Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het
anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood
van het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras.--Een nacht
op de aarde.
Des Maandags tegen vier uur des morgens kwam de zon boven den horizon;
de wolken verspreidden zich en een aangename wind verfrischte
den eersten morgenglans. De aarde verscheen weder voor de oogen
der reizigers. De ballon op de plaats omdraaiende, te midden der
tegenovergestelde luchtstroomen, was bijna niets afgeweken; de
doctor het gas temperende, deed hem eindelijk dalen om eene meer
noordelijke richting te krijgen. Lang zocht hij te vergeefs, de wind
sleepte den ballon naar het westen tot in het gezicht van het beroemde
Maangebergte, dat in een halven cirkel rondom het uiteinde van het meer
Tanganayika lag; deze bergketen weinig oneffen, teekende zich met eene
blauwachtige tint aan den horizon af; men zou gezegd hebben dat het
eene natuurlijke vesting was, onoverschrijdbaar voor de onderzoekers
van het midden van Afrika, en eenige alleen staande kegels droegen de
sporen van altijddurende sneeuw.--"Hier zijn wij nu," zeide de doctor,
"in een nooit doorzocht land; kapitein Burton is ver in het westen
gekomen, maar hij heeft deze befaamde bergen niet kunnen bereiken;
hij heeft zelfs hun bestaan ontkend, dat door Speke, zijn metgezel,
werd bevestigd; hij beweert dat zij ontstaan zijn in de verbeelding
van dezen laatsten; voor ons, mijne vrienden, is geen twijfel meer
mogelijk."--"Zullen wij er over trekken?" vroeg Kennedy.--"Neen,
als het God behaagt; ik hoop een gunstigen wind te vinden, die mij
naar den evenaar terugbrengt, ik zal zelfs wachten als dat noodig
is en ik zal met onzen ballon doen, even als met een schip dat het
anker uitwerpt bij tegenwind."
Maar wat de doctor voorzien had gebeurde weldra; na verschillende
hoogten te hebben beproefd, ging de Victoria noordwaarts op met eene
middelmatige snelheid.--"Wij zijn in de goede richting," zeide hij,
zijn kompas raadplegende, "en nauwelijks 200 voet van den grond af,
hetgeen alles gelukkig samenwerkt tot het onderzoeken dezer nieuwe
streken; toen kapitein Speke uitging op de ontdekking van het
meer Ukéréoué, ging hij meer oostwaarts, in eene rechte lijn boven
Kazeh."--"Zullen wij lang zoo gaan?" vroeg Kennedy.--"Misschien, ons
doel is een weinig naar den kant van de bronnen van den Nijl te gaan en
wij moeten meer dan 600 mijlen doorreizen tot aan de uiterste grenzen,
die de onderzoekers, uit het noorden gekomen, hebben bereikt."--"En
zullen wij geen voet op de aarde zetten?" vroeg Joe, "om de beenen een
weinig los te maken?"--"Zeker; wij moeten ook met onze levensmiddelen
spaarzaam zijn, en gij mijn beste Dick, zult ons verder nog van versch
vleesch voorzien."--"Zoodra gij wilt, Samuel!"--"Wij moeten ook onzen
voorraad water vernieuwen, wie weet of wij ook niet naar waterlooze
streken zullen gevoerd worden? Men kan niet te veel voorzorgen nemen."
Des middags bevond de ballon zich op 29° 15' lengte en 3° 15'
breedte. Hij ging over het dorp Uyofu, laatste noordelijke grens
van Unyamwezy, op de hoogte van het meer Ukéréoué, dat men nog
niet kon ontdekken. De volksstammen dicht bij den evenaar schijnen
een weinig beschaafder te zijn en worden door monarchen bestuurd,
wier despotismus onbeperkt is; het dichtsbewoond is het landschap
Karagwah. De drie reizigers besloten op de eerste gunstige plaats
op de aarde te dalen. Men moest langer stil houden en de luchtballon
zou zorgvuldig nagezien worden; de vlam van de gaspijp was gematigd;
de ankers buiten het schuitje hangende, sleepten weldra over het
gras eener uitgestrekte weide, die van zekere hoogte bekeken met eene
dunne graslaag bedekt scheen, maar die in werkelijkheid begroeid was,
met gras ter hoogte van zeven à acht voet dik. De Victoria raakte dit
gras aan zonder het te buigen, even als een reusachtige vlinder; geen
enkele plek waar het anker kon ingrijpen, het was als een onafgebroken
oceaan van groen. "Wij zullen aldus lang kunnen voortgaan," zeide
Kennedy, "ik zie geen boom, dien wij kunnen naderen, ik geloof dat
van de jacht niet veel zal komen."--"Wacht wat, mijn waarde Dick,
gij zoudt in dit gras, dat taaier is dan gij zelf, niet kunnen jagen;
wij zullen wel eene gunstige plaats vinden."
Het was in waarheid eene bekoorlijke wandeling, een ware vaart over
die zoo groene, bijna doorschijnende zee, met zachte golvingen,
door den wind veroorzaakt. Het schuitje rechtvaardigde zijn naam en
scheen de golven te doorklieven, met dit onderscheid dat soms eene
vlucht prachtig gekleurde vogels met vreugdekreten uit het gras te
voorschijn kwam; de ankers sleepten door dit meer van bloemen en
maakten eene vore, die achter hen sloot even als het kielzog van een
schip. Plotseling kreeg de ballon een hevigen schok, het anker was
zonder twijfel vastgeraakt in eene rotsspleet, die onder dit hooge
gras was verborgen.--"Wij zitten vast," zeide Joe.--"Welnu! werp de
ladder uit," antwoordde de jager.
Deze woorden waren nauwelijks geuit of een schorre kreet weergalmde
in de lucht, terwijl de reizigers het volgende, onsamenhangende
gesprek voerden.--"Wat is dat?"--"en vreemde kreet."--"Zie,
wij gaan voort!"--"Het anker is losgeraakt."--"Wel neen! het zit
altijd vast," zeide Joe, die het touw naar zich toehaalde.--"De
rots loopt."--Eene groote beweging had plaats in het gras, en
weldra verhief zich eene langwerpige gedaante daarboven.--"Eene
slang!" zeide Joe.--"Eene slang!" riep Kennedy uit, den haan
zijner karabijn overhalende.--"Neen!" zeide de doctor, "het is een
olifantsnuit."--"Een olifant, Samuel?" En Kennedy, dit zeggende,
schouderde zijn geweer.--"Wacht, Dick!"--"Zonder twijfel! Het dier
heeft ons op sleeptouw genomen."--"En wel naar den goeden kant."
De olifant ging met eene zekere snelheid voort en kwam weldra aan
eene opene plek, waar men hem geheel kon zien; aan zijne reusachtige
gestalte herkende de doctor een mannetje van een prachtig ras: hij
droeg twee witachtige slagtanden, die op eene bewonderenswaardige
wijze waren gebogen en acht voet lang waren, het anker zat daar
stevig tusschen.
Het dier beproefde te vergeefs zich met zijn snuit van het touw te
ontdoen, waarmede het aan het schuitje was vast gemaakt.--"Vooruit"
riep Joe uit, ten toppunt van vreugde, en zoo goed hij kon dit vreemde
span aanzettende. "Dit is weer eene nieuwe manier van reizen! Wij
doen het niet minder!--Een olifant als 't u blieft!" "Maar waarheen
voert hij ons?" vroeg Kennedy. Zijne karabijn brandde hem in de
hand.--"Hij voert ons waar wij heen willen mijn waarde Dick, een
weinig geduld!"--"Voorwaarts! Voorwaarts!" schreeuwde de verheugde Joe.
Het dier liep nu in snellen galop; het wierp zijn snuit rechts
en links, en door zijne sprongen gaf het hevige schokken aan het
schuitje. De doctor was met de bijl in de hand gereed het touw door
te snijden als het noodig was.--"Maar" zeide hij, "wij zullen ons
slechts op het laatste oogenblik van ons anker scheiden."
Deze tocht op sleeptouw van een olifant duurde bijna anderhalf uur;
het beest scheen in het minst niet vermoeid. Deze ontzaglijke
dikhuidige dieren kunnen verre wegen afleggen en van den eenen
dag op den anderen vindt men hen op groote afstanden, even als de
walvisschen, aan welke zij gelijk zijn in grootte en snelheid.--"Het
is een walvisch, dien wij geharpoend hebben," zeide Joe "en wij
bootsen slechts de bewegingen der walvischvaarders gedurende hunne
vangst na." Maar eene verandering in de gesteldheid van het terrein
verplichtte den doctor zijn middel van beweging te wijzigen. Een dik
bosch van camaldoren verscheen ten Noorden van het weiland op ongeveer
drie mijlen afstands, waardoor het noodig werd den ballon van zijn
sleeper te scheiden. Kennedy werd dus belast om den olifant in zijn
loop te stuiten; hij legde zijne karabijn aan, maar zijne stelling was
niet gunstig om het dier met goed gevolg te treffen; een eerste kogel
op den schedel gericht, sloeg plat als op een pantserplaat, het dier
scheen er niet door verontrust te zijn; op het geluid der losbranding
versnelde het zijn galop en zijne vaart was gelijk aan die van een
hollend paard.--"Duivels!" zeide Kennedy, "welk een harde kop!" zeide
Joe.--"Wij zullen eenige puntkogels boven op den schouder beproeven,"
hernam Dick, zijne karabijn zorgvuldig ladende, en hij gaf vuur. Het
dier stootte een verschrikkelijker! kreet uit, maar ging steeds
voort. "Laat ons zien," zeide Joe, zich met een der geweren wapenende,
"ik moet u helpen, mijnheer Dick, of er komt geen einde aan." En twee
kogels troffen de zijde van het dier. De olifant bleef stilstaan,
stak zijn snuit in de hoogte, maar hernam met alle snelheid zijn loop
naar het bosch, hij schudde zijn ontzaglijken kop en het bloed begon
bij stroomen uit zijne wonden te vloeien.--"Wij moeten voortgaan met
vuren mijnheer Dick."--"En met een goed onderhouden vuur," voegde de
jager er bij, "wij zijn geen 2000 meter meer van het bosch."
Nog tien geweerschoten knalden, de olifant deed een verschrikkelijken
sprong; het schuitje en de ballon kraakten, zoodat men dacht dat alles
gebroken was; de schok deed de bijl uit de handen des doctors op den
grond vallen. De toestand werd nu zorgwekkend; het ankertouw, dat
stevig vast zat, kon noch losgemaakt noch door de messen der reizigers
afgesneden worden, de ballon naderde snel het bosch, toen het dier
een kogel in het oog kreeg, op het oogenblik dat hij zijn kop ophief;
het bleef sidderend stil staan, zijne knieën zakten ineen en het gaf
zijne zijde aan den jager bloot.--"Een kogel in het hart," zeide deze,
voor de laatste maal zijne karabijn lossende. De olifant brulde in
zijn doodstrijd, hij richtte zich een oogenblik op terwijl hij zijn
snuit deed ronddraaien, vervolgens viel hij met zijne geheele zwaarte
op een zijner slagtanden, die afbrak. Hij was dood.--"Zijn slagtand is
gebroken!" riep Kennedy uit, "dit is een stuk ivoor dat in Engeland 35
guinjes [35] de 100 pond zou gelden."--"Zooveel!" zeide Joe, terwijl
hij zich langs het ankertouw op den grond liet zakken.--"Waarover
gevoelt gij spijt, mijn waarde Dick?" antwoordde doctor Ferguson. "Zijn
wij handelaars in ivoor of hier gekomen om fortuin te maken?"
Joe onderzocht het anker; het was stevig vastgehecht aan den slagtand,
die ongeschonden was gebleven. Samuel en Dick sprongen op den grond,
terwijl de luchtballon boven het lichaam van het dier zweefde.--"Welk
een prachtig beest!" riep Kennedy uit. "Ik heb in Indië geen olifant
van deze grootte gezien."--"Dat is geen wonder, Dick, de olifanten
van de binnenlanden van Afrika zijn de schoonste. De Andersons, de
Cummings hebben zoo dikwijls in de omstreken van de Kaap jacht op
hen gemaakt, dat zij naar den evenaar wijken, waar wij hen dikwijls
in talrijke troepen zullen ontmoeten."--"Onder de hand hoop ik
dezen eens te proeven! Ik verbind mij u een lekker maal te bezorgen
ten koste van dit dier. Mijnheer Kennedy gaat een paar uur jagen,
Mijnheer Samuel zal den ballon nazien en in dien tijd zal ik het eten
gereed maken."--"Dat is goed," antwoordde de doctor, "doe zoo als gij
goedvindt."--"Wat mij betreft," zeide de jager, "ik ga de twee uren
vrijheid besteden, die Joe mij heeft toegestaan."--"Ga mijn vriend,
maar bega geen onvoorzichtigheid. Verwijder u niet te ver."--"Wees
gerust." En Dick ging met zijn geweer het bosch in.
Toen begon Joe zich van zijne taak te kwijten. Hij maakte eerst in de
aarde een gat van twee voet diep en vulde het met droog hout, dat in
overvloed op den grond lag en afkomstig was van de openingen in het
bosch, gemaakt door de olifanten, waarvan men de sporen zag. Het gat
gevuld zijnde, legde hij daarboven op een twee voet hoogen brandstapel
en stak dien in brand. Vervolgens keerde hij naar het lichaam van den
olifant terug, dat nauwelijks op zestig voet afstand van die plaats
was gevallen, hij sneed er den snuit af, die aan het begin bijna twee
voet dik was, koos er het lekkerste gedeelte van en voegde er een der
pooten van het dier bij; dit zijn inderdaad de lekkerste stukken,
even als de bult van den bison, de poot van den beer en de kop van
het wilde zwijn. Toen de brandstapel van binnen en buiten geheel
verteerd was, was het gat, bevrijd van de asch en de kolen, zeer heet;
de stukken van den olifant, omringd door geurige bladeren, werden
op den bodem van dien geïmproviseerden oven gelegd en met heete asch
bedekt, vervolgens maakte Joe een tweeden brandstapel daarover heen,
en toen die verteerd was, was het vleesch gaar. Vervolgens haalde
Joe het uit het fornuis en legde het op groene bladeren en richtte
nu den maaltijd aan op een prachtig grasperk; hij bracht beschuiten,
brandewijn, koffie en putte versch water uit eene naburige beek. Dit
aldus aangerichte maal was inderdaad aanlokkelijk, en Joe dacht,
dat het met nog meer genoegen zou gegeten worden.--"Eene reis
zonder vermoeienis en zonder gevaar!" herhaalde hij, "een maal op
zijn tijd! altijd eene goede hangmat, wat kan men meer vergen? En die
mijnheer Kennedy wilde niet meegaan!" Van zijn kant onderzocht Ferguson
nauwkeurig den luchtballon. Hij scheen niets geleden te hebben, het
taf en de gutta percha hadden verwonderlijk goed weerstand geboden;
toen hij de tegenwoordige hoogte van den grond opnam en de stijgkracht
van den ballon berekende, zag hij met voldoening dat het waterstofgas
niet was verminderd; het omkleedsel bleef tot nu toe ondoordringbaar.
Het was slechts vijf dagen geleden dat de reizigers Zanzibar hadden
verlaten, van de pemmican was nog niets gebruikt, de voorraad beschuit
en verduurzaamd vleesch waren voldoende voor eene lange reis, men
moest dus slechts versch water innemen. De pijpen en de slang schenen
in goeden staat; door hunne geledingen van caoutchouc hadden zij
alle slingeringen van den luchtballon kunnen volgen. Het onderzoek
geëindigd zijnde, bracht de doctor zijne aanteekeningen in orde. Hij
maakte eene vrij goed uitgevallen schets van het omringende veld, met
het lange onafzienbare weiland, het bosch en den ballon onbeweeglijk
hangende boven het lichaam van den ontzettenden olifant. Na twee
uren kwam Kennedy terug met vette patrijzen en een dijstuk van een
oryx, eene soort van gemsbok, die tot de vlugste soort van antilopen
behoort. Joe belastte zich met eene grootere hoeveelheid voorraad
gereed te maken.--"Maar het eten is gereed," zeide hij met zijn
liefelijkst stemgeluid.--
De drie reizigers behoefden slechts op het grasperk te gaan zitten;
men vond de pooten en den snuit van den olifant zeer smakelijk;
men dronk op Engeland, zoo als altoos, en de geur van havanahsigaren
verspreidde zich voor het eerst in deze bekoorlijke streek. Kennedy
at, dronk en praatte voor vier, hij was verrukt en stelde in ernst
aan zijn vriend den doctor voor, zich in dit bosch neer te zetten,
er eene hut van bladeren te maken en de heerschappij der Afrikaansche
Robinsons te beginnen. Het voorstel had geen gevolg, hoewel Joe de
rol van Vrijdag voor zich had willen nemen. Het veld scheen zoo stil,
zoo verlaten, dat de doctor besloot den nacht op de aarde door te
brengen; Joe legde een kring van vuren aan, iets dat noodzakelijk was
tegen de wilde dieren; want de hyena's, jaguars en jakhalzen, gelokt
door het olifantenvleesch, slopen in den omtrek rond. Kennedy moest
herhaaldelijk zijne karabijn lossen op al te stoutmoedige bezoekers;
maar de nacht ging om zonder eenig onaangenaam voorval.