XVIII.

Karagwah.--Het meer Ukéréoué.--Een nacht op een eiland.--De

Evenaar.--Overtocht van het meer.--De watervallen.--Gezicht van

het land.--De bronnen van den Nijl.--Het eiland Benga.--De

handteekening van Andreas Debono.--Het Paviljoen met de

wapenen van Engeland.

Des anderen daags ten vijf uur begonnen de toebereidselen tot

het vertrek. Joe brak met dezelfde bijl, die hij gelukkig had

teruggevonden, de slagtanden van den olifant. De Victoria sleepte de

reizigers naar het noord-oosten met eene snelheid van 18 mijlen.

De doctor had den vorigen avond zijn bestek gemaakt door middel van

de hoogste ster. Hij wist dat hij op 2° 40' Zuiderbreedte was, hij

trok talrijke dorpen over zonder zich te bekommeren over de kreten,

door zijne verschijning veroorzaakt, hij teekende den vorm der planten

op, hij stak de hellingen van den Rubemhé over, die bijna even stijl

waren als de toppen van den Ousagara en ontmoette later, te Tenga,

de eerste heuvels van den Karawah, die volgens hem noodzakelijk een

tak van het Maangebergte moet zijn. Maar de oude legende die van

deze bergen de bron van den Nijl maakt, kwam zeer na aan de waarheid,

dewijl zij grenzen aan het meer Ukéréoué, vermoedelijke vergaderplaats

der wateren van de groote rivier.

Van Kafuro, een groot district van inlandsche kooplieden, bemerkte hij

eindelijk aan den horizon dit zoo zeer gezochte meer, dat de kapitein

Speke den 3den Augustus 1858 zag. Samuel Ferguson voelde zich ontroerd;

hij bereikte bijna een der voornaamste punten van zijn onderzoek,

en met den verrekijker voor het oog, verloor hij geen enkelen hoek

van die geheimzinnige streek, die zijn blik aldus beschreef:

Onder hem een over het algemeen uitgemergeld land met nauwelijks eenige

bebouwde gleuven; de grond bedekt met kegels van eene middelmatige

grootte, werd vlak in de nabijheid van het meer; de gerstvelden

vervingen de rijstvelden; daar groeide de weegbree, waaruit de wijn

des lands wordt bereid en de "mwani," eene wilde plant, die tot koffie

dient. De vereeniging van een vijftal ronde hutten, bedekt met stroo,

vormde de hoofdstad van Karagwah.

Men bemerkte gemakkelijk de verbaasde gedaanten van een zeer schoon

ras, van een bruingele kleur. Vrouwen van een buitengewone dikte

sleepten zich voort door de plantages, en de doctor verwonderde

zijne metgezellen ten hoogste, toen hij hun verhaalde dat deze

zwaarlijvigheid, die op hoogen prijs wordt gesteld, verkregen wordt

door eene verplichte levensmanier, bestaande in het gebruik van

zure melk.

Des middags bevond zich de ballon op 1° 45' Zuider breedte, ten een uur

dreef de wind hem naar het meer. Dit meer is door kapitein Speke Nyanza

[36] Victoria genoemd. Op deze plaats mat hij 90 mijlen breedte; aan

het zuidelijk uiteinde vond de kapitein een groep eilanden, die hij

Archipel van Bengalen noemde. Hij zette zijn onderzoek tot Muanza, op

de Oostkust voort, waar hij door den Sultan goed werd ontvangen. Hij

maakte de triangulatie van dit gedeelte van het meer, maar kon geene

schuit krijgen om over te steken noch om het groote eiland Ukéréoué te

bezoeken. Dit eiland is reeds zeer volkrijk, wordt door drie Sultans

bestuurd en schijnt bij laag water slechts een schier-eiland.

De Victoria kwam meer noordelijk aan het meer, tot groote spijt van

den doctor, die liever de benedenste omtrekken had willen bepalen. De

oevers schenen bezet met doornachtige en verwarde struiken, die

letterlijk verdwenen onder millioenen lichtbruine muskieten; dit land

moest onbewoonbaar en onbewoond zijn; men zag troepen rivierpaarden

zich in het riet wentelen of de vlucht nemen onder de witachtige

wateren van het meer.

Dit meer, van boven gezien, bood naar het westen een zeer uitgestrekten

horizon, zoodat het wel eene zee scheen; de afstand tusschen de twee

oevers is groot genoeg dat er geene gemeenschap kan plaats hebben;

en er heerschen talrijke hevige stormen, want de winden woeden hevig

in die verheven en open kom.

De doctor had moeite om zich te richten, hij vreesde naar het oosten

te worden gevoerd, maar gelukkig dreef een luchtstroom hem recht naar

het noorden en des avonds ten zes uur bleef de Victoria stil op een

klein onbewoond eiland, op 0° 30' breedte en 32° 52' lengte op 20

mijlen van de kust.

De reizigers konden het anker aan een boom vasthechten, en daar de

wind tegen den avond bedaard was, bleven zij stil op hunne ankers. Men

kon er niet aan denken om op den grond te gaan; legioenen muskieten

bedekten hier, even als op de oevers van den Nyanza, den bodem met

eene dikke wolk. Joe zelfs kwam van den boom terug met steken bedekt,

maar hij werd niet boos, zoo natuurlijk vond hij dit van de muskieten.

De doctor echter, die er niet zoo over dacht, vierde zooveel

touw als hij kon, om aan die insecten te ontkomen, die met een

verontrustend gegons stegen. Hij bevond de hoogte van het meer

boven het oppervlak der zee, zooals kapitein Speke die bepaald had,

namelijk 3750 voet. "Hier zijn wij dan op een eiland," zeide Joe,

die zich vreeselijk krabde.--"Wij zouden het spoedig omgetrokken,

zijn," antwoordde de jager "en behalve die beminnelijke insecten

bemerkt men er geen levend wezen."--"De eilanden, die in het meer

liggen," antwoordde doctor Ferguson, "zijn om de waarheid te zeggen,

slechts toppen van verdronken heuvels, maar wij zijn gelukkig er

eene schuilplaats te hebben gevonden, want de oevers van het meer

worden door woeste stammen bewoond. Slaapt nu, dewijl de hemel

ons een rustigen nacht belooft."--"Zult gij niet hetzelfde doen,

Samuel?"--"Neen, ik zou geen oog kunnen sluiten, mijne gedachten zouden

mijn slaap verdrijven! Morgen, mijne vrienden, als de wind gunstig

is, zullen wij recht noordwaarts gaan en misschien de bronnen van den

Nijl, dat ondoordringbare geheim, ontdekken. Zoo dicht bij de bronnen

van de groote rivier zou ik niet kunnen slapen." Kennedy en Joe, die

niet zoozeer door wetenschappelijke gedachten werden beziggehouden,

vielen weldra onder de bewaking van den doctor in diepen slaap.

Des Woensdags den 23sten April des morgens ten 4 uur maakte de

Victoria zich gereed om te vertrekken bij donkere lucht; de nacht kon

moeielijk scheiden van de wateren van het meer, dat door een dikken

mist werd omringd, maar weldra dreef een hevige wind deze nevelen uit

elkander. De Victoria slingerde eenige minuten naar verschillende

kanten en ging toen recht noordwaarts. Doctor Ferguson klapte van

vreugd in de handen. "Wij zijn op den goeden weg," zeide hij. "Nu

of nooit zullen wij den Nijl zien, mijne vrienden! hier zullen wij

den evenaar passeeren, wij komen in ons halfrond."--"O!" zeide Joe,

"denkt gij, meester, dat de evenaar hier over heen gaat?"--"Ja,

mijn jongen!"--"Welnu, met uw verlof, het schijnt mij passend hem te

besproeien zonder tijd te verliezen."--"Neem een glas grog," antwoordde

de doctor lachende, "gij hebt eene manier om de wereldbeschrijving

op te vatten, die gansch niet gek is." Dus vierde men in den Victoria

het passeeren van de Linie.

Deze ging snel voort. Men bemerkte in het westen de lage en weinig

oneffen kust, verder op de hoogere vlakten van den Uganda en den

Usoga. De snelheid van den wind werd bijna 30 mijlen in het uur.

De wateren van den Nyanza, hevig beroerd, schuimden als de baren

eener zee. Aan zekere grondgolven, die langen tijd na de windstilte

schommelden, herkende de doctor, dat het meer eene groote diepten

moest hebben, men zag nauwelijks een of twee ruwe schuitjes gedurende

dien snellen overtocht. "Dit meer," zeide de doctor, "is door zijne

verhevene ligging blijkbaar de natuurlijke vergaarbak der rivieren

van Oostelijk Afrika; de hemel geeft het in regen weder wat hij in

dampen aan zijne uitvloeiende wateren ontneemt. Het komt mij zeker

voor, dat de Nijl zijn oorsprong hier moest hebben."--"Wij zullen

het wel zien," hernam Kennedy.

Omtrent negen uur naderde men de Westkust, welke verlaten en met

hout begroeid scheen; de wind sloeg een weinig om naar het oosten,

en men kon den anderen oever van het meer even zien. Deze kromde

zich en eindigde in een zeer stompen hoek, op ongeveer 2° 10'

Noorderbreedte. Aan dit uiteinde van den Nyanza staken hooge bergen

hunne naakte kruinen in de hoogte, maar tusschen hen verschafte eene

diepe en bochtige engte een doorgang aan eene schuimende rivier.

Terwijl hij zijn luchtballon bestuurde, onderzocht doctor Ferguson het

land met gretigen blik. "Ziet," zeide hij, "ziet, mijne vrienden! de

verhalen der oude Arabieren waren juist. Zij spraken van eene rivier

door welke het meer Ukéréoué zich in het noorden ontlastte, en deze

rivier bestaat, wij volgen haren loop en zij stroomt met eene snelheid,

die met de onze kan worden vergeleken! Het water, dat onder onze

voeten wegvloeit, gaat zich zekerlijk vereenigen met de golven der

Middellandsche zee! Het is de Nijl!"--"Het is de Nijl!" herhaalde

Kennedy, die in de verrukking van Samuel Ferguson deelde.--"Leve de

Nijl!" riep Joe uit.

Ontzaglijke rotsen verhinderden hier en daar den loop dezer

geheimzinnige rivier. Het water schuimde en vormde watervallen, die het

vermoeden des doctors bevestigden. Talrijke bergstroomen, schuimende

in hunnen val, ontsproten aan deze omringende bergen, het oog telde hen

bij honderden. Men zag uit den grond dunne stralen water te voorschijn

komen, die elkander kruisten, zich met elkander vereenigden, in

snelheid wedijverden en allen naar die rivier vloeiden.--"Ziedaar den

Nijl," herhaalde de doctor met overtuiging. "De oorsprong van zijn naam

even als de bron zijner wateren, heeft de geleerden hartstochtelijk

bezig gehouden; men heeft hem willen afleiden uit het Grieksch,

het Koptisch, het Sanskriet [37]; maar hieraan is weinig gelegen,

dewijl eindelijk het geheim van zijne bronnen ontdekt is."--"Maar,"

zeide de jager, "hoe kunnen wij ons verzekeren dat deze rivier en die,

welke de reizigers van het noorden hebben herkend, dezelfde is?"--"Wij

zullen zekere, onwederlegbare bewijzen hebben," antwoordde Ferguson,

"als de wind ons nog één uur gunstig blijft."

De bergen verwijderden zich van elkander en maakten plaats voor

talrijke dorpen en velden bezaaid met sesam, dourrah en suikerriet. De

stammen dezer streken toonden zich vijandig, zij schenen eerder tot

toorn dan tot aanbidding geneigd; zij hadden een voorgevoel van gevaren

en niet van goden. Het scheen dat men, naar de bronnen van den Nijl

gaande, hun iets kwam ontnemen. De Victoria moest buiten bereik der

musketten blijven.--"Hier te lande zal het moeielijk gaan," zeide de

Schot.--"Welnu," antwoordde Joe, "des te erger voor deze inlanders,

wij berooven hen van het genoegen met ons te spreken."--"Ik moet

echter dalen," antwoordde doctor Ferguson, "al was het maar voor

een kwartier. Zonder dat kan ik de resultaten van ons onderzoek niet

staven."--"Het is dus noodzakelijk, Samuel?"--"Ja, wij zullen dalen,

al moesten wij geweerschoten lossen."--"De zaak bevalt mij," antwoordde

Kennedy.--"Als gij wilt, meester," zeide Joe, die zich tot het gevecht

gereed maakte.--"Het zal de eerste maal niet wezen, dat men met de

wapens in de hand de wetenschap heeft beoefend; iets dergelijks is

een Fransch geleerde overkomen in de bergen van Spanje, toen hij den

aardschen meridiaan opnam."--"Wees gerust, Samuel; vertrouw op uwe

twee lijfwachten."--"Zijn wij er, mijnheer?"--"Nog niet. Wij gaan

zelfs stijgen om den juisten vorm van het land te herkennen."

Het waterstofgas zette zich uit, en in minder dan tien minuten zweefde

de Victoria op eene hoogte van 2500 voet. Vandaar onderscheidde men

een groot net van rivieren, die de stroom in zijne bedding opnam; er

kwamen meer van het westen, tusschen de talrijke heuvelen, te midden

van vruchtbare velden. "Wij zijn op geen 90 mijlen van Gondokoro,"

zeide de doctor, op zijne kaart wijzende "en op minder dan vijf

mijlen afstands van het punt, bereikt door de onderzoekers van het

noorden. Laat ons voorzichtig de aarde naderen." De Victoria daalde

meer dan 2000 voet. "Mijne vrienden! laat ons nu op, elk toeval

voorbereid zijn."--"Wij zijn gereed," antwoordden Dick en Joe.--"Goed!"

De Victoria volgde weldra de bedding der rivier op nauwelijks

honderd voet hoogte. De Nijl was op die plaats 50 vaam [38] breed

en de inlanders werden oproerig in de dorpen, die hare oevers

omzoomden. Op den tweeden graad vormt hij een waterval van tien voet

hoog, die bijgevolg onoverschrijdbaar is. "Daar is de waterval door

Debono aangewezen," riep de doctor uit. De kom van den stroom werd

breeder en was met talrijke eilanden bezet, die Samuel Ferguson met

den blik als verslond; hij scheen een merk te zoeken, dat hij nog niet

bespeurde. Eenige negers waren in eene schuit onder den ballon naderbij

gekomen. Kennedy begroette hen met een geweerschot, dat, zonder hen te

bereiken, hen noodzaakte spoedig den oever te bereiken.--"Goede reis,"

zeide Joe, "in hunne plaats zou ik het niet wagen terug te komen,

ik zou bevreesd zijn voor een monster, dat naar willekeur den bliksem

slingerde." Plotseling nam de doctor zijn verrekijker en richtte dien

op een eiland in het midden der rivier.--"Vier boomen!" riep hij uit,

"ziet, daar ginds."--Inderdaad er verhieven zich vier boomen aan het

uiteinde.--"Het is het eiland Benga! Ja, het is het wel!" voegde hij er

bij.--"Welnu, wat dan?" vroeg Dick.--"Daar zullen wij nederdalen, als

het God behaagt!"--"Maar het schijnt bewoond, mijnheer Samuel!"--"Joe

heeft gelijk, als ik mij niet bedrieg zie ik daar een twintigtal

inlanders verzameld."--"Wij zullen hen op de vlucht drijven, dat

zal niet moeielijk zijn," antwoordde Ferguson.--"Zoo als gezegd is,"

hernam de jager.

De zon was in het toppunt, de Victoria naderde het eiland. De negers,

die tot den stam van Makado behoorden, slaakten woeste kreten. Een

van hen slingerde zijn hoed van boomschors door de lucht. Kennedy nam

hem tot mikpunt, gaf vuur en de hoed vloog in stukken. Het was eene

algemeene vlucht. De negers wierpen zich in den stroom en zwommen

hem over, van de twee oevers kwam eene hagelbui van kogels en een

regen van pijlen, maar zonder eenig gevaar voor den luchtballon

wiens anker in eene rotsspleet vast zat. Joe liet zich naar beneden

zakken.--"De ladder," riep de doctor, "volg mij, Kennedy."--"Wat wilt

gij doen?"--"Laat ons afdalen, ik moet een getuige hebben."--"Hier ben

ik."--"Joe! pas goed op."--"Wees gerust, mijnheer! ik sta voor alles

in."--"Kom, Dick!" zeide de doctor, voet op den grond zettende. Hij

nam zijn gezel mede naar eene groep rotsen, die zich aan het uiteinde

van het eiland verhieven, daar zocht hij eenigen tijd, doorsnuffelde

de struiken en reet zich de handen open. Eensklaps greep hij den arm

van den jager.--"Zie," zeide hij.--"Letters!"--Inderdaad kwamen twee

letters in de rots gegriffeld geheel te voorschijn. Men las eindelijk:

A. D.

"A. D." hernam doctor Ferguson, "Andrea Debono. De handteekening

van denzelfden reiziger, die het verst den loop van den Nijl

gevolgd is."--"Dit is onbetwistbaar, vriend Samuel!"--"Zijt gij nu

overtuigd?"--"Het is de Nijl! wij kunnen er niet aan twijfelen."

De doctor keek voor de laatste maal naar die kostbare letters, wier

vorm en grootte hij nauwkeurig opteekende. "En nu," zeide hij, "naar

den ballon."--"Spoedig dan, want ik zie eenige inlanders, die zich

gereed maken den stroom weder over te trekken."--"Het kan ons nu weinig

schelen. Als de wind ons eenige uren noordwaarts op drijft, zullen wij

Gondokoro bereiken en de hand onzer landgenooten drukken." Tien minuten

daarna verhief zich de Victoria statig, terwijl doctor Ferguson,

ten teeken van een goeden uitslag, de Engelsche vlag ontrolde.

Vijf weken in een luchtballon · 第 21 / 56 题