Kazeh.--De woelige markt.--Verschijning van den
Victoria.--De Wanganga.--De zonen der Maan.--Wandeling des
doctors.--Bevolking.--De koninklijke tembé.--De vrouwen
des Sultans.--Eene koninklijke dronkenschap.--Joe wordt
aangebeden.--Hoe men in de Maan danst.--Omkeering.--Twee manen
aan het uitspansel.--Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.
Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk
gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene
verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten,
hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen; uien,
aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een
heerlijken smaak groeien er welig.
Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en
prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé,
eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van
eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze
hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in
Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten
deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de
voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen,
die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek
een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij
liggen, lachen, rooken en slapen altijd.
Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders,
uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche
schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der
karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het
westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote
Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende
beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de
kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns,
het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der
vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar
[33], die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich
zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen
uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de
haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste
koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar
dat er vraag naar is.
Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de
lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder
van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen,
slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg
zich in de "tembés" en de hutten.
"Mijn waarde Samuel," zeide Kennedy, "als wij meer zulken invloed
uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die
lieden aan te knoopen."--"Men moest echter," zeide Joe, "eene zeer
eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de
kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te
bekommeren. Men zou rijk worden."--hernam de doctor, "deze inlanders
zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit
bijgeloof of nieuwsgierigheid weldra terugkomen."--"Gelooft gij dat,
meester?"--"Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig
zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste
ballon, hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl."--"Zult
gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?"--"Als dat kan,
waarom niet?" antwoordde de doctor; "er moeten te Kazeh minder woeste
Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en
Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te
beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven."
De Victoria langzaam de aarde genaderd zijnde, hechtte zich met een
der ankers aan een boomtop, dicht bij de markt. De geheele bevolking
kwam op dit oogenblik weder uit zijne gaten te voorschijn, de hoofden
staken er met omzichtigheid uit. Verscheidene "Waganga," herkenbaar
aan hunne teekens van kegelvormige schelpen, naderden stoutmoedig;
zij waren de toovenaars der plaats. Zij droegen om hun midden kleine
zwarte pakjes met vet overtrokken en verschillende voorwerpen van
tooverkunst, die overigens van eene doctorale onzindelijkheid waren.
Langzamerhand hoopte de menigte zich aan hunne zijden op, de vrouwen
en kinderen omringden hen, de trommels wedijverden met geraas, de
handen werden ten hemel opgeheven.--"Dit is hunne manier van bidden,"
zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg zullen wij geroepen worden
om eene groote rol te spelen."--"Welnu, mijnheer! speel die."--"Gij
zelf, mijn brave Joe! zult een god worden."--"Dat verontrust mij niet,
mijnheer! en de wierook mishaagt mij niet."
Op dit oogenblik maakte een der toovenaars, een "Myanga," een gebaar,
en al het geschreeuw bedaarde op eens. Hij sprak eenige woorden tot
de reizigers, maar in een onbekende taal.--Daar doctor Ferguson hem
niet had verstaan, sprak hij los weg eenige Arabische woorden en men
antwoordde hem terstond in die taal. De redenaar hield eene lange en
bloemrijke aanspraak; de doctor bemerkte weldra dat de Victoria kort
en goed voor de Maan in persoon werd gehouden en dat die beminnelijke
godin zich verwaardigd had met hare drie zonen de stad te naderen, eene
eer, die nooit zou worden vergeten in dit door de Zon beminde land. De
doctor antwoordde met eene groote waardigheid dat de Maan alle jaren
hare departementen bezoekt, omdat zij de behoefte gevoelt zich nader
bij hare aanbidders te toonen; hij bad hen dus zich niet te geneeren
en van hare goddelijke tegenwoordigheid misbruik te maken om hunne
behoeften en wenschen te kennen te geven. De toovenaar antwoordde
op zijne beurt, dat de sultan de "Mwani," die sedert verscheidene
jaren ziek was, de hulp des hemels inriep en de zonen der Maan
uitnoodigde om bij hem te komen. De doctor deelde de uitnoodiging
aan zijne metgezellen mede.--"En gij zult u naar dien negervorst
begeven?" zeide de jager.--"Zonder twijfel. Deze lieden schijnen mij
goed geluimd, de lucht is kalm, er is geen de minste wind! wij hebben
voor den Victoria niets te vreezen."--"Maar wat zult gij doen?"--"Wees
gerust, mijn waarde Dick, met een klein geneesmiddel zal ik mij er
uitredden."--Toen zich tot de menigte wendende zeide hij: "De Maan,
medelijden hebbende met den vorst zoo geliefd bij de inwoners van
Unyamwezy, heeft ons de zorg voor zijne genezing opgedragen; dat hij
zich gereed make ons te ontvangen!"
Het geschreeuw, het gezang verdubbelde, en de groote menigte zwarte
hoofden zette zich in beweging.--"Nu, mijne vrienden!" zeide doctor
Ferguson, "men moet alles voorzien; wij kunnen in een zeker oogenblik
genoodzaakt zijn spoedig weder te vertrekken. Dick zal dus in het
schuitje blijven en door middel van de gaspijp zal hij eene voldoende
stijgkracht behouden. Het anker is stevig vastgemaakt, dienaangaande
is er niets te vreezen. Ik zal op de aarde nederdalen. Joe zal mij
vergezellen, maar hij zal aan den voet der ladder blijven."--"Hoe! zult
gij alleen naar dien Moor toegaan?"--"Hoe, mijnheer Samuel! gij wilt
niet, dat ik u tot aan het einde volg?"--"Neen, ik zal alleen gaan,
deze brave lieden verbeelden zich dat hunne groote godin de Maan hen
is komen bezoeken, ik word door het bijgeloof beschermd; hebt dus
geene vrees en blijft ieder op den post, dien ik u aanwijs."--"Als
gij het verkiest," antwoordde de jager.--"Pas op de uitzetting van
het gas."--"Ja."
De kreten der inlanders verdubbelden, zij verzochten ernstig de
hemelsche tusschenkomst.--"Ziedaar! ziedaar!" zeide Joe. "Ik vind
dat zij een eenigszins bevelenden toon tegen hunne goede Maan
en hare goddelijke zonen voeren."--De doctor, voorzien van zijne
reis-medicijnkist, daalde op de aarde neder, voorafgegaan van Joe,
die er deftig uitzag zoo als hem betaamde. Hij ging aan den voet
der ladder zitten, de beenen gekruist op Arabische wijze, en een
gedeelte der menigte omringde hem eerbiedig. Gedurende dien tijd
naderde doctor Ferguson, door het geluid der instrumenten geleid en
vergezeld door godsdienstige wapendansen, langzaam den koninklijken
"tembé," die vrij ver buiten de stad lag; het was ongeveer drie
uur en de zon schitterde, zij kon wel niets minder doen voor deze
gelegenheid. De doctor liep vol waardigheid; de "waganga" omringden
hem en hielden de menigte terug. Hij werd weldra ingehaald door den
natuurlijken zoon des sultans, een vrij welgemaakt jongeling, die
volgens de gewoonte des lands, de eenige erfgenaam der vaderlijke
goederen was, met uitsluiting van de wettige kinderen; hij boog de
knieën voor den Zoon der Maan, die hem met een genadig gebaar ophief.
Drie kwartier daarna kwam deze in geestdrift gebrachte optocht
langs schaduwrijke wegen, te midden van al de weelderigheid van een
tropischen plantengroei, aan het paleis van den sultan, een soort
van vierkant gebouw, Ititénya genaamd en aan de helling eens heuvels
gelegen. Eene soort van waranda, gevormd door een rieten dak, stak naar
buiten uit, ondersteund door houten, ruw gebeeldhouwde palen. Lange
lijsten van roode klei versierden de muren, waarop gedaanten van
menschen en slangen waren afgebeeld, waarvan de laatsten natuurlijk
beter dan de eersten geslaagd. Het dak van deze woning rustte niet
onmiddellijk op de muren en de lucht kon er vrij doorstroomen, voor
het overige waren er geene vensters en nauwelijks eene deur.
Doctor Ferguson werd met groote eerbewijzingen ontvangen door
de wachten en gunstelingen, menschen van een schoon ras der
Wanyamwezis, een zuivere type der volkeren van Midden-Afrika, sterk en
welgemaakt. Hunne haren vielen in een groot aantal kleine vlechten op
hunne schouders neder; door middel van zwarte of blauwe insnijdingen
streepten zij hunne wangen van de slapen tot aan den mond. Hunne ooren,
afschuwelijk uitgerekt, droegen schijven van hout en kopaalgom, zij
waren gekleed in linnen van schitterende kleuren; de soldaten waren
gewapend met de sagaai, den boog en de met weerhaken voorziene pijl,
vergiftigd met het sap van de wolfsmelk, het mes, den "sime," een
lange getande sabel en met kleine strijdbijlen.
De doctor ging het paleis binnen. Daar verdubbelde bij zijne aankomst
het geraas, in spijt van des Sultan's ziekte. Hij bemerkte aan den
bovendrempel der deur staarten van hazen, en manen van zebra's, die
bij wijze van talisman waren opgehangen. Hij werd door de vrouwen van
Zijne Majesteit ontvangen, bij de welluidende tonen van den "upatu,"
eene soort van cimbaal van den bodem eener koperen pot gemaakt en
bij het geraas van den "kilindo," een trommel van vijf voet hoog,
uit een boomstam uitgehold en waarop men met vuistslagen speelde.
De meesten dezer vrouwen schenen zeer schoon en rookten lachende tabak
en thang uit groote zwarte pijpen; zij schenen welgemaakt onder haar
bevallig omgeslagen lang kleed en droegen de "kilt" van vezelen van
den kalebasboom gemaakt om haar midden vastgemaakt.
Zes van haar waren niet de minst vroolijke van dezen troep, hoewel
zij afzonderlijk geplaatst en tot eene wreede marteling bestemd
waren. Zij moesten bij den dood des Sultans levend met hem worden
begraven, om hem gedurende de eeuwige eenzaamheid gezelschap te houden.
Doctor Ferguson, na alles met een oogwenk te hebben overzien, naderde
het bed van den vorst. Daar zag hij een man van ongeveer 40 jaar oud,
geheel verdierlijkt door allerlei uitspattingen en waaraan niets te
doen was. De ziekte, die reeds jaren duurde, was slechts eene altijd
durende dronkenschap. Deze koninklijke dronkaard had langzamerhand
het bewustzijn verloren en al het ammonium der wereld zou hem niet
weder op de been hebben gebracht.
De gunstelingen en vreemden bogen de knieën gedurende dit plechtig
bezoek. Door middel van eenige druppels van een sterk opwekkend middel,
bracht de doctor voor een oogenblik eenig leven in dit verdierlijkte
lichaam; de Sultan maakte eene beweging en dit verschijnsel werd
waargenomen met eene verdubbeling van kreten ter eere van den
geneesheer, omdat er in dat lichaam sedert uren geen teeken van leven
te bespeuren was geweest. Deze, die er genoeg van had, verwijderde door
eene snelle beweging zijne te ijverige aanbidders en ging het paleis
uit; hij richtte zich naar den ballon. Het was zes uur des avonds.
Joe wachtte in zijne afwezigheid bedaard aan den voet der ladder;
de menigte bewees hem de grootste eer. Als ware zoon der Maan, liet
hij hen begaan. Hij zag er voor eene godheid vrij goed uit; hij was
niet trotsch, zelfs gemeenzaam met de jonge Afrikaansche vrouwen,
die niet moede werden hem te beschouwen. Hij sprak vriendelijk met
haar.--"Aanbidt, dames, aanbidt me," zeide hij, "ik ben een goede
kerel, hoewel zoon eener godin!"
Men bood hem de zoengeschenken aan, die gewoonlijk worden nedergelegd
in de "mzimu" of fetishutten; zij bestonden uit gerstenaren en "pombé,"
Joe geloofde verplicht te zijn dit soort van krachtig bier te proeven,
maar zijn verhemelte, hoewel gewoon aan jenever en wiskey, kon dien
straffen drank niet verdragen. Hij grijnslachte zóó afschuwelijk, dat
de aanwezigen het voor een beminnelijk glimlachen hielden. Vervolgens
voerden de jonge meisjes, hare stemmen in eene slepende melodie
vereenigende, een statigen dans rondom hem uit.--"O! gij danst,"
zeide hij, "welnu! ik zal bij u niet achter blijven en u een dans
van mijn land toonen."
Hij begon een betooverende horlepijp, zich wringende, uitrekkende, op
de knieën en handen dansende, buitensporige verdraaiingen uitvoerende
in ongeloofelijke standen en onmogelijke gebaren, en hij gaf aldus
aan dat volk een vreemd denkbeeld van de wijze waarop de goden op de
maan dansen.
Al die Afrikanen, nabootsers als de apen, hadden weldra zijne sprongen
en schuddende bewegingen nagevolgd; hun ontging geen enkel gebaar,
zij vergaten geene enkele houding; het was toen eene verwarring,
een gewoel, eene ontroering, waarvan men moeielijk een denkbeeld kan
geven. Op het fraaiste van het feest zag Joe den doctor. Deze kwam in
alle haast terug, te midden eener huilende en opgewonden menigte. De
toovenaars en opperhoofden schenen zeer verbitterd. Men omringde den
doctor en dreigde hem.
Vreemde omkeer! Wat was er voorgevallen? Was de Sultan ongelukkig
bezweken onder de handen van zijn hemelschen geneesheer? Kennedy zag
van zijn post het gevaar, zonder de oorzaak er van te begrijpen. De
ballon, sterk gezwollen door de uitzetting van het gas, spande het
touw, dat hem terughield, ongeduldig om op te stijgen. De doctor kwam
aan den voet van de ladder. Eene bijgeloovige vrees weerhield nog de
menigte om zijn persoon geweld aan te doen; hij klom de sporten spoedig
op en Joe volgde hem vlug.--"Er is geen oogenblik te verliezen," zeide
zijn meester. "Tracht het anker niet te lichten! Wij zullen het touw
doorsnijden, volg mij."--"Maar wat is er dan?" vroeg Joe, terwijl hij
het schuitje beklom.--"Wat is er gebeurd?" vroeg Kennedy, met zijne
karabijn in de hand.--"Zie," antwoordde de doctor, naar den horizon
wijzende.--"Welnu?" vroeg de jager.--"Welnu, daar is de maan."--
De maan kwam inderdaad op, rood en prachtig, een vurige bal op
een azuren grond. Zij was het wel! Zij en de Victoria! Of er
waren twee manen, of de vreemdelingen waren slechts bedriegers,
indringers en valsche goden! Dus waren de natuurlijke overleggingen
der menigte. Vandaar die omkeer. Joe kon niet nalaten in lachen
uit te barsten. De bevolking van Kazeh, begrijpende dat hare prooi
haar ontsnapte, hief een lang gehuil aan; bogen en musketten werden
op den ballon gericht. Maar een der toovenaars gaf een teeken. De
wapens werden nedergelegd; hij klom in den boom met het doel om het
ankertouw te grijpen en den toestel op den grond te halen. Joe snelde
toe met eene bijl in de hand.--"Moet ik afkappen?" zeide hij.--"Wacht"
antwoordde de doctor.--"Maar die neger?".... "Wij zullen misschien
ons anker kunnen behouden en ik hecht daaraan. Het zal altijd tijds
genoeg zijn om het te kappen."
De toovenaar in den boom geklommen zijnde, deed zoo goed zijn best,
dat hij door de takken te breken, het anker losmaakte, dat nu,
sterk aangehaald door den luchtballon, den toovenaar tusschen
zijne beenen ving en hem in de hoogte hief. De verbazing der
menigte was groot toen zij een harer Wagangas in de hoogte zag
stijgen.--"Hoezee!" riep Joe, terwijl de Victoria, dank zij zijne
stijgkracht, met eene groote snelheid rees.--"Hij houdt zich goed,"
zeide Kennedy, "eene kleine reis zal hem geen kwaad doen."--"Zullen
wij dien neger eensklaps loslaten?" vroeg Joe.--"Foei!" hernam de
doctor, "wij zullen hem zacht op de aarde nederzetten, en ik denk,
dat een dergelijk voorval het geloof aan zijne macht van toovenaar
bij zijn landgenooten aanmerkelijk zal doen toenemen."--"Zij zijn in
staat een god van hem te maken," riep Joe uit.
De Victoria was op eene hoogte van ongeveer 1000 voet gekomen. De
neger hield zich met eene buitengemeene kracht aan het touw vast;
hij zweeg, zijne oogen bleven vast op één punt staren. Zijne vrees
werd met verwondering gemengd. Een lichte westewind stuurde den ballon
naar de andere zijde der stad. Een half uur later matigde de doctor,
het land verlaten ziende, de vlam van zijne gaspijp en naderde de
aarde. Op twintig voet afstands van den grond koos de neger spoedig
zijne partij; hij nam een sprong, kwam op zijne beenen te land en
vluchtte naar Kazeh terwijl de Victoria weder opsteeg.