Eene orographische beschrijving van het eiland _Jezo_ en van de reeks

van vuurbergen die zich van het Z. tot het N. van _Japan_ en van daar

over _Jezo_ tot naar de _Kurilen_ en verder tot naar het schiereiland

_Kamtschatka_ uitbreiden, hebben wij reeds op andere plaatsen

medegedeeld[179]. Over de geologische gesteldheid van de _Aino_-landen

kunnen wij niets mededeelen dan eenige waarnemingen door Dr. ~Green~,

lid van de Amerikaansche expeditie, in de naaste omtrekken van

_Hakodate_ gedaan. Deze beperken zich tot eene oppervlakkige

beschrijving van eene roodachtige verscheidenheid van Siëniet, dat zich

door eene buitengewoon groote hoeveelheid van Toermalijn kristallen

kenmerkt, waaruit de top van den digt bij _Hakodate_ gelegen berg

bestaat, en tot eenige waarnemingen op het voorgebergte (dat de baai

vormt?), van verheffingen door onderaardsche kracht en van de oprijzing

van een naar het voormelde Siëniet gelijkend gesteente, dat in plaats

van Toermalijn met Veldspaath vermengd was en door Dr. ~Green~ als eene

Porphier-formatie herkend werd[180]. Het eiland _Jezo_ schijnt overigens

zijne tegenwoordige gedaante, even als _Kamtschatka_, waarvan men thans

de geologische gesteldheid naauwkeurig kent, aan verscheidene

verheffingen, waarvan de eerste in groote tijdperken elkander opgevolgd

zijn, te danken te hebben. Het eerste kwam daar Graniet en Porphier te

voorschijn en deze beide gesteenten hebben de eerste verheffing en

omwenteling van den vasten leisteen veroorzaakt; na eene lange rust,

gedurende welker laatste tijdperk zich de tertiaire lagen gevormd

hebben, braken Basalt en Amandelgesteente door en oefenden op de jongste

sedimentgesteenten eenen omwentelenden invloed uit. Daarna volgden

spoedig op elkander magtige uitbarstingen van trachietische en

oud-vulkanische gesteenten, de reeds voorhanden gesteenten menigvuldig

door elkander werpende en omwentelende, tot dat zich eindelijk de nog

thans in werking zijnde vuurbergen, door de reeds bestaande verstoring

en verwarring van oude kraters, den weg baanden en bij voortduring

nieuwe omwentelingen en formatiën van het land voorbrengen. Zulk een

tafereel van verwoesting en herschepping, door onderaardsche kracht,

levert de geheele keten van vuurbergen op, die zich van het zuiden van

_Japan_ over de _Aino_-landen tot naar _Kamtschatka_ uitbreiden, waar

zij, zoo als de laatste onderzoekingen hebben getoond, uit zeventien

trechters onophoudelijk werkzaam zijn.

[179] _Geschichte der Entdeckungen_, l. c., pag. 137. ~Alexander von

Humboldt~, _Kosmos_. Band IV, Abth. 1.

[180] ~Francis L. Hawks~, _Narrative_, l. c. pag. 518.

Onder de verzamelingen van zeldzame steenen uit _Jezo_, die wij van

Japanners gekregen hebben, bevinden zich ook gelijksoortige granitische

en porphiergesteenten en verscheidene gekrystaliseerde Kwartssoorten,

waaronder zich uitmuntende krystallen van zwarten Rooktopaas, Amethyst

en Bergkristal bevinden. Ook hebben wij Obsidiaan-kogels van twee tot

drie palmen doorsnede, pikzwart van kleur, en kleine blaauwe stukjes,

waarvan waarschijnlijk de zoogenoemde _Krafto tama_, d. i. edele steenen

van _Krafto_ vervaardigd worden, van daar verkregen. Als eene bijzondere

zeldzaamheid werden ons van _Matsmaë_ meer dan eene el lange en vier

duim dikke vijfhoekige zuilen van Trachiet gezonden, die op de

bergtoppen aan de oevers van de ~Isikari~-rivier gevonden worden.

Zulke gesteenten op zichzelven bestaande, laten zich echter bloot als

zeldzaamheden beschouwen en het bestaan van primitive ertsrijke, en

vulkanische, nog werkzame of uitgedoofde, gebergten veronderstellen;

voor de beoordeeling van de geologische gesteldheid dezer landen zijn

zij van geene beteekenis. Wij willen hier nog de namen van ertsen en van

eenige andere delfstoffen aanhalen:

Goud Konkani (Aino) Kane, kin (Jap.)

Zilver Sirokani Sirokane, gin

Koper Akkane, furesju Akakane

Brons Karakane Karakane

IJzer Kup’ka Kurogane, tets

Arsenik Kabuto Kawano sômjô

Barnsteen Rukke Kwarjô

Slijpsteen Rui Tôisi

Steen Furima, sjuma Isi

Het binnenland van _Jezo_ zou rijk aan ertsen zijn en het zand van

verscheiden rivieren en aan het zeestrand goud bevatten. Het zal dus

niet onbelangrijk zijn onze verhandeling met een geschiedkundig overzigt

van de berigten over den goud- en zilver-rijkdom van _Jezo_, uit

japansche bronnen geput, te sluiten. Het was toch het voornaamste

oogmerk van de onder de Commandeurs ~Quast~ en ~Vries~ ondernomen

zeetogten, goud- en zilverrijke eilanden op te zoeken; en die zijn dan

ook door onzen ~Vries~ werkelijk ontdekt, zoo als thans op het eiland

_Urup_ gebleken is, waar de nieuwe bezitters van het Compagnie-land, de

Russen, rijke kopermijnen openen, en zoo als ook alle Japansche

reizigers van _Jezo_ beweren. Deze ontdekkingen zijn, helaas! gelijk

vele andere nuttige wenken en raadgevingen in het belang van onze

overzeesche bezittingen, in het meer der vergetelheid met de oude

Nederlandsche vlag ondergegaan, om zich onder eene vreemde vlag, in het

noordelijk halfrond van den Grooten Oceaan, allengs weder daaruit te

verheffen[181].

[181] De schrijver bedoelt daar het verwaarloosde _Formosa_,

_Quelspaard_, de _Bonin_ eilanden en eenige andere voor de

Nederlandsche scheepvaart en den overzeeschen handel gewigtige

plaatsen, die hij hier niet noemen wil, omdat ze mogelijk nog

voor den particulieren meer en meer verlichten Nederlandschen

handelsgeest kunnen toegankelijk gemaakt worden.

»_Jezo_, zegt ~Fajasi Sifei~, is rijk aan ertsen; de inboorlingen hebben

echter geene kennis van bergbouw en verstaan niet edele metalen door

mijnwerken te winnen.” Goudzand vindt men op _Jezo_ op vele plaatsen:

als bij _Kunsui_ in het N.W. van de Vulkaanbaai, aan het strand van

_Usibets_ in het W. van kaap _Jerimo_; in het gebergte van _Jubari_ en

_Sen ken gak_, dat men de Goudbergen (_Kinsan_) noemt; bij _Sikots_,

niet verre van het groote binnenmeer, waaruit de grootste rivier van

_Jezo_, de _Isikari_, ontspringt; en bij _Haboro_ op de N.W. kust. Het

goudzand wordt niet alleen door de rivieren aangespoeld, maar dikwijls

ook over streken lands van 10 tot 20 _Ri_ verspreid gevonden. Bij

_Haboro_ vindt men het goudzand telkens wanneer de wind N.W. is, en

wanneer het hard gewaaid heeft, glinstert het zeestrand, als ware het

verguld. Ook vernamen onze oude Nederlandsche zeevaarders, op hunne

ankerplaats bij het Vossen-eiland (op _Kunasiri_), dat goud in de

omstreken van den piek _Antony_ gevonden en het zilver voor oorringen

van de _Minami sjam_ d. i. Zuidmenschen (van _Jezoërs_) verkregen werd.

»_De luiden achten het zilver weinigh_” (S. B.). De erts op den

_Mineraelbergh_, op het Compagnieland (_Urup_) gevonden, wordt aldus

beschreven: »Steenachtige aerde, gelijkende wel witte volaerde, welke,

dikwils gewasschen zijnde, stukjes metaal, als speldehoofden, uitgaf,

die zij oordeelden zilver te zijn” (S. B.). ~Sifei~ klaagt er zeer over,

dat de Japanners het opzoeken van het goudzand verwaarloozen,

voorgevende, dat de berglieden het daar van koude niet konden uithouden;

bleven toch, meent hij, de inboorlingen in het noorden van _Haboro_

gezond, zoo konden daar ook wel menschen uit warme landen, wanneer zij

zich maar warm kleeden en goed voeden, zich tegen de koude bewaren en

gezond blijven.” Er bestaat echter eene andere oorzaak, die de Japanners

van het goudzoeken terughoudt: het ontginnen van goudmijnen en wasschen

van goudzand zijn voorregten eenig en alleen aan den _Sjôgun_, den

zoogenaamden wereldlijken Keizer, voorbehouden en uit staatkundige

redenen streng verboden. Vroeger, in het midden van de 17^{de} eeuw,

werd veel goud en zilver in de Vulkaanbaai bij de rivier _Kunui_ en op

de oostkust aan de _Sarui_-rivier gewonnen, en er had daar veel handel

tusschen de _Aino’s_ en de Japanners plaats; toenmaals verwekte echter

een berucht _Aino_-hoofd, ~Samsaiin~, eenen opstand, die met geweld van

wapenen ten onder gebragt werd, waarop het goudzoeken beperkt en allengs

verboden is. In de _Baie de Langle_, op de westkust van _Krafto_, werden

door ~Lapérouse~ aan het strand stukken van steenkolen, maar hoegenaamd

geene gesteenten gevonden, aan die men sporen van goud, koper of andere

ertsen kon ontdekken. In den nieuwsten tijd zijn ook op _Jezo_

steenkolen gevonden, die van goede hoedanigheid zullen zijn; de

Vorst-stedehouder van _Matsmaë_ had echter in 1856 van het Hof te _Jedo_

het verlof tot het ontginnen van de kolenmijnen nog niet verkregen. In

het overzigt der reis van den Kapitein-luitenant ter zee ~Fabius~ tot

het bezoeken van de havens van _Hakodate_ en _Simoda_ met de

Nederlandsche schroef-korvet _Medusa_, in September en October 1856,

wordt ook bevestigd, dat het eiland _Jezo_ zeer rijk aan zilver- en

kopermijnen is, en dat de mijnen niet mogen ontgonnen worden[182].

[182] _Rapport_ der Departementen van Koloniën en Buitenlandsche Zaken

dd. 19 April en 7 Mei 1857, betreffende de Japansche

aangelegenheden.

* * * * *

In onze aardrijkskundige toelichtingen hebben wij van de meest gewigtige

punten en plaatsen op de oostkust van _Jezo_, de zuidelijke _Kurilen_ en

van den golf van _Aniwa_ tot naar de bogt van _Patientie_ op _Krafto_ de

aardrijkskundige ligging, zoo als die door ~Vries~ bepaald of door ons

volgens de waarnemingen van onze oude Nederlandsche zeevaarders berekend

is geworden, aangehaald, en ze met die van de Hof-astronomisten te

_Jedo_ en van andere zeevaarders vergeleken. Een vergelijkend overzigt

dezer waarnemingen zal hier niet te onpas komen, en om het algemeen nut

daarvan te verhoogen, zullen wij er de tot nu toe bekende breedte en

lengte bepalingen van alle overige punten en plaatsen van _Jezo_,

_Krafto_ en de zuidelijke _Kurilen_ bijvoegen.

TAFEL VAN VERGELIJKING VAN DE BREEDTE- EN LENGTEBEPALINGEN VAN DE

VOORNAAMSTE PUNTEN EN PLAATSEN VAN _JEZO_, DE ZUIDELIJKE _KURILEN_ EN

VAN _KRAFTO_.

===========================+==========+===========+=======================

NAMEN DER PUNTEN. |Breedte N.|Lengte O. | WAARNEMERS.

| |v. Greenw. |

---------------------------+----------+-----------+-----------------------

Het eiland Jezo. | | |

| | |

Matsmaë, stad. |41°28′30″ |140°26′40″ |T. Sakusajemon.

|41 30 -- |140 4 -- |Von Krusenstern.

Caep Tadeïsi (_C. Matsu- |41 30 -- |139 57 -- | „

maë_, von Krusenstern). | | |

C. Sirakami (_C. Na- |41 25 10 |140 9 30 | „

diejda_). | | |

C. Kinoko (_C. Sineko_, |41 39 30 |139 54 15 | „

Krusenstern). |41 38 -- |140 13 40 |T. Sakusajemon’s kaart.

C. Ohota (_C. Oota_, |42 18 10 |139 46 -- |Von Krusenstern.

Krusenstern). |42 22 -- |140 1 40 |T. Sakusajemon, kaart.

C. Sepomai (_C. Kou- |42 38 -- |140 1 -- |Von Krusenstern.

tousoff_, Krus.). | | |

C. Raiten. |42 57 -- |140 16 -- | „

C. Okamui (_C. Novosil- |43 14 30 |140 15 30 | „

zoff_, Krus.). |43 15 -- |140 34 40 |T. Sakusajemon, kaart.

C. Wofui (_C. Malespina_, |43 42 15 |141 18 30 |Von Krusenstern.

Krusenst.). |43 36 -- |141 41 40 |T. Sakusajemon, kaart.

Berg Pallas, Krus. |44 -- -- |141 54 -- |Von Krusenstern.

(_Manke_, _Jap._). | | |

C. Tomamai (_C. Schisch- |44 20 -- |141 37 -- | „

koff_, Krust.). |44 20 30 |142 9 -- |T. Sakusajemon, kaart.

C. Nossjab’ (_C. Roman- |45 25 50 |141 34 20 |Von Krusenstern.

zoff_, Krus.). |45 27 -- |142 28 -- |T. Sakusajemon, kaart.

C. Soja. |45 31 15 |141 51 -- |Von Krusenstern.

Dorp Soja. |45 28 -- |142 49 9 |T. Sakusajemon.

C. Schaep, Krus. (_Kamui- |45 21 -- |142 14 -- |v. Krusenstern, kaart.

iroka?_). | | |

C. Kamui-iroka. |45 5 -- |143 41 -- |T. Sakusajemon, kaart.

De baai van Sjarurun. |44 24 -- |144 2 -- | „ „

Jubets (mond van de |44 9 -- |144 34 -- | „ „

rivier). | | |

C. Notoro. |44 3 -- |145 19 -- | „ „

C. Siretoko (_C. Spanberg_,|44 14 -- |146 19 | „ „

Krus.). | | |

Nisibets (mond van de |43 23 -- |146 4 47 |T. Sakusajemon.

rivier). | | |

C. Notke (_Notsky_, |43 28 -- |146 4 -- | „

Laxmann). |43 45 -- |145 52 -- |Von Krusenstern.

C. Nossjam (_C. Broughton_,|43 28 -- |146 44 27 |T. Sakusajemon, kaart.

Krus.). |43 27 -- |146 -- -- |Broughton, Original-

| | |kaart.

|43 38 30 |146 7 30 |v. Krusenstern, kaart.

C. de Manshooft, Vries. |43 11 -- |146 14 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|43 16 -- | -- -- -- |Vries, Journaal.

Atkesi (_Baij de goede |43 2 -- |145 34 27 |T. Sakusajemon.

Hoop_, Vries). | | |

„ het Dorp. |43 20 -- | -- -- -- |Vries, kaart.

Ingang van de Baai. |43 -- -- |144 36 -- |Broughton, org.-kaart.

|42 58 -- |144 22 -- |Von Krusenstern.

|43 -- -- |144 36 -- |Broughton, org.-kaart.

|43 5 -- | -- -- -- |Vries.

C. Kusuri. |42 56 -- |145 8 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Tokatsi (Dorp aan den mond |42 39 -- |144 22 -- | „ „

van de Usibets’). | | |

Saruru (Dorp). |42 7 -- |143 56 6 |T. Sakusajemon.

C. Jerimo (_Eroen_, Vries).|41 56 -- |143 39 10 |T. Sakusajemon, kaart.

|42 -- -- | -- -- -- |Vries.

|41 53 -- |142 55 -- |Broughton, org.-kaart.

|41 59 -- |142 48 -- |Ricord.

C. Jetomo (_Endermo_, |42 20 -- |141 12 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Brought). |42 19 30 |141 7 -- |Broughton.

|42 21 15 |140 56 -- |Ricord.

C. Jesan (_Esarme_, |41 46 -- |141 35 40 |T. Sakusajemon, kaart.

Brought). |41 49 20 |141 20 -- |Broughton.

|41 48 -- |141 13 -- |Ricord.

Hakodate (Stad en haven). |41 47 -- |141 5 -- |T. Sakusajemon.

„ (Mond van de |41 49 -- |140 47 45 |Amerik. Expeditie.

_Kamida_-rivier). |41 43 30 | -- -- -- |Broughton.

|41 42 -- |140 48 -- |Von Krusenstern, volgens

| | |Ricord.

| | |

Rondom liggende eilanden. | | |

| | |

J. Kosima. |41 20 -- |139 55 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|41 21 30 |139 46 -- |Von Krusenstern.

J. Ohosima. |41 30 -- |139 29 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|41 31 30 |139 19 15 |Von Krusenstern.

J. Okosiri. |42 18 30 |139 42 40 |T. Sakusajemon, kaart.

|42 9 -- |139 30 -- |Von Krusenstern.

J. Teore. |44 27 30 |141 46 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|44 27 45 |141 16 45 |Von Krusenstern.

J. Jankesiri. |44 29 -- |141 52 40 |T. Sakusajemon, kaart.

|44 29 45 |141 23 15 |Von Krusenstern.

J. Risiri (_Pic de |45 11 -- |141 45 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Langle_). |45 11 -- |141 12 15 |Von Krusenstern.

J. Refunsiri. |45 18 -- |141 35 40 |T. Sakusajemon, kaart.

C. Guibert. |45 27 45 |141 4 -- |Von Krusenstern.

| | |

De Japansche Kurilen. | | |

| | |

Kunasiri (_Kunaschir_, |44 26 -- |146 12 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Krusenstern). |44 29 15 |146 8 -- |Golownin (1813).

„ C. Moimoto (_C. |44 24 24 |146 23 -- |Broughton, org.-kaart.

Loffsoff_, Krus.).|44 21 -- |146 54 -- |T. Sakusajemon, kaart.

„ Piek Antony, |44 31 -- |145 46 -- |Golownin (1818) en

Vries. | | |Ricord.

|44 20 -- |146 6 -- |Broughton, org.-kaart.

„ W. Hoek van de |44 36 -- | -- -- -- |Vries, Journaal.

Tepelberg. | | |

„ Baie des Traitres.|43 36 -- |146 17 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|43 44 -- |144 59 30 |Golownin.

„ Berg Tsiusi. |43 54 -- |146 26 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Jetorop (_Iturop_, Krusen- |44 23 -- |146 24 -- | „ „

st., _Staten Ey- | | |

lant_, Vries). | | |

„ C. Tesiko (_C. Ri- |44 29 -- |146 34 -- |Golownin en Ricord.

cord_, Krus.). |44 21 -- |146 48 -- |Broughton, org.-kaart.

|44 28 -- | -- -- -- |Vries, Journaal.

„ C. Kroonberg, |44 51 -- |147 34 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Vries. |44 45 -- |146 52 -- |Broughton, org.-kaart.

|45 5 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

„ C. Notero (_low |45 7 -- |147 17 -- |Broughton, org.-kaart.

point_, Brought). | | |

„ C. Ikabanots (_de |45 33 -- |148 14 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Trou_, Vries). |45 34 -- | -- -- -- |Vries, Journaal.

|45 39 -- | -- -- -- |De Lapérouse.

„ C. Tosifuri |45 40 30 |148 53 -- |T. Sakusajemon, kaart.

(N.W.punt). |45 43 -- |148 18 -- |Broughton, org.-kaart.

|45 46 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

|45 37 -- |149 1 -- |Golownin.

„ C. Okkebets. |45 39 -- |149 9 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|45 45 -- |148 28 -- |Broughton, org.-kaart.

|45 59 -- |148 20 24 |De Lapérouse, kaart.

|45 50 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

„ C. Seworosi (_C. |45 30 -- |149 10 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Vries_, Vries). |45 35 -- |148 27 -- |Broughton, org.-kaart.

|45 38 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

|45 38 30 |149 14 -- |Golownin.

|45 35 -- | -- -- -- |Vries, Journaal.

Urup (_Compagnieland_). |45 44 -- |149 -- -- |T. Sakusajemon, kaart.

„ C. Nobunots. |45 46 -- |148 58 -- |Broughton, org.-kaart.

„ C. Kusinots (_C. v. d.|45 45 -- |149 49 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Lijn_, Vries). |45 38 -- | -- -- -- |Vries.

„ C. Iwara (_Kruishoek_,|45 39 -- |149 34 -- |Golownin.

Vries). |45 53 -- |149 43 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|45 57 -- |149 7 -- |Broughton, org.-kaart.

|46 6 -- |149 48 -- |Vries, Journaal.

|46 6 -- |150 42 24 |De Lapérouse, kaart.

„ C. Arimui (_C. Schou- |45 59 -- |149 57 -- |T. Sakusajemon, kaart.

ten_, Vries). |46 8 -- |149 20 -- |Broughton, org.-kaart.

|46 33 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

„ C. Itojentomo (_C. |46 18 -- |150 29 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Castricum_, Lapérou- |46 16 -- |150 22 -- |Golownin.

se). |46 14 -- |149 52 -- |Broughton, org.-kaart.

|46 23 -- |151 48 24 |De Lapérouse, kaart.

Rebuntsiriboi (_Tschiri- |46 27 -- |150 44 -- |T. Sakusajemon, kaart.

poij_). | | |

(Hummock Island, Brought). |46 32 45 |150 37 10 |Golownin.

|46 32 -- |150 10 -- |Broughton, org.-kaart.

Jargetsiriboi. |46 24 -- |150 39 -- |T. Sakusajemon, kaart.

|46 29 15 |150 33 30 |Golownin.

|46 29 -- |150 7 -- |Broughton, org.-kaart.

Makanruru (_J. Broughton_, |46 37 -- |150 41 -- |T. Sakusajemon, kaart.

Golow.). | | |

(_Round Island_, Brough- |46 42 30 |150 28 30 |Golownin.

ton). |46 46 -- |149 59 -- |Broughton, org.-kaart.

Sikotan (_Tschikotan_, |43 58 -- |137 23 -- |T. Sakusajemon, kaart.

J. Spangberg). | | |

„ C. Itoruika |43 53 -- |146 48 30 |Golownin.

(_C. Canael_, |43 44 -- |146 52 -- |Broughton, org.-kaart.

Vries). |44 7 -- | -- -- -- |Vries (Janss. kaart).

|43 50 -- | -- -- -- |Spangberg.

|43 56 -- | -- -- -- |Vries Journaal.

| | |

Het Eiland Krafto, Golf van| | |

Aniwa. | | |

| | |

C. Notoro (_C. Crillon_, |45 57 -- |140 34 -- |(O. v. Parijs.) De

Lapérouse). | | |Lapérouse.

|45 54 15 |141 48 -- |Von Krusenstern.

J. La Dangereuse, |45 47 15 |142 8 45 | „

Lapérouse. | | |

C. Siretoko (_C. Aniwa_, |46 3 -- |144 24 -- |De Lapérouse.

Vries). |46 2 20 |143 30 20 |Von Krusenstern.

|45 59 -- | -- -- -- |Vries (Janss. Journ.)

Zalmbaai, Vries. |46 40 -- | -- -- -- | „ „ „

„ v. Krus., Anker- |46 41 15 |142 33 -- |Von Krusenstern.

plaats. | | |

Tomari Aniwa, Vries. |46 36 20 |142 52 -- | „

J. Pijramida (_Takatsuga_, |46 20 -- | -- -- -- |Vries, org. kaart.

Vries). |46 32 -- | -- -- -- |Toknai’s kaart.

| | |

Westkust van Krafto. | | |

| | |

J. Toto-mosiri (_J. Monne- |46 9 -- |141 14 -- |Volgens v. Krusenst.

ron_, Lapér.). | | |Mémoires hydrogr.

Baie de Langle, Lapérouse. |47 49 -- |140 29 -- |(O. v. Parijs.) De

| | |Lapérouse.

|47 45 -- |141 58 -- |Volgens v. Krusenst.

| | |Mémoires hydrogr.

Pic de Lamanon |48 45 -- |141 56 -- |Volgens v. Krusenst.

(_Raitsiska_). | | |

Baie d’Estaing, Lapérouse. |48 59 -- |140 32 -- |(O. v. Parijs.) De

| | |Lapérouse.

Baie de Jonquière, |50 54 -- |142 16 -- |Von Krusenstern.

Lapérouse. | | |

C. Boutin (_Tekka_, |51 52 -- |141 53 -- |Mémoires van denzelfden.

Lapérouse). | | |

| | |

Noordkust van Krafto. | | |

| | |

C. Golowatcheff, von |53 30 15 |141 55 -- |Von Krusenstern.

Krusenstern. | | |

C. Horner, von Krusenstern.|54 8 -- |142 28 -- | „

C. Marie, von Krusenstern. |54 17 20 |142 17 45 | „

C. Elisabeth, von |54 24 30 |142 46 30 | „

Krusenstern. | | |

| | |

Oostkust van Krafto. | | |

| | |

C. Loewenstern, von |54 3 15 |143 42 30 | „

Krusenstern. | | |

C. Würst, von Krusenstern. |52 27 30 |143 17 30 | „

C. de Bas-fonds, von |52 32 30 |143 14 30 | „

Krusenstern. | | |

Pointe de dunes, von |51 53 -- |143 14 -- | „

Krusenstern. | | |

C. Delisle de la Croyere |51 30 -- |143 33 -- | „

v. Krusenst. | | |

C. Ratmanoff, von |50 48 30 |143 53 15 | „

Krusenstern. | | |

C. Rimnick, von |50 11 30 |144 3 -- | „

Krusenstern. | | |

C. Bellinghausen, von |49 35 -- |144 25 45 | „

Krusenstern. | | |

C. Patientie, Vries. |48 34 -- | -- -- -- |Vries Journaal.

|48 52 -- |144 46 15 |Von Krusenstern.

Robben eijland, Vries. |48 34 -- |144 25 -- | „

|48 31 -- | -- -- -- |Vries Journaal.

C. Dalrijmple, von |48 21 -- |142 50 -- |Von Krusenstern.

Krusenstern (_Uri_). | | |

C. Mulloffsky, v. Krus. | | |

(_Sjojunkotan_). |47 57 45 |142 44 -- | „

C. Seniawin, v. Krus. |47 16 30 |143 -- -- | „

(_Notsuitoko_). | | |

Mordwinoff-Baai, von |46 48 -- |143 24 -- | „

Krusenstern. | | |

C. Tonijn, Vries |46 50 -- |143 33 -- | „

(_Wojakutsi_). |46 47 -- | -- -- -- |Vries Journaal.

C. Löwenörn, v. Krusenst. |46 23 10 |143 40 20 |Von Krusenstern.

(_Hontob_). | | |

BIJ DEN UITGEVER DEZES ZIJN MEDE TE BEKOMEN

DE NAVOLGENDE WERKEN

UITGEGEVEN VAN WEGE HET

KON. INSTITUUT VOOR NEDERL. INDIË.

Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van

Nederlandsch Indië, 1^{e} Serie, 4 deelen, 1853-1856. 8^{o}. ƒ 18.--

Nieuwe volgreeks, 1^{e} deel, 1856, 1^{e} en 2^{e} stuk.

8^{o}. „ 2.60

MULLER (S.), Reizen en onderzoekingen in den Indischen

Archipel, gedaan op last der Nederlandsche Indische regering,

tusschen de jaren 1828 en 1836. 2 deelen gr. 8^{o}. met 4

kaarten en 5 platen. „ 9.80

SCHWANER (C. A. L. M.), Borneo. Beschrijving van het

stroomgebied van den Barito, en Reizen langs eenige voorname

rivieren van het Zuid-Oostelijk gedeelte van dat land, op last

van het Gouvernement van Nederl.-Indië gedaan in de jaren

1843-1847. 2 deelen met 14 gekl. pl. Zeer gr. 8^{o}. „ 12.50

CROOCKEWIT (J. H.), Banka, Malakka en Billiton; verslagen

aan het bestuur van Nederl.-Indië gedaan in de jaren 1849 en

1850. 8^{o}. (1.50) „ --.90

KITAB-TOEHPAH, Javaansch-Mahommedaansch Wetboek, uitgegeven

door S. KEYZER. 1853. 8^{o}. „ 3.20

VAN DER HART (C.), Reize rondom het eiland Celebes en naar

eenige der Moluksche eilanden, gedaan in den jare 1850, door

Z. M. schepen van oorlog _Argo_ en _Bromo_. 1854. 8^{o}. „ 3.90

Het Boek Adji-Saka. Oude fabelachtige geschiedenis van Java.

Uit de poëzie in Javaansch proza overgebragt door C. F. WINTER,

Sr. Met een uitvoerig Bijvoegsel tot het Woordenboek der

Javaansche taal, van GERICKE en ROORDA. 1857. 8^{o}. „ 5.70

WIJDERS:

Duizend en eene Nacht.--Arabische vertellingen. Naar de

Nederduitsche vertaling in het Javaansch vertaald door C. F.

WINTER Sr., uitgegeven door T. ROORDA. 1847-1849. 2 deelen.

8^{o}. (21.--) „ 11.--

Het Boek Radja Pirangon of de geschiedenis van Nabi Moesa. Eene

Javaansche legende, uitgegeven door T. ROORDA. 1844. 8^{o}.

(3.25) „ 1.40

_Bij denzelfden is mede voorhanden:_

Eene ZEER RIJKE VERZAMELING van BOEKEN, PLAATWERKEN en KAARTEN over de

_Nederlandsche Bezittingen_, zoo vroegere als tegenwoordige in Azië,

Afrika en Amerika, waarvan de Catalogus van 1430 Nummers op _franco_

aanvrage te bekomen is.

[Illustratie: _Gouverneur Generaal_

_Directeur Generaal_

_Raad van Indie_

_Buitengewoon Raad van Indie_

_idem_

_Schipper-Commandeur_]

[Illustratie: _Gedaene Coursen_

_door_

_den Schipper Commandeur_

_MARTEN GERRITSEN VRIES_

_met het fluytschip Castricum_

_A^{o} 1643._

De kaart berust IN ORIGINALI bij het Rijksarchief.]

Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan volgens het journaal gehouden door C.J. Coen, op het schip Castricum · 第 31 / 32 段