Voorteeken van onweer.--Het land der Maan.--De toekomst
van Afrika.--Het werktuig van het laatste uur.--Gezicht
van het land bij ondergaande zon.--Bloemen en planten.--Het
onweder.--De vuurgordel.--De sterrenhemel.
"Dat heet ik nu voor zonen der Maan door te gaan zonder hare
toestemming" zeide Joe; "zij heeft ons daar bijna een leelijken trek
gespeeld! Zoudt gij misschien, meester, haar goeden naam bezwalkt
hebben door uw geneesmiddel?"--"Wie was die Sultan van Kazeh?" vroeg
de jager.--"Een oude, halfdoode dronkaard," antwoordde de doctor,
"wiens verlies zich niet zeer levendig zal doen gevoelen. Maar
de zedeles hieruit is, dat eerbewijzen vergankelijk zijn en dat
men er niet te veel aan moet hechten."--"Des te erger," zeide Joe,
"het beviel mij wel! Aangebeden te worden! Naar willekeur voor god te
spelen! Maar wat wilt gij? de maan heeft zich vertoond en wel geheel
rood, hetgeen bewijst dat zij boos was!"--Gedurende deze gesprekken en
andere, waarin Joe de koningin der nacht uit een geheel nieuw oogpunt
beschouwde, bedekte de hemel zich in het noorden met dikke wolken;
een vrij hevige wind, beginnende op 300 voet afstand van den grond,
richtte den ballon naar het noord-noord-oosten; boven hem was het
azuren gewelf helder, maar men voelde dat het drukkend was.
De reizigers bevonden zich tegen 8 uur 's avonds op 32° 40' lengte
en 4° 17' breedte; de stroomen van den dampkring, onder den invloed
van een naderend onweder, stuwden hen voort met eene snelheid van
30 à 35 mijlen in het uur. Onder hunne voeten gingen de golvende en
vruchtbare vlakten van Mfuto snel voorbij. Het schouwspel daarvan
was allerprachtigst en werd bewonderd.--"Wij zijn in het midden
van het land der Maan," zeide doctor Ferguson, "want het heeft den
naam behouden, dien de oudheid het heeft gegeven, zonder twijfel,
omdat de maan er ten allen tijde aangebeden was. Het is waarlijk
een prachtig land."--"Men kon moeielijk een schooneren plantengroei
ontmoeten."--"Als men dezen rondom Londen vond, zou het niet natuurlijk
zijn," zeide Joe, "maar het zou zeer aangenaam wezen! Waarom vindt
men deze fraaie zaken alleen in onbeschaafde landen."--"Weet men
dan," hernam de doctor, "of deze landstreek niet te eeniger tijd het
middelpunt der beschaving zal wezen? De volken der toekomst zullen
misschien daartoe geraken, als de landen van Europa te uitgeput zijn om
hunne inwoners te voeden."--"Gelooft gij dat?" zeide Kennedy.--"Zonder
twijfel, mijn waarde Dick. Zie den loop der gebeurtenissen, beschouw
de achtereenvolgende volksverhuizingen en gij zult tot hetzelfde
besluit komen als ik. Azië is de eerste voedster van het menschdom,
is het niet zoo? Gedurende 4000 jaren misschien werkt het, wordt
bevrucht, brengt voort en vervolgens, toen de steenen blootkwamen,
daar, waar de goudgele oogsten van Homerus ontkiemden, verlieten
zijn bewoners haren uitgeputten en verwelkten schoot. Gij ziet hen
dan naar Europa komen, Europa, jong en matig, dat hen sedert 2000
jaren voedt. Maar reeds wordt Europa's vruchtbaarheid minder; hare
voortbrengende vermogens nemen dagelijks af, die nieuwe ziekten,
waarmede ieder jaar de voortbrengselen der aarde worden aangetast,
die mislukte oogsten, die onvoldoende hulpmiddelen, dat alles is het
zekere teeken van eene levenskracht die bederft, van eene aanstaande
uitputting. Wij zien ook reeds de volken zich naar Amerika begeven,
even als naar eene bron, die niet onuitputtelijk is, maar waaruit
men nooit heeft geput. Dat nieuwe vasteland zal op zijne beurt oud
worden, zijne door geene menschenhanden aangeraakte wouden zullen
vallen onder de bijl der nijverheid; zijn grond zal verzwakken
omdat hij te veel heeft voortgebracht, omdat men te veel van hem
heeft geëischt. Daar, waar jaarlijks twee oogsten rijpen, zal er
nauwelijks één goed gelukken, omdat die gronden uitgeput raken. Dan
zal Afrika aan de nieuwe geslachten de sedert eeuwen in zijn schoot
opgehoopte schatten aanbieden. Deze klimaten, noodlottig voor de
vreemdelingen, zullen gezuiverd worden door de verdeeling in akkers en
de besproeiing; deze verstrooide wateren zullen zich in eene algemeene
kom vereenigen om een bevaarbaar water te vormen. En dit land,
waarboven wij zweven, vruchtbaarder, rijker, met meer levenskrachten
begiftigd dan de anderen, zal een of ander groot koninkrijk worden,
waar men van nog wonderbaarlijker ontdekkingen zal hooren dan de
stoom en de electriciteit."--"Ah! mijnheer," zeide Joe, "dat zou ik
wel willen zien."--"Overigens," zeide Kennedy, "het tijdstip, waarop
de nijverheid alles tot haar voordeel zal aanwenden, moet vervelend
zijn! Door werktuigen uit te vinden, zullen de menschen zich door
hen laten vernielen! Ik heb mij altijd voorgesteld dat de laatste dag
der wereld die zou zijn, waarop een zekere ontzettend groote ketel,
heet gemaakt op eene drukking van 3000 millioen atmospheren [34],
onze aardbol zal doen springen."--"En ik voeg er bij," zeide Joe,
"dat de Amerikanen niet de laatsten zullen geweest zijn om aan de
machine te werken."--"Inderdaad," antwoordde de doctor, "zij zijn
groote ketelmakers! Maar zonder ons door dergelijke redeneeringen
te laten medeslepen, laten wij ons tevreden stellen met dit land der
Maan te bewonderen, dewijl het ons gegeven is het te zien."
De zon, hare laatste stralen door de massa's opeengehoopte wolken
nederschietende, versierde de minste verhevenheden van den grond
met eene gouden kruin, reusachtige boomen, heesterachtige planten,
mosplanten langs den grond, alles had zijn deel van dezen stroom
van licht, en het eenigszins golvende terrein verhief zich hier en
daar tot kleine kegelvormige heuvels; er waren geen bergen aan den
horizon, onmetelijke palissaden van struikgewas, ondoordringbare
heggen, doornstruiken scheidden de opene plekken van elkander, waar
talrijke dorpen verspreid lagen; de reusachtige wolfsmelk omsloot
hen met natuurlijke verschansingen, terwijl zij zich vermengden met
de koraalvormige takken der heesters.
Weldra begon de Malagazari, de voornaamste tak van het meer
Tanganayika, te kronkelen onder de groene boschjes; hij verleende
eene schuilplaats aan die groote menigte wateren, ontvloeid
aan bergstroomen, die gezwollen zijn ten tijde van den aanwas
van het water, of aan poelen in de kleiachtige laag van den grond
gegraven. Voor hen, die het van uit de hoogte beschouwden, was het een
net van watervallen over het geheele westelijke gedeelte des lands
gespreid. Beesten met groote bulten graasden in de vette weiden
en waren bijna geheel door het lange gras verborgen; de wouden,
die heerlijke geuren uitwasemden, vertoonden zich aan het oog als
groote ruikers; maar in die ruikers vluchtten leeuwen, luipaarden,
hyena's en tijgers om aan de hitte van den dag te ontkomen. Somtijds
deed een olifant de kruin van het kreupelhout golven en men hoorde het
gekraak der takken die voor de kracht van zijne slagtanden bezweken.
"Welk een land voor de jacht!" riep Kennedy verrukt uit; "een kogel in
het wild geschoten in dit woud zou een stuk wildbraad zijner waardig
ontmoeten! Zou men het niet eens kunnen beproeven?"--"Neen, mijn waarde
Dick! de nacht is op handen, een nacht dreigende met een onweder. De
onweders zijn verschrikkelijk in deze streken, waar de heete grond
gelijk is aan eene ontzettende electrische batterij."--"Gij hebt
gelijk, mijnheer!" zeide Joe, "de hitte is verstikkend geworden, de
wind is geheel gaan liggen, men gevoelt dat er iets op til is."--"De
dampkring is overladen met electriciteit," antwoordde de doctor,
"elk levend wezen is gevoelig voor deze gesteldheid der lucht, die de
worsteling der elementen voorafgaat, en ik beken dat ik nooit zoozeer
daarvan doordrongen was als nu."--"Welaan!" vroeg de jager, "zou dit
geen reden zijn om te dalen?"--"Juist integendeel, Dick! ik zou liever
willen stijgen. Ik vrees slechts verder van mijn weg medegesleept te
worden, terwijl deze luchtstroomen elkander kruisen."--"Wilt gij dan
de richting verlaten, die wij van de kust af volgen?"--"Als het mij
mogelijk is," antwoordde Ferguson, "zou ik liever zeven of acht graden
noordelijker opgaan; ik zal trachten aan de vermoedelijke breedte
der bronnen van den Nijl te komen, misschien zullen wij eenige sporen
ontdekken van de expeditie van kapitein Speke of van de karavaan van
M. de Heuglin. Als mijne aanteekeningen juist zijn, bevinden wij ons
op 32° 40' lengte, en ik wil rechtstreeks naar de andere zijde van den
evenaar gaan."--"Zie eens," zeide Kennedy, zijn metgezel in de reden
vallende, "zie eens deze nijlpaarden, die uit de poelen slurpen,
en die krokodillen, die de lucht zwaar inademen!"--"Zij stikken,"
zeide Joe. "O welk eene aangename manier van reizen, hoe tart en
veracht men al dit kwaadaardige ongedierte! Mijnheer Samuel! Mijnheer
Kennedy! Ziet toch eens die troepen dieren, die in gesloten gelederen
loopen! Zij zijn wel twee honderd in getal, het zijn wolven."--"Neen,
Joe! het zijn wilde honden; het is een verschrikkelijk ras, dat niet
bang is om leeuwen aan te vallen. Het is de ontzettendste ontmoeting
die een reiziger hebben kan. Hij wordt terstond verscheurd."--"Goed,
Joe zal er wel voor passen hun een muilband om te doen," antwoordde
de beminnelijke jongen; "maar als het in hun aard ligt kan men het
hun niet kwalijk nemen."
Langzamerhand werd het stiller onder den invloed van het onweder;
het scheen dat de verdikte lucht ongeschikt werd om het geluid voort
te planten; de dampkring scheen als gewatteerd en verloor, even
als eene zaal met tapijtwerk behangen allen weerklank. De roeier
(een hoogvliegende vogel), de gekroonde kraanvogel, de roode en
blauwe meerkollen, de spotvogel, de vliegeneter verdwenen in de
groote boomen. De geheele natuur bood de voorteekenen aan van een
aanstaand onweder.
Ten negen uur des avonds bleef de Victoria onbeweeglijk boven Mséné,
eene groote menigte vereenigde dorpen, die nauwelijks in de schaduw
zichtbaar waren; soms wees de terugkaatsing van een zonnestraal in
het stille water regelmatig verdeelde grachten aan, en door eene
laatste verlichting kon men de gedaante der palmen, tamarinden, wilde
vijgeboomen en reusachtige wolfsmelkboomen waarnemen.--"Ik stik,"
zeide de Schot, de ijl geworden lucht met volle teugen inademende,
"wij bewegen niet meer! Zullen wij dalen?"--"En het onweder?" zeide
de doctor vrij ongerust.--"Als gij vreest door den wind medegesleept
te worden, schijnt het mij toe, dat gij geene andere partij te kiezen
hebt."--"Het onweder zal misschien niet vóór den nacht losbarsten,"
zeide Joe, "de wolken zijn zeer hoog."--"Dat is zelfs eene reden, die
mij doet aarzelen er boven te stijgen; men zou tot eene groote hoogte
moeten rijzen, de aarde uit het gezicht verliezen en den geheelen nacht
niet weten of wij voortgaan en naar welken kant wij voortgaan."--"Neem
een besluit, waarde Samuel! er is haast bij."--"Het is verdrietig dat
de wind is gaan liggen," hernam Joe, "hij zou ons ver van het onweder
gevoerd hebben."--"Dat is te bejammeren, mijne vrienden! De wolken
zijn voor ons gevaarlijk; zij bevatten tegenovergestelde stroomen,
die ons in hun draaikolk kunnen slepen en bliksemvuren, die in staat
zijn ons in den brand te steken. Aan den anderen kant kan de kracht
van den rukwind ons ter aarde werpen als wij het anker in den top
van een boom werpen."--"Wat dan te doen?"--"Wij moeten den ballon
in eene streek houden, in het midden tusschen de gevaren der aarde
en die des hemels. Wij hebben water genoeg voor de gaspijp en onze
twee honderd pond ballast zijn nog onaangeroerd. Des noods zou ik mij
daarvan bedienen."--"Wij zullen met u waken," zeide de jager.--"Neen,
mijne vrienden! brengt den mondvoorraad in veiligheid en gaat slapen,
ik zal u wekken als het noodig is."--"Maar meester, zoudt gij niet
wel doen zelf rust te nemen, dewijl ons nog niets bedreigt?"--"Neen,
ik dank u, mijn jongen! ik wil liever waken. Wij zitten onbeweeglijk,
en als de omstandigheden niet veranderen, zullen wij ons morgen precies
op dezelfde plaats bevinden."--"Goeden avond, mijnheer!"--"Goeden
nacht, als het mogelijk is."--Kennedy en Joe, strekten zich onder
hunne dekens uit en de doctor alleen bleef waken.
Echter daalde de massa wolken langzamerhand en het werd
pikdonker. Het zwarte gewelf omringde den aardbol als om hem te
verpletteren. Eensklaps kliefde een sterke bliksemstraal de duisternis;
nauwelijks was de scheur door haar ontstaan, gesloten, of een hevige
donderslag deed hemel en aarde schudden.--"Op!" riep Ferguson. De
twee slapers op dit vreeslijk geraas wakker geworden, stelden zich te
zijner beschikking.--"Dalen wij?" zeide Kennedy.--"Neen, de ballon
zou dit niet kunnen weerstaan. Laat ons stijgen--voordat de wolken
zich in water oplossen en de wind opsteekt." En hij richtte de vlam
van de gaspijp in de spiralen der slang.
De onweders onder de keerkringen ontwikkelen zich met eene snelheid,
die aan hunne hevigheid evenredig is. Een tweede bliksemstraal
kliefde de wolk en werd door twintig anderen gevolgd. De hemel was als
bezaaid met electrieke vonken, die tusschen de groote regendroppels
heendwarlden.--"Wij hebben ons verlaat," zeide de doctor, "wij moeten
met onzen ballon, die met ontvlambare lucht gevuld is, eene streek van
vuur doortrekken!"--"Maar op de aarde?" hernam Kennedy.--"Het gevaar
om door den bliksem getroffen te worden, zou bijna hetzelfde zijn,
en wij zouden spoedig aan de takken der boomen blijven hangen."--"
Wij stijgen, mijnheer Samuel!"--"Spoediger! Nog spoediger!"
In dit gedeelte van Afrika is het, gedurende de onweders onder den
evenaar, niet zeldzaam dertig à vijf-en-dertig bliksemstralen in de
minuut te tellen. De hemel staat letterlijk in vuur en de donderslagen
houden niet op. De wind stak met eene verschrikkelijke hevigheid
op in dezen ontvlamden dampkring; hij zweepte de heete wolken; het
geleek op het blazen van een blaasbalg, die den brand deed aanwakkeren.
Doctor Ferguson hield zijne gasvlam op de volle hitte; de ballon
zette zich uit en steeg; Kennedy in het midden van het schuitje op de
knieën liggende, hield de zeilen der tent tegen. De ballon draaide
om duizelig te worden, en de reizigers ondervonden onrustbarende
schommelingen. Er kwamen groote deuken in het bekleedsel van den
luchtballon; de wind vloog er met hevigheid in, en het taf kraakte
onder zijn druk. Eene soort van hagel, voorafgegaan door een vreeslijk
geraas, doorkliefde den dampkring en kletterde op den ballon. Deze
steeg evenwel; de bliksemstralen verlichtten zijn omtrek, hij dreef
midden in het vuur.--"Wij zijn in Gods hand," zeide Ferguson; "Hij
alleen kan ons redden. Laat ons op ieder geval voorbereid zijn,
zelfs op brand, onze val kan niet snel zijn."
De stem des doctors kwam nauwelijks tot het oor zijner metgezellen,
maar zij konden zijn kalm gelaat zien te midden der bliksemflitsen;
hij beschouwde de verschijnselen van phosphorieke verlichting,
voortgebracht door het Sint Elmus vuur, dat boven den luchtballon
zweefde. Deze draaide en dwarrelde, maar steeg steeds; na een
kwartier was hij boven de onweerswolken; de electrieke stroomen
ontwikkelden zich onder hem, even alsof een groote cirkel vuurwerk
aan het schuitje hing. Dit was een der schoonste schouwspelen,
die de natuur den mensch kan geven. Beneden het onweder, boven den
sterrenhemel, kalm en bedaard, met de maan, die hare vreedzame stralen
op de jagende wolken wierp. Doctor Ferguson raadpleegde den barometer,
hij wees 12000 voet hoogte aan. Het was elf uur 's avonds.--"Den hemel
zij dank, alle gevaar is voorbij," zeide hij, "het is nu voldoende,
dat wij ons op deze hoogte houden."--"Het was verschrikkelijk,"
antwoordde Kennedy.--"Goed," hernam Joe, "dit gaf een weinig variatie
aan de reis, en het spijt mij volstrekt niet een onweder van uit de
hoogte te hebben gezien, het is een fraai schouwspel."