XVI.

Voorteeken van onweer.--Het land der Maan.--De toekomst

van Afrika.--Het werktuig van het laatste uur.--Gezicht

van het land bij ondergaande zon.--Bloemen en planten.--Het

onweder.--De vuurgordel.--De sterrenhemel.

"Dat heet ik nu voor zonen der Maan door te gaan zonder hare

toestemming" zeide Joe; "zij heeft ons daar bijna een leelijken trek

gespeeld! Zoudt gij misschien, meester, haar goeden naam bezwalkt

hebben door uw geneesmiddel?"--"Wie was die Sultan van Kazeh?" vroeg

de jager.--"Een oude, halfdoode dronkaard," antwoordde de doctor,

"wiens verlies zich niet zeer levendig zal doen gevoelen. Maar

de zedeles hieruit is, dat eerbewijzen vergankelijk zijn en dat

men er niet te veel aan moet hechten."--"Des te erger," zeide Joe,

"het beviel mij wel! Aangebeden te worden! Naar willekeur voor god te

spelen! Maar wat wilt gij? de maan heeft zich vertoond en wel geheel

rood, hetgeen bewijst dat zij boos was!"--Gedurende deze gesprekken en

andere, waarin Joe de koningin der nacht uit een geheel nieuw oogpunt

beschouwde, bedekte de hemel zich in het noorden met dikke wolken;

een vrij hevige wind, beginnende op 300 voet afstand van den grond,

richtte den ballon naar het noord-noord-oosten; boven hem was het

azuren gewelf helder, maar men voelde dat het drukkend was.

De reizigers bevonden zich tegen 8 uur 's avonds op 32° 40' lengte

en 4° 17' breedte; de stroomen van den dampkring, onder den invloed

van een naderend onweder, stuwden hen voort met eene snelheid van

30 à 35 mijlen in het uur. Onder hunne voeten gingen de golvende en

vruchtbare vlakten van Mfuto snel voorbij. Het schouwspel daarvan

was allerprachtigst en werd bewonderd.--"Wij zijn in het midden

van het land der Maan," zeide doctor Ferguson, "want het heeft den

naam behouden, dien de oudheid het heeft gegeven, zonder twijfel,

omdat de maan er ten allen tijde aangebeden was. Het is waarlijk

een prachtig land."--"Men kon moeielijk een schooneren plantengroei

ontmoeten."--"Als men dezen rondom Londen vond, zou het niet natuurlijk

zijn," zeide Joe, "maar het zou zeer aangenaam wezen! Waarom vindt

men deze fraaie zaken alleen in onbeschaafde landen."--"Weet men

dan," hernam de doctor, "of deze landstreek niet te eeniger tijd het

middelpunt der beschaving zal wezen? De volken der toekomst zullen

misschien daartoe geraken, als de landen van Europa te uitgeput zijn om

hunne inwoners te voeden."--"Gelooft gij dat?" zeide Kennedy.--"Zonder

twijfel, mijn waarde Dick. Zie den loop der gebeurtenissen, beschouw

de achtereenvolgende volksverhuizingen en gij zult tot hetzelfde

besluit komen als ik. Azië is de eerste voedster van het menschdom,

is het niet zoo? Gedurende 4000 jaren misschien werkt het, wordt

bevrucht, brengt voort en vervolgens, toen de steenen blootkwamen,

daar, waar de goudgele oogsten van Homerus ontkiemden, verlieten

zijn bewoners haren uitgeputten en verwelkten schoot. Gij ziet hen

dan naar Europa komen, Europa, jong en matig, dat hen sedert 2000

jaren voedt. Maar reeds wordt Europa's vruchtbaarheid minder; hare

voortbrengende vermogens nemen dagelijks af, die nieuwe ziekten,

waarmede ieder jaar de voortbrengselen der aarde worden aangetast,

die mislukte oogsten, die onvoldoende hulpmiddelen, dat alles is het

zekere teeken van eene levenskracht die bederft, van eene aanstaande

uitputting. Wij zien ook reeds de volken zich naar Amerika begeven,

even als naar eene bron, die niet onuitputtelijk is, maar waaruit

men nooit heeft geput. Dat nieuwe vasteland zal op zijne beurt oud

worden, zijne door geene menschenhanden aangeraakte wouden zullen

vallen onder de bijl der nijverheid; zijn grond zal verzwakken

omdat hij te veel heeft voortgebracht, omdat men te veel van hem

heeft geëischt. Daar, waar jaarlijks twee oogsten rijpen, zal er

nauwelijks één goed gelukken, omdat die gronden uitgeput raken. Dan

zal Afrika aan de nieuwe geslachten de sedert eeuwen in zijn schoot

opgehoopte schatten aanbieden. Deze klimaten, noodlottig voor de

vreemdelingen, zullen gezuiverd worden door de verdeeling in akkers en

de besproeiing; deze verstrooide wateren zullen zich in eene algemeene

kom vereenigen om een bevaarbaar water te vormen. En dit land,

waarboven wij zweven, vruchtbaarder, rijker, met meer levenskrachten

begiftigd dan de anderen, zal een of ander groot koninkrijk worden,

waar men van nog wonderbaarlijker ontdekkingen zal hooren dan de

stoom en de electriciteit."--"Ah! mijnheer," zeide Joe, "dat zou ik

wel willen zien."--"Overigens," zeide Kennedy, "het tijdstip, waarop

de nijverheid alles tot haar voordeel zal aanwenden, moet vervelend

zijn! Door werktuigen uit te vinden, zullen de menschen zich door

hen laten vernielen! Ik heb mij altijd voorgesteld dat de laatste dag

der wereld die zou zijn, waarop een zekere ontzettend groote ketel,

heet gemaakt op eene drukking van 3000 millioen atmospheren [34],

onze aardbol zal doen springen."--"En ik voeg er bij," zeide Joe,

"dat de Amerikanen niet de laatsten zullen geweest zijn om aan de

machine te werken."--"Inderdaad," antwoordde de doctor, "zij zijn

groote ketelmakers! Maar zonder ons door dergelijke redeneeringen

te laten medeslepen, laten wij ons tevreden stellen met dit land der

Maan te bewonderen, dewijl het ons gegeven is het te zien."

De zon, hare laatste stralen door de massa's opeengehoopte wolken

nederschietende, versierde de minste verhevenheden van den grond

met eene gouden kruin, reusachtige boomen, heesterachtige planten,

mosplanten langs den grond, alles had zijn deel van dezen stroom

van licht, en het eenigszins golvende terrein verhief zich hier en

daar tot kleine kegelvormige heuvels; er waren geen bergen aan den

horizon, onmetelijke palissaden van struikgewas, ondoordringbare

heggen, doornstruiken scheidden de opene plekken van elkander, waar

talrijke dorpen verspreid lagen; de reusachtige wolfsmelk omsloot

hen met natuurlijke verschansingen, terwijl zij zich vermengden met

de koraalvormige takken der heesters.

Weldra begon de Malagazari, de voornaamste tak van het meer

Tanganayika, te kronkelen onder de groene boschjes; hij verleende

eene schuilplaats aan die groote menigte wateren, ontvloeid

aan bergstroomen, die gezwollen zijn ten tijde van den aanwas

van het water, of aan poelen in de kleiachtige laag van den grond

gegraven. Voor hen, die het van uit de hoogte beschouwden, was het een

net van watervallen over het geheele westelijke gedeelte des lands

gespreid. Beesten met groote bulten graasden in de vette weiden

en waren bijna geheel door het lange gras verborgen; de wouden,

die heerlijke geuren uitwasemden, vertoonden zich aan het oog als

groote ruikers; maar in die ruikers vluchtten leeuwen, luipaarden,

hyena's en tijgers om aan de hitte van den dag te ontkomen. Somtijds

deed een olifant de kruin van het kreupelhout golven en men hoorde het

gekraak der takken die voor de kracht van zijne slagtanden bezweken.

"Welk een land voor de jacht!" riep Kennedy verrukt uit; "een kogel in

het wild geschoten in dit woud zou een stuk wildbraad zijner waardig

ontmoeten! Zou men het niet eens kunnen beproeven?"--"Neen, mijn waarde

Dick! de nacht is op handen, een nacht dreigende met een onweder. De

onweders zijn verschrikkelijk in deze streken, waar de heete grond

gelijk is aan eene ontzettende electrische batterij."--"Gij hebt

gelijk, mijnheer!" zeide Joe, "de hitte is verstikkend geworden, de

wind is geheel gaan liggen, men gevoelt dat er iets op til is."--"De

dampkring is overladen met electriciteit," antwoordde de doctor,

"elk levend wezen is gevoelig voor deze gesteldheid der lucht, die de

worsteling der elementen voorafgaat, en ik beken dat ik nooit zoozeer

daarvan doordrongen was als nu."--"Welaan!" vroeg de jager, "zou dit

geen reden zijn om te dalen?"--"Juist integendeel, Dick! ik zou liever

willen stijgen. Ik vrees slechts verder van mijn weg medegesleept te

worden, terwijl deze luchtstroomen elkander kruisen."--"Wilt gij dan

de richting verlaten, die wij van de kust af volgen?"--"Als het mij

mogelijk is," antwoordde Ferguson, "zou ik liever zeven of acht graden

noordelijker opgaan; ik zal trachten aan de vermoedelijke breedte

der bronnen van den Nijl te komen, misschien zullen wij eenige sporen

ontdekken van de expeditie van kapitein Speke of van de karavaan van

M. de Heuglin. Als mijne aanteekeningen juist zijn, bevinden wij ons

op 32° 40' lengte, en ik wil rechtstreeks naar de andere zijde van den

evenaar gaan."--"Zie eens," zeide Kennedy, zijn metgezel in de reden

vallende, "zie eens deze nijlpaarden, die uit de poelen slurpen,

en die krokodillen, die de lucht zwaar inademen!"--"Zij stikken,"

zeide Joe. "O welk eene aangename manier van reizen, hoe tart en

veracht men al dit kwaadaardige ongedierte! Mijnheer Samuel! Mijnheer

Kennedy! Ziet toch eens die troepen dieren, die in gesloten gelederen

loopen! Zij zijn wel twee honderd in getal, het zijn wolven."--"Neen,

Joe! het zijn wilde honden; het is een verschrikkelijk ras, dat niet

bang is om leeuwen aan te vallen. Het is de ontzettendste ontmoeting

die een reiziger hebben kan. Hij wordt terstond verscheurd."--"Goed,

Joe zal er wel voor passen hun een muilband om te doen," antwoordde

de beminnelijke jongen; "maar als het in hun aard ligt kan men het

hun niet kwalijk nemen."

Langzamerhand werd het stiller onder den invloed van het onweder;

het scheen dat de verdikte lucht ongeschikt werd om het geluid voort

te planten; de dampkring scheen als gewatteerd en verloor, even

als eene zaal met tapijtwerk behangen allen weerklank. De roeier

(een hoogvliegende vogel), de gekroonde kraanvogel, de roode en

blauwe meerkollen, de spotvogel, de vliegeneter verdwenen in de

groote boomen. De geheele natuur bood de voorteekenen aan van een

aanstaand onweder.

Ten negen uur des avonds bleef de Victoria onbeweeglijk boven Mséné,

eene groote menigte vereenigde dorpen, die nauwelijks in de schaduw

zichtbaar waren; soms wees de terugkaatsing van een zonnestraal in

het stille water regelmatig verdeelde grachten aan, en door eene

laatste verlichting kon men de gedaante der palmen, tamarinden, wilde

vijgeboomen en reusachtige wolfsmelkboomen waarnemen.--"Ik stik,"

zeide de Schot, de ijl geworden lucht met volle teugen inademende,

"wij bewegen niet meer! Zullen wij dalen?"--"En het onweder?" zeide

de doctor vrij ongerust.--"Als gij vreest door den wind medegesleept

te worden, schijnt het mij toe, dat gij geene andere partij te kiezen

hebt."--"Het onweder zal misschien niet vóór den nacht losbarsten,"

zeide Joe, "de wolken zijn zeer hoog."--"Dat is zelfs eene reden, die

mij doet aarzelen er boven te stijgen; men zou tot eene groote hoogte

moeten rijzen, de aarde uit het gezicht verliezen en den geheelen nacht

niet weten of wij voortgaan en naar welken kant wij voortgaan."--"Neem

een besluit, waarde Samuel! er is haast bij."--"Het is verdrietig dat

de wind is gaan liggen," hernam Joe, "hij zou ons ver van het onweder

gevoerd hebben."--"Dat is te bejammeren, mijne vrienden! De wolken

zijn voor ons gevaarlijk; zij bevatten tegenovergestelde stroomen,

die ons in hun draaikolk kunnen slepen en bliksemvuren, die in staat

zijn ons in den brand te steken. Aan den anderen kant kan de kracht

van den rukwind ons ter aarde werpen als wij het anker in den top

van een boom werpen."--"Wat dan te doen?"--"Wij moeten den ballon

in eene streek houden, in het midden tusschen de gevaren der aarde

en die des hemels. Wij hebben water genoeg voor de gaspijp en onze

twee honderd pond ballast zijn nog onaangeroerd. Des noods zou ik mij

daarvan bedienen."--"Wij zullen met u waken," zeide de jager.--"Neen,

mijne vrienden! brengt den mondvoorraad in veiligheid en gaat slapen,

ik zal u wekken als het noodig is."--"Maar meester, zoudt gij niet

wel doen zelf rust te nemen, dewijl ons nog niets bedreigt?"--"Neen,

ik dank u, mijn jongen! ik wil liever waken. Wij zitten onbeweeglijk,

en als de omstandigheden niet veranderen, zullen wij ons morgen precies

op dezelfde plaats bevinden."--"Goeden avond, mijnheer!"--"Goeden

nacht, als het mogelijk is."--Kennedy en Joe, strekten zich onder

hunne dekens uit en de doctor alleen bleef waken.

Echter daalde de massa wolken langzamerhand en het werd

pikdonker. Het zwarte gewelf omringde den aardbol als om hem te

verpletteren. Eensklaps kliefde een sterke bliksemstraal de duisternis;

nauwelijks was de scheur door haar ontstaan, gesloten, of een hevige

donderslag deed hemel en aarde schudden.--"Op!" riep Ferguson. De

twee slapers op dit vreeslijk geraas wakker geworden, stelden zich te

zijner beschikking.--"Dalen wij?" zeide Kennedy.--"Neen, de ballon

zou dit niet kunnen weerstaan. Laat ons stijgen--voordat de wolken

zich in water oplossen en de wind opsteekt." En hij richtte de vlam

van de gaspijp in de spiralen der slang.

De onweders onder de keerkringen ontwikkelen zich met eene snelheid,

die aan hunne hevigheid evenredig is. Een tweede bliksemstraal

kliefde de wolk en werd door twintig anderen gevolgd. De hemel was als

bezaaid met electrieke vonken, die tusschen de groote regendroppels

heendwarlden.--"Wij hebben ons verlaat," zeide de doctor, "wij moeten

met onzen ballon, die met ontvlambare lucht gevuld is, eene streek van

vuur doortrekken!"--"Maar op de aarde?" hernam Kennedy.--"Het gevaar

om door den bliksem getroffen te worden, zou bijna hetzelfde zijn,

en wij zouden spoedig aan de takken der boomen blijven hangen."--"

Wij stijgen, mijnheer Samuel!"--"Spoediger! Nog spoediger!"

In dit gedeelte van Afrika is het, gedurende de onweders onder den

evenaar, niet zeldzaam dertig à vijf-en-dertig bliksemstralen in de

minuut te tellen. De hemel staat letterlijk in vuur en de donderslagen

houden niet op. De wind stak met eene verschrikkelijke hevigheid

op in dezen ontvlamden dampkring; hij zweepte de heete wolken; het

geleek op het blazen van een blaasbalg, die den brand deed aanwakkeren.

Doctor Ferguson hield zijne gasvlam op de volle hitte; de ballon

zette zich uit en steeg; Kennedy in het midden van het schuitje op de

knieën liggende, hield de zeilen der tent tegen. De ballon draaide

om duizelig te worden, en de reizigers ondervonden onrustbarende

schommelingen. Er kwamen groote deuken in het bekleedsel van den

luchtballon; de wind vloog er met hevigheid in, en het taf kraakte

onder zijn druk. Eene soort van hagel, voorafgegaan door een vreeslijk

geraas, doorkliefde den dampkring en kletterde op den ballon. Deze

steeg evenwel; de bliksemstralen verlichtten zijn omtrek, hij dreef

midden in het vuur.--"Wij zijn in Gods hand," zeide Ferguson; "Hij

alleen kan ons redden. Laat ons op ieder geval voorbereid zijn,

zelfs op brand, onze val kan niet snel zijn."

De stem des doctors kwam nauwelijks tot het oor zijner metgezellen,

maar zij konden zijn kalm gelaat zien te midden der bliksemflitsen;

hij beschouwde de verschijnselen van phosphorieke verlichting,

voortgebracht door het Sint Elmus vuur, dat boven den luchtballon

zweefde. Deze draaide en dwarrelde, maar steeg steeds; na een

kwartier was hij boven de onweerswolken; de electrieke stroomen

ontwikkelden zich onder hem, even alsof een groote cirkel vuurwerk

aan het schuitje hing. Dit was een der schoonste schouwspelen,

die de natuur den mensch kan geven. Beneden het onweder, boven den

sterrenhemel, kalm en bedaard, met de maan, die hare vreedzame stralen

op de jagende wolken wierp. Doctor Ferguson raadpleegde den barometer,

hij wees 12000 voet hoogte aan. Het was elf uur 's avonds.--"Den hemel

zij dank, alle gevaar is voorbij," zeide hij, "het is nu voldoende,

dat wij ons op deze hoogte houden."--"Het was verschrikkelijk,"

antwoordde Kennedy.--"Goed," hernam Joe, "dit gaf een weinig variatie

aan de reis, en het spijt mij volstrekt niet een onweder van uit de

hoogte te hebben gezien, het is een fraai schouwspel."

Vijf weken in een luchtballon · 第 19 / 56 题