De Nijl.--De bevende berg.--Herinnering aan het land.--De
verhalen der Arabieren.--De Nyam-Nyam.--Verstandige
overleggingen van Joe.--De opstijging van
luchtballons.--Mevrouw Blanchard.
"Welke richting nemen wij?" vroeg Kennedy, toen hij zijn vriend
het kompas zag raadplegen.--"Noord-noordwest."--"Duivels! dat is
het noorden niet!"--"Neen, Dick, en ik geloof dat wij moeite zullen
hebben om Gondokoro te bereiken; het spijt mij, maar wij hebben de
onderzoekingen van het oosten verbonden met die van het noorden,
wij hebben geen klagen."
De Victoria verwijderde zich langzamerhand van den Nijl.--"Laat ons
den laatsten blik slaan," zeide de doctor, "op die onoverschrijdbare
breedte, welke de onverschrokkenste reizigers niet hebben kunnen
overkomen. Ziedaar die onhandelbare stammen, beschreven door Petherick,
d'Arnaud, Miani en dien jongen reiziger, Lejean, aan wien wij de
beste werken over den Opper-Nijl verschuldigd zijn."--"Dus zijn
onze ontdekkingen in overeenstemming met de voorspellingen der
wetenschap?" vroeg Kennedy.--"Geheel en al. De bronnen der Witte
rivier, van den Bahr-el-Abiad, zijn verborgen in een meer, dat even
groot is als eene zee, daar is zijn oorsprong, de dichtkunst zal er
zonder twijfel bij verliezen; men vooronderstelde zoo gaarne dat die
koning der stroomen een hemelschen oorsprong had; de ouden noemden
hem Oceaan, en men geloofde bijna, dat hij onmiddellijk uit de zon
stroomde; van tijd tot tijd moet men aannemen wat de wetenschap
ons leert, er zullen misschien niet altijd geleerden, maar altijd
dichters zijn."--"Men ziet nog watervallen," zeide Joe.--"Het
zijn de watervallen van Makedo, op drie graden breedte. Niets is
nauwkeuriger! O, hadden wij eenige uren den loop van den Nijl kunnen
volgen!"--"En daar ginds, voor ons uit," zeide de jager, "zie ik een
berg."--"Dat is de berg Logwek, de Bevende Berg der Arabieren; deze
geheele streek is bezocht door Debono, die haar doortrok onder den
naam van Latif Effendi. De stammen in de nabuurschap van den Nijl
zijn elkander vijandig en voeren een verdelgingsoorlog. Gij kunt
gemakkelijk begrijpen welke groote gevaren hij heeft moeten doorstaan."
De wind dreef den ballon naar het noordwesten. Om den berg Logwek
te mijden moest men een meer afwijkenden luchtstroom zoeken.--"Mijne
vrienden!" zeide de doctor, "hier begint onze Afrikaansche doortocht;
tot hiertoe hebben wij slechts de sporen onzer voorgangers gevolgd. Nu
gaan wij ons in geheel onbekende streken begeven, de moed zal ons
niet ontbreken."--"Nooit!" riepen Dick en Joe eenstemmig uit.--"Op
weg dan en dat de Hemel ons bijsta."
Ten tien ure des avonds kwamen de reizigers over holle wegen; wouden en
verspreide dorpen aan de zijde van den Bevenden Berg, wiens hellingen
zij langs trokken. Op dezen gedenkwaardigen dag van den 23sten April
hadden zij, in vijftien uren, door een snellen wind voortgejaagd,
meer dan 315 mijlen doorloopen. Maar dit laatste gedeelte der reis
had bij hen een treurigen indruk achtergelaten, een diep stilzwijgen
heerschte in het schuitje. Was doctor Ferguson verdiept in zijne
ontdekkingen? Dachten zijne twee reisgezellen aan den doortocht van
onbekende streken? Dit was het zeker, vergezeld van de levendigste
herinneringen aan Engeland en verwijderde vrienden. Joe alleen was
onbekommerd, daar hij het zeer natuurlijk, vond dat het vaderland niet
daar was, als het afwezig was, maar hij eerbiedigde het stilzwijgen
van Samuel Ferguson en Dick Kennedy. Ten tien uur des avonds "ankerde"
de Victoria op de hoogte van den Berg [39]; men gebruikte een stevig
maal en allen sliepen beurtelings, onder de hoede van een hunner.
Des anderen daags kwamen vroolijker denkbeelden in hen op; het was
fraai weder en de wind woei uit den goeden hoek; een ontbijt, dat door
Joe zeer werd opgevroolijkt, bracht hen geheel in een goed humeur. De
streek, die zij op dit oogenblik doortrokken, is uitgestrekt; zij
grenst aan het Maangebergte en aan de bergen van Darfour; zij is
ongeveer zoo groot als Europa. "Wij reizen zonder twijfel," zeide de
doctor, "door hetgeen men onderstelt het koningrijk Usoga te zijn;
eenige aardrijkskundigen hebben beweerd, dat er in het midden van
Afrika een uitgestrekt dal bestond, een onmetelijk middelmeer. Wij
zullen zien of dit eenigen schijn van waarheid heeft."--"Maar hoe
heeft men deze onderstelling kunnen maken?" vroeg Kennedy.--"Door de
verhalen der Arabieren. Die menschen zijn goede verhalers, te veel
vertellers misschien. Eenige reizigers, te Kazeh of aan de grootere
Meren, hebben slaven gezien, die van de middelstreken kwamen; zij
hebben hen ondervraagd over hun land, zij hebben die verschillende
berichten vereenigd en daaruit stelsels afgeleid. Onder dit alles
is er altoos iets waars, en, gij ziet het, men bedroog zich niet
ten opzichte van den oorsprong van den Nijl."--"Niets was juister,"
antwoordde Kennedy.--"Door middel van die berichten heeft men gepoogd
kaarten te maken, ik zal ook onzen weg nemen volgens eene daarvan en
haar des noods verbeteren."--"Wordt deze geheele streek bewoond?" vroeg
Joe.--"Zeker, en slecht."--"Ik vermoedde het."--"Deze verstrooide
stammen zijn onder den algemeenen naam Nyam-Nyam bekend, en deze naam
is niets anders dan eene klanknabootsing: hij bootst het geluid van
het kauwen na."--"Volkomen," zeide Joe; "nyam! nyam!"--"Mijn beste
Joe, als gij de onmiddellijke oorzaak van deze klanknabootsing waart,
zoudt gij die niet zoo goed vinden."--"Wat wilt gij zeggen?"--"Dat men
deze volksstammen als menscheneters beschouwt."--"Is dit zeker?"--"Zeer
zeker; men had ook beweerd dat deze inlanders een staart droegen even
als viervoetige dieren, maar men heeft weldra gezien, dat deze staart
behoorde tot de beestevellen, waarmede zij bedekt zijn."--"Des te
erger! een staart is zeer goed om de muskieten te verjagen."--"Dat is
mogelijk, Joe, maar men moet dit tot de fabelen terug wijzen, even als
de hondekoppen, die de reiziger Brun-Rollet aan zekere volksstammen
toekende."--"Hondekoppen? Dat is zeer gemakkelijk om te blaffen en
menscheneter te wezen."--"Wat ongelukkig bewaarheid is, is de woestheid
dier volken, die zeer gretig zijn op menschenvleesch."--"Ik wensch
dat zij niet veel smaak in mijn persoon mogen hebben."--"Meent gij
dat?" zeide de jager.--"Het is zoo, mijnheer Dick. Als ik ooit in
een oogenblik van hongersnood moet worden opgegeten, dan wil ik dat
het zij ten behoeve van u en mijn meester! Maar deze zwarten met mijn
eigen vleesch te voeden, foei! ik zou van schaamte sterven."--"Welnu,
mijn brave Joe," zeide Kennedy, "dat is afgesproken, wij rekenen op
u bij gelegenheid."--"Tot uw dienst, mijne heeren."--"Joe spreekt
zoo," zeide de doctor, "omdat wij voor hem zullen zorg dragen en hem
goed vetmesten."--"Misschien," antwoordde Joe, "de mensch is zoo'n
zelfzuchtig dier."
In den namiddag werd de hemel bedekt met een heeten mist, die uit den
grond opkwam en nauwelijks veroorloofde de voorwerpen op de aarde te
onderscheiden; daarom gaf de doctor, vreezende tegen een of anderen
top te stooten, tegen vijf uur het teeken om stil te houden. De
nacht verliep zonder dat er iets voorviel, maar men moest in deze
diepe duisternis van waakzaamheid verdubbelen. De passaatwind woei
hevig in den morgenstond van den volgenden dag; de wind drong in de
binnenste holten van den ballon, hij slingerde hevig de uiteinden waar
de uitzettingspijpen uitkwamen; men moest deze met touwen vastmaken,
hetgeen Joe zeer behendig deed. Tevens bewerkte het dat de opening
van den luchtballon vast gesloten bleef.--"Dit is voor ons dubbel
belangrijk," zeide doctor Ferguson, "wij vermijden vooreerst het
verlies van een kostbaar gas, vervolgens laten wij om ons heen geene
ontvlambare stof, die ten laatste in brand zou vliegen."--"Dat zou
een leelijk geval zijn," zeide Joe.--"Neen! Het gas zou langzaam
branden en wij zouden met geringe snelheid dalen; een gelijk ongeluk
is overkomen aan eene Fransche luchtreizigster, mevrouw Blanchard;
zij stak haar ballon in brand door vuurwerk af te steken, maar zij
zou niet gevallen en gedood zijn, als haar schuitje niet gestooten had
tegen een schoorsteen, vanwaar zij op de aarde werd geworpen."--"Laat
ons hopen dat niets dergelijks ons gebeuren zal," zeide de jager;
"tot hiertoe schijnt onze tocht niet gevaarlijk en ik zie geen
reden die ons verhindert ons doel te bereiken."--"Ik ook niet, mijn
waarde Dick; overigens zijn de ongelukken meestal veroorzaakt door de
onvoorzichtigheid der luchtreizigers, of door de slechte constructie
van hun toestel. Evenwel rekent men op eenige duizenden opstijgingen
geen twintig ongelukken, die den dood ten gevolge hebben gehad. Wij
moeten dus in dergelijk geval geen voorzorg verwaarloozen."--"Het is
tijd om te ontbijten," zeide Joe: "wij zullen ons tevreden stellen
met verduurzaamd vleesch en koffie, totdat mijnheer Kennedy middel
zal gevonden hebben om ons op een goed stuk wildbraad te onthalen."