XVII.

Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het

anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood

van het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras.--Een nacht

op de aarde.

Des Maandags tegen vier uur des morgens kwam de zon boven den horizon;

de wolken verspreidden zich en een aangename wind verfrischte

den eersten morgenglans. De aarde verscheen weder voor de oogen

der reizigers. De ballon op de plaats omdraaiende, te midden der

tegenovergestelde luchtstroomen, was bijna niets afgeweken; de

doctor het gas temperende, deed hem eindelijk dalen om eene meer

noordelijke richting te krijgen. Lang zocht hij te vergeefs, de wind

sleepte den ballon naar het westen tot in het gezicht van het beroemde

Maangebergte, dat in een halven cirkel rondom het uiteinde van het meer

Tanganayika lag; deze bergketen weinig oneffen, teekende zich met eene

blauwachtige tint aan den horizon af; men zou gezegd hebben dat het

eene natuurlijke vesting was, onoverschrijdbaar voor de onderzoekers

van het midden van Afrika, en eenige alleen staande kegels droegen de

sporen van altijddurende sneeuw.--"Hier zijn wij nu," zeide de doctor,

"in een nooit doorzocht land; kapitein Burton is ver in het westen

gekomen, maar hij heeft deze befaamde bergen niet kunnen bereiken;

hij heeft zelfs hun bestaan ontkend, dat door Speke, zijn metgezel,

werd bevestigd; hij beweert dat zij ontstaan zijn in de verbeelding

van dezen laatsten; voor ons, mijne vrienden, is geen twijfel meer

mogelijk."--"Zullen wij er over trekken?" vroeg Kennedy.--"Neen,

als het God behaagt; ik hoop een gunstigen wind te vinden, die mij

naar den evenaar terugbrengt, ik zal zelfs wachten als dat noodig

is en ik zal met onzen ballon doen, even als met een schip dat het

anker uitwerpt bij tegenwind."

Maar wat de doctor voorzien had gebeurde weldra; na verschillende

hoogten te hebben beproefd, ging de Victoria noordwaarts op met eene

middelmatige snelheid.--"Wij zijn in de goede richting," zeide hij,

zijn kompas raadplegende, "en nauwelijks 200 voet van den grond af,

hetgeen alles gelukkig samenwerkt tot het onderzoeken dezer nieuwe

streken; toen kapitein Speke uitging op de ontdekking van het

meer Ukéréoué, ging hij meer oostwaarts, in eene rechte lijn boven

Kazeh."--"Zullen wij lang zoo gaan?" vroeg Kennedy.--"Misschien, ons

doel is een weinig naar den kant van de bronnen van den Nijl te gaan en

wij moeten meer dan 600 mijlen doorreizen tot aan de uiterste grenzen,

die de onderzoekers, uit het noorden gekomen, hebben bereikt."--"En

zullen wij geen voet op de aarde zetten?" vroeg Joe, "om de beenen een

weinig los te maken?"--"Zeker; wij moeten ook met onze levensmiddelen

spaarzaam zijn, en gij mijn beste Dick, zult ons verder nog van versch

vleesch voorzien."--"Zoodra gij wilt, Samuel!"--"Wij moeten ook onzen

voorraad water vernieuwen, wie weet of wij ook niet naar waterlooze

streken zullen gevoerd worden? Men kan niet te veel voorzorgen nemen."

Des middags bevond de ballon zich op 29° 15' lengte en 3° 15'

breedte. Hij ging over het dorp Uyofu, laatste noordelijke grens

van Unyamwezy, op de hoogte van het meer Ukéréoué, dat men nog

niet kon ontdekken. De volksstammen dicht bij den evenaar schijnen

een weinig beschaafder te zijn en worden door monarchen bestuurd,

wier despotismus onbeperkt is; het dichtsbewoond is het landschap

Karagwah. De drie reizigers besloten op de eerste gunstige plaats

op de aarde te dalen. Men moest langer stil houden en de luchtballon

zou zorgvuldig nagezien worden; de vlam van de gaspijp was gematigd;

de ankers buiten het schuitje hangende, sleepten weldra over het

gras eener uitgestrekte weide, die van zekere hoogte bekeken met eene

dunne graslaag bedekt scheen, maar die in werkelijkheid begroeid was,

met gras ter hoogte van zeven à acht voet dik. De Victoria raakte dit

gras aan zonder het te buigen, even als een reusachtige vlinder; geen

enkele plek waar het anker kon ingrijpen, het was als een onafgebroken

oceaan van groen. "Wij zullen aldus lang kunnen voortgaan," zeide

Kennedy, "ik zie geen boom, dien wij kunnen naderen, ik geloof dat

van de jacht niet veel zal komen."--"Wacht wat, mijn waarde Dick,

gij zoudt in dit gras, dat taaier is dan gij zelf, niet kunnen jagen;

wij zullen wel eene gunstige plaats vinden."

Het was in waarheid eene bekoorlijke wandeling, een ware vaart over

die zoo groene, bijna doorschijnende zee, met zachte golvingen,

door den wind veroorzaakt. Het schuitje rechtvaardigde zijn naam en

scheen de golven te doorklieven, met dit onderscheid dat soms eene

vlucht prachtig gekleurde vogels met vreugdekreten uit het gras te

voorschijn kwam; de ankers sleepten door dit meer van bloemen en

maakten eene vore, die achter hen sloot even als het kielzog van een

schip. Plotseling kreeg de ballon een hevigen schok, het anker was

zonder twijfel vastgeraakt in eene rotsspleet, die onder dit hooge

gras was verborgen.--"Wij zitten vast," zeide Joe.--"Welnu! werp de

ladder uit," antwoordde de jager.

Deze woorden waren nauwelijks geuit of een schorre kreet weergalmde

in de lucht, terwijl de reizigers het volgende, onsamenhangende

gesprek voerden.--"Wat is dat?"--"en vreemde kreet."--"Zie,

wij gaan voort!"--"Het anker is losgeraakt."--"Wel neen! het zit

altijd vast," zeide Joe, die het touw naar zich toehaalde.--"De

rots loopt."--Eene groote beweging had plaats in het gras, en

weldra verhief zich eene langwerpige gedaante daarboven.--"Eene

slang!" zeide Joe.--"Eene slang!" riep Kennedy uit, den haan

zijner karabijn overhalende.--"Neen!" zeide de doctor, "het is een

olifantsnuit."--"Een olifant, Samuel?" En Kennedy, dit zeggende,

schouderde zijn geweer.--"Wacht, Dick!"--"Zonder twijfel! Het dier

heeft ons op sleeptouw genomen."--"En wel naar den goeden kant."

De olifant ging met eene zekere snelheid voort en kwam weldra aan

eene opene plek, waar men hem geheel kon zien; aan zijne reusachtige

gestalte herkende de doctor een mannetje van een prachtig ras: hij

droeg twee witachtige slagtanden, die op eene bewonderenswaardige

wijze waren gebogen en acht voet lang waren, het anker zat daar

stevig tusschen.

Het dier beproefde te vergeefs zich met zijn snuit van het touw te

ontdoen, waarmede het aan het schuitje was vast gemaakt.--"Vooruit"

riep Joe uit, ten toppunt van vreugde, en zoo goed hij kon dit vreemde

span aanzettende. "Dit is weer eene nieuwe manier van reizen! Wij

doen het niet minder!--Een olifant als 't u blieft!" "Maar waarheen

voert hij ons?" vroeg Kennedy. Zijne karabijn brandde hem in de

hand.--"Hij voert ons waar wij heen willen mijn waarde Dick, een

weinig geduld!"--"Voorwaarts! Voorwaarts!" schreeuwde de verheugde Joe.

Het dier liep nu in snellen galop; het wierp zijn snuit rechts

en links, en door zijne sprongen gaf het hevige schokken aan het

schuitje. De doctor was met de bijl in de hand gereed het touw door

te snijden als het noodig was.--"Maar" zeide hij, "wij zullen ons

slechts op het laatste oogenblik van ons anker scheiden."

Deze tocht op sleeptouw van een olifant duurde bijna anderhalf uur;

het beest scheen in het minst niet vermoeid. Deze ontzaglijke

dikhuidige dieren kunnen verre wegen afleggen en van den eenen

dag op den anderen vindt men hen op groote afstanden, even als de

walvisschen, aan welke zij gelijk zijn in grootte en snelheid.--"Het

is een walvisch, dien wij geharpoend hebben," zeide Joe "en wij

bootsen slechts de bewegingen der walvischvaarders gedurende hunne

vangst na." Maar eene verandering in de gesteldheid van het terrein

verplichtte den doctor zijn middel van beweging te wijzigen. Een dik

bosch van camaldoren verscheen ten Noorden van het weiland op ongeveer

drie mijlen afstands, waardoor het noodig werd den ballon van zijn

sleeper te scheiden. Kennedy werd dus belast om den olifant in zijn

loop te stuiten; hij legde zijne karabijn aan, maar zijne stelling was

niet gunstig om het dier met goed gevolg te treffen; een eerste kogel

op den schedel gericht, sloeg plat als op een pantserplaat, het dier

scheen er niet door verontrust te zijn; op het geluid der losbranding

versnelde het zijn galop en zijne vaart was gelijk aan die van een

hollend paard.--"Duivels!" zeide Kennedy, "welk een harde kop!" zeide

Joe.--"Wij zullen eenige puntkogels boven op den schouder beproeven,"

hernam Dick, zijne karabijn zorgvuldig ladende, en hij gaf vuur. Het

dier stootte een verschrikkelijker! kreet uit, maar ging steeds

voort. "Laat ons zien," zeide Joe, zich met een der geweren wapenende,

"ik moet u helpen, mijnheer Dick, of er komt geen einde aan." En twee

kogels troffen de zijde van het dier. De olifant bleef stilstaan,

stak zijn snuit in de hoogte, maar hernam met alle snelheid zijn loop

naar het bosch, hij schudde zijn ontzaglijken kop en het bloed begon

bij stroomen uit zijne wonden te vloeien.--"Wij moeten voortgaan met

vuren mijnheer Dick."--"En met een goed onderhouden vuur," voegde de

jager er bij, "wij zijn geen 2000 meter meer van het bosch."

Nog tien geweerschoten knalden, de olifant deed een verschrikkelijken

sprong; het schuitje en de ballon kraakten, zoodat men dacht dat alles

gebroken was; de schok deed de bijl uit de handen des doctors op den

grond vallen. De toestand werd nu zorgwekkend; het ankertouw, dat

stevig vast zat, kon noch losgemaakt noch door de messen der reizigers

afgesneden worden, de ballon naderde snel het bosch, toen het dier

een kogel in het oog kreeg, op het oogenblik dat hij zijn kop ophief;

het bleef sidderend stil staan, zijne knieën zakten ineen en het gaf

zijne zijde aan den jager bloot.--"Een kogel in het hart," zeide deze,

voor de laatste maal zijne karabijn lossende. De olifant brulde in

zijn doodstrijd, hij richtte zich een oogenblik op terwijl hij zijn

snuit deed ronddraaien, vervolgens viel hij met zijne geheele zwaarte

op een zijner slagtanden, die afbrak. Hij was dood.--"Zijn slagtand is

gebroken!" riep Kennedy uit, "dit is een stuk ivoor dat in Engeland 35

guinjes [35] de 100 pond zou gelden."--"Zooveel!" zeide Joe, terwijl

hij zich langs het ankertouw op den grond liet zakken.--"Waarover

gevoelt gij spijt, mijn waarde Dick?" antwoordde doctor Ferguson. "Zijn

wij handelaars in ivoor of hier gekomen om fortuin te maken?"

Joe onderzocht het anker; het was stevig vastgehecht aan den slagtand,

die ongeschonden was gebleven. Samuel en Dick sprongen op den grond,

terwijl de luchtballon boven het lichaam van het dier zweefde.--"Welk

een prachtig beest!" riep Kennedy uit. "Ik heb in Indië geen olifant

van deze grootte gezien."--"Dat is geen wonder, Dick, de olifanten

van de binnenlanden van Afrika zijn de schoonste. De Andersons, de

Cummings hebben zoo dikwijls in de omstreken van de Kaap jacht op

hen gemaakt, dat zij naar den evenaar wijken, waar wij hen dikwijls

in talrijke troepen zullen ontmoeten."--"Onder de hand hoop ik

dezen eens te proeven! Ik verbind mij u een lekker maal te bezorgen

ten koste van dit dier. Mijnheer Kennedy gaat een paar uur jagen,

Mijnheer Samuel zal den ballon nazien en in dien tijd zal ik het eten

gereed maken."--"Dat is goed," antwoordde de doctor, "doe zoo als gij

goedvindt."--"Wat mij betreft," zeide de jager, "ik ga de twee uren

vrijheid besteden, die Joe mij heeft toegestaan."--"Ga mijn vriend,

maar bega geen onvoorzichtigheid. Verwijder u niet te ver."--"Wees

gerust." En Dick ging met zijn geweer het bosch in.

Toen begon Joe zich van zijne taak te kwijten. Hij maakte eerst in de

aarde een gat van twee voet diep en vulde het met droog hout, dat in

overvloed op den grond lag en afkomstig was van de openingen in het

bosch, gemaakt door de olifanten, waarvan men de sporen zag. Het gat

gevuld zijnde, legde hij daarboven op een twee voet hoogen brandstapel

en stak dien in brand. Vervolgens keerde hij naar het lichaam van den

olifant terug, dat nauwelijks op zestig voet afstand van die plaats

was gevallen, hij sneed er den snuit af, die aan het begin bijna twee

voet dik was, koos er het lekkerste gedeelte van en voegde er een der

pooten van het dier bij; dit zijn inderdaad de lekkerste stukken,

even als de bult van den bison, de poot van den beer en de kop van

het wilde zwijn. Toen de brandstapel van binnen en buiten geheel

verteerd was, was het gat, bevrijd van de asch en de kolen, zeer heet;

de stukken van den olifant, omringd door geurige bladeren, werden

op den bodem van dien geïmproviseerden oven gelegd en met heete asch

bedekt, vervolgens maakte Joe een tweeden brandstapel daarover heen,

en toen die verteerd was, was het vleesch gaar. Vervolgens haalde

Joe het uit het fornuis en legde het op groene bladeren en richtte

nu den maaltijd aan op een prachtig grasperk; hij bracht beschuiten,

brandewijn, koffie en putte versch water uit eene naburige beek. Dit

aldus aangerichte maal was inderdaad aanlokkelijk, en Joe dacht,

dat het met nog meer genoegen zou gegeten worden.--"Eene reis

zonder vermoeienis en zonder gevaar!" herhaalde hij, "een maal op

zijn tijd! altijd eene goede hangmat, wat kan men meer vergen? En die

mijnheer Kennedy wilde niet meegaan!" Van zijn kant onderzocht Ferguson

nauwkeurig den luchtballon. Hij scheen niets geleden te hebben, het

taf en de gutta percha hadden verwonderlijk goed weerstand geboden;

toen hij de tegenwoordige hoogte van den grond opnam en de stijgkracht

van den ballon berekende, zag hij met voldoening dat het waterstofgas

niet was verminderd; het omkleedsel bleef tot nu toe ondoordringbaar.

Het was slechts vijf dagen geleden dat de reizigers Zanzibar hadden

verlaten, van de pemmican was nog niets gebruikt, de voorraad beschuit

en verduurzaamd vleesch waren voldoende voor eene lange reis, men

moest dus slechts versch water innemen. De pijpen en de slang schenen

in goeden staat; door hunne geledingen van caoutchouc hadden zij

alle slingeringen van den luchtballon kunnen volgen. Het onderzoek

geëindigd zijnde, bracht de doctor zijne aanteekeningen in orde. Hij

maakte eene vrij goed uitgevallen schets van het omringende veld, met

het lange onafzienbare weiland, het bosch en den ballon onbeweeglijk

hangende boven het lichaam van den ontzettenden olifant. Na twee

uren kwam Kennedy terug met vette patrijzen en een dijstuk van een

oryx, eene soort van gemsbok, die tot de vlugste soort van antilopen

behoort. Joe belastte zich met eene grootere hoeveelheid voorraad

gereed te maken.--"Maar het eten is gereed," zeide hij met zijn

liefelijkst stemgeluid.--

De drie reizigers behoefden slechts op het grasperk te gaan zitten;

men vond de pooten en den snuit van den olifant zeer smakelijk;

men dronk op Engeland, zoo als altoos, en de geur van havanahsigaren

verspreidde zich voor het eerst in deze bekoorlijke streek. Kennedy

at, dronk en praatte voor vier, hij was verrukt en stelde in ernst

aan zijn vriend den doctor voor, zich in dit bosch neer te zetten,

er eene hut van bladeren te maken en de heerschappij der Afrikaansche

Robinsons te beginnen. Het voorstel had geen gevolg, hoewel Joe de

rol van Vrijdag voor zich had willen nemen. Het veld scheen zoo stil,

zoo verlaten, dat de doctor besloot den nacht op de aarde door te

brengen; Joe legde een kring van vuren aan, iets dat noodzakelijk was

tegen de wilde dieren; want de hyena's, jaguars en jakhalzen, gelokt

door het olifantenvleesch, slopen in den omtrek rond. Kennedy moest

herhaaldelijk zijne karabijn lossen op al te stoutmoedige bezoekers;

maar de nacht ging om zonder eenig onaangenaam voorval.

Vijf weken in een luchtballon · 第 20 / 56 题