerde electroden (geleidraden), die dienden tot de ontleding
van het water, weg; vervolgens in zijn reiszak zoekende, haalde hij
er twee koolspitsen uit, die hij aan het uiteinde van iederen draad
bevestigde. Zijne twee vrienden keken hem aan zonder het te begrijpen,
maar zwegen; toen de doctor zijn arbeid verricht had, ging hij midden
in het schuitje overeind staan, nam eene koolspits in iedere hand
en bracht de punten bij elkander. Plotseling zag men een verblindend
licht tusschen de twee koolspitsen; een electriek licht verdreef de
duisternis van den nacht.--"O, meester!" zeide Joe.--"Geen woord,"
zeide de doctor.