De weinige zeevaarders, die tot de openstelling van den haven van

_Hakodate_ (Sept. 1855) de _Aino_-landen met een wetenschappelijk

oogmerk bezocht hebben, hielden zich eenen veel te korten tijd en

onder te beperkte omstandigheden op de kusten van _Jezo_ en _Krafto_

en de _Kurilen_ op, om maar eenigzins de voortbrengselen dezer

eilanden, die eene oppervlakte van meer dan 2000 ☐ mijlen beslaan, te

kunnen leeren kennen; aan deze hebben wij derhalve slechts eene zeer

kleine bijdrage tot de _Fauna_ en _Flora_ en tot de kennis van de

geologische gesteldheid dezer landen te danken. Maar nog veel minder,

voor zoo verre ons de reisverhalen van Commodore ~Perry~ en van Wilhelm

~Heine~ als prospectus van een natuurkundig onderzoek in deze gewesten

kunnen dienen, laat zich te dien opzigte van de Amerikaansche

expeditie verwachten. Daarentegen zijn ons de meest belangrijke

natuurzeldzaamheden dezer eilanden en vooral van _Jezo_ door

schriftelijke en mondelinge mededeelingen van kundige Japanners,

die dezelve bezocht hebben, bekend geworden. Al wat ons over de

voortbrengselen dezer landen uit Europesche en Japansche bronnen bekend

is, hebben wij tot een geheel gebragt en in onze beschrijving van Japan

geboekt[162]. Daarop willen wij hen opmerkzaam maken, die zich meer in

het bijzonder daarvan wenschen te onderrigten. Evenwel laten onze

mededeelingen veel te wenschen over en zij mogen slechts als een

bladwijzer van het groote boek der natuur beschouwd worden, waartoe deze

landen hoogst merkwaardige voorwerpen leveren. Heb ik reeds mijne

geo-hydrographische, volken- en taalkundige toelichtingen met de

welgemeende bedoeling nedergeschreven om aan onze Nederlandsche

zeevaarders eenigzins tot gids te kunnen dienen bij hunne verdere

reizen in dat zeegebied, zoo mag ook hier een beknopt overzigt der

voortbrengselen der zoo weinig bekende Ainolanden eene geschikte plaats

vinden.

[162] ~Nippon~, VII, p. 244. ”_Die Naturerzeugnisse von Jezo, Krafto

und den Japanischen Kurilen._”

HET DIERENRIJK.

=Zoogdieren.= Het overzigt dat wij daarvan kunnen aanbieden is vrij

volledig, en er wordt daardoor eene gaping opgevuld, die dusverre in het

gebied der dierenkunde tusschen de Japansche eilanden, het vaste land

van Oost-Siberië en Kamtschatka bestond[163].

[163] Van de met * aangestipte dieren hebben wij de vellen gezien, en

van die met † gemerkt afteekeningen verkregen; de overige zijn

volgens de Japansche synonimen der _Aino_-namen te regt gebragt.

De met F. J. gemerkte dieren zijn in onze Fauna Japonica

afgebeeld.

Vledermuis Pteropus spec. _Atspo_ (Aino) _Ohokômuli_

(Jap.)

„ Vespertilio _Kabap_ _Itatsi

camtschaticus? kômuli_

Mol *Talpa Wogura F. J. _Ithutsikere_ _Wogura_

Spitsmuis Sorex spec. _Sjatsiri_ _Dsinezumi_

„ „ „ _Ubasitsironop_ _Kawanezumi_

Beer *Ursus arctos _Hokjuk_, _sijuk_ _Ohokuma_

(ferox) (mas) _Ojan_ (foem)

„ *Ursus collaris _Borep_, _seberi?_ _Fikuma_,

_aka kuma_

„ * „ thibetanus _Tsira mante_ _Tsukino

F. J. kuma_

Marter *Mustela melampus _Thusjunike_ _Ten_

F. J.

„ * „ brachyura _Hoinu_ _Jezo-ten_

F. J.

Visch-otter *Lutra vulgaris _Isjamani_ _Kawa uso_

F. J.

Zee-otter *Enydris marina _Rakko_, _Rakko_

_Binnep_ (mas)

Wolf Canis lupus _Ose kamui_ _Oho kami_

Vos * „ vulpis _Fure tsup_, _Kitsne_

i. e. vulpis rubra

„ * „ „ _Kunne sjumari_,

argentatus i. e. vulpis nigra

„ Canis lupus variet _Sithunpi_ _Sittukpen_

(Kuril.)

„ „ „ variet _Tsironop_

Hond „ domesticus _Sita_, _seta_ _Kari inu_

Kat Felis Catus _Meko_ _Neko_

Tanuki Nictereutes _Mojuku_ _Tanuki_

viverinus F. J.

„ Canis? procyoides _Numari_

F. J.

Haas Lepus brachyurus _Isjabo_ _Usagi_

F. J.?

Eekhoorn *Sciurus varius _Niuf_ _Wogatsuki_

„ ge- *Tamias striatus _Kasî kiri gusi_ _Sima

streept nezumi_

Rat Mus spec. maj. _Irimo_ _Nezumi_

Muis „ „ min. _Pon irimo_ _Tanezumi_

Hert *Cervus Sika F. J. _Jûk_, _Binnero_ _Sika_

(mas) _momanbe_

(foem)

Gems †Antilope crispa _Jukusisi_ _Niku_

F. J.

Rendier *Cervus Tarandus _Thunakaï_ _Barok’_

(Chin.)

Muskusdier *Moschus moschi- _Likon kamui_ _Nora_,

ferus F. J. _Kusika_

Wild zwijn Sus leuco mystax _Wottomun_[164] _Inosisi_

F. J.

Chineesch varken „ sinensis _Wosju furokke_ _Buta_

Zeehonden of {*Phoca oceanica _Situkari_

robben (zonder {* „ barbata _Jai thukari_[165]

zigtbare ooren) {* „ numularis _Kesjo_

{ F. J.

Robben met Otaria ursina _Onnep_, _uneu_ _Uminoneko_,

ooren F. J. (mas) _Homapp_ _Ottosei_

(foem)

Zeebeeren en „ Stelleri _Thukara_[166] _Asarasi_

zeeleeuwen F. J.

Walrus Trichecus Rosmarus _Sikaitanke_ _Asika_,

_Kai-tats_

(Chin.)

Borkenwale Rytina Stelleri? _Ikusibe_, _Umisika_

_Kamutanasi_

[164] Buitendien worden nog de volgende namen aan varkens of wilde

zwijnen gegeven, die waarschijnlijk op het geslacht, ouderdom en

andere eigenschappen van dezelve betrekking hebben, waarop

wij echter de aandacht van reizigers willen vestigen:

_woun-ommetousi_, _woun-hikata_ en _woun-momorum_.

[165] Het witte (_tetari_) jong wordt door de _Aino’s_ op _Jezo_,

_Retari thukari_ en van de _Kurilen_, _Retatkor_ genoemd.

[166] _Ruo_ beteekent een jonge _Ottaria_.

Nog worden eenige andere namen van waarschijnlijk tot de familie der

_Pinnipedia_ behoorende dieren vermeld: _Hekeppokoma_ (eene jonge

Phoca?) _Ufuithukari_, _Amusine_ of _Amossibe_, _Boniri_ (een jong of

wijfje van een robbe), _Nigui_, _Tasjunbuikoro_.

Van walvisschen, waarvan zoo dikwijls in het _Journaal_ van ~Vries’~

zeetogt gewaagd wordt, worden zonder twijfel in de zee van de

_Aino_-landen dezelfde soorten en verscheidenheden gevonden die aan de

Japanners, die zich naarstig op de walvischvangst toeleggen, bekend

zijn; de onwetende _Aino’s_ schijnen nog veel meer soorten daarvan te

onderscheiden dan de Japanners, die sedert eeuwen hunne natuurkundige

waarnemingen nederschrijven en bij voortduring trachten te herzien en te

verbeteren.

~Mogami Toknai~ haalt in zijn _Aino_-woordenboek 19 namen van

Walvisschen (_Kuzira_) aan, terwijl de Japansche ~Linnée Wono Lansan~

maar 16 soorten opnoemt. Volgens onze nasporingen op Japan en volgens

het oordeelkundig onderzoek van onzen geleerden medebewerker der _Fauna

Japonica_, Dr. ~H. Schlegel~, beloopt echter het getal van de door ons

in de wateren van Japan waargenomene en naar van de Japanners

vervaardigde teekeningen en beschrijvingen met zekerheid te bestemmen

walvisschen op acht soorten, en deze zijn:

{ Delphinus longirostris Jap. _Sakamata_

{ „ melas „ _Namino uwo_

Dolfijnen { „ globiceps „ _Gotô_

{ „ Orca „ _Iruka_

{ Balaena antarctica „ _Sebi-kuzira_

Walvisschen { Balaenoptera arctica „ _Iwasi-kuzira_

{ „ antarctica „ _Sato_, _nagasu-kuzira_

Potvisch Physeter macrocephalus „ _Makko-kuzira_

De door ~Toknai~ en andere Japanners voor benamingen van walvisschen,

dolfijnen en potvisschen (_Kuzira_) gehouden en ons medegedeelde

_Aino_-namen willen wij hier opnoemen, ten einde tot leidraad van een

nader onderzoek in de _Aino_-landen zelven te kunnen dienen. _Tawajuk_

(_Iruka_ _Jap._); _Jukfunbe_; _Kene funbe_, rood van huid; _Nise funbe_,

eet haring; _Iwakotôma funbe_, is groot; _Okina_, is zeer groot;

_moasjankur_, groot; _sjasijangur_, groot; _Nokor_, heeft baarden;

_Ithutsikere_, heeft eene lange neus; _Fûrenbe_, heeft rood spek;

_Oakansi_, eenen grooten buik; _Asbekorû_, gelijkt eene groote makreel;

_Kuttare_ ook _Otahoi_ genoemd, eet haring. _Okirike_; _Isjobonbe_;

_Jaitesi_; _Taneibe_; en _Thunaï_.

Hoe talrijk zich de walvisschen op de kusten van de _Aino_-landen ook

vertoonen, zoo worden zij toch zeldzaam van de _Aino’s_ gevangen; zij

nuttigen echter het vleesch en de traan van zulken, die stranden. Onze

Nederlandsche zeevaarders hebben de meeste walvisschen in scharen van

het noorden naar het zuiden zien trekken. Nog voor kort werden door de

Amerikaansche Expeditie in het Oosten van Japan benden van 300

walvisschen ontmoet. Ook vertellen de _Aino’s_ van een zeemonster

_Okina_, dat zoo groot zijn zou, dat hij walvisschen verslinden kon. Men

heeft echter daarvan alleen den rug gezien. Dit verdichtsel is

waarschijnlijk ook op groote troepen van walvisschen of dolfijnen

gegrond; insgelijks verhalen zij dat de walvisschen door een’ naar den

_Iruka_ (Delphinus Orca) gelijkenden dolfijn, dien de Japanners _Kami

Kiri_, d. i. zaagvisch, noemen, vervolgd en gedood wordt.

=Vogels.= In evenredigheid van de hoeveelheid van vogels in

Oost-Siberië, Kamtschatka en Japan bekend[167], is het getal van deze,

die door Europesche natuurkundigen en de Japanners op _Jezo_ en _Krafto_

zijn waargenomen, klein. Deze zijn:

[167] Vergelijk ~Nippon~, VII. l. c. pag. 254 ff., waar eene lijst van

de vogels, die door ~Pallas~, ~von Kittlitz~ en ~von

Middendorff~ in deze gewesten gevonden worden, medegedeeld

wordt.

Valk Falco communis _Tsirikoiki_ (Aino) _Taka_ (Jap.)

Sperwer Astur nisus _Kunkuth_ _Fitaka_

IJsvalk „ „ albus _Tetari kunkuth_ _Usu

kohoritaka_

„ Spizaetes orien- _Tekku_ _Horo taka_

talis?

Visch-arend Haliaetos pelagicus _Kaba tsiri_, _Iso wasi_

F. J. _Ratupf_

Zee-arend „ albicilla _Sira tupf_ _Waba wasi_

„ Pandion haliaetus _Pgoak_, _Kak_ _Kuso wono

orientalis? (Kamtsch.) wasi_

Kuikendief Buteo Japonicus F. J. _Jattowe_ _Sima tobi_

Ooruil Otus semitorques {_Kamui tsi kapf_, _Mimitsuk_

F. J. {d. i. Geesten-

Uhu-uil Strix bubo {vogel

Caliope Silvia Caliope _Hokitsi_ _Nokoma_

Nachtegaal „ _vel_ Luciola _Bakekijo_ _Uguhiso?_

spec.

Kwikstaart Modacilla lugens _Baikatsiri_ _Sekuro sekirei_

F. J.

„ „ spec. _Tokhakun_

Koolmees Parus major _Fuksatsiri_ _Sisjukara_

Staartmees „ caudatus var. _Matsumaë-

Jenaha_

Huismos Fringilla domestica _Amanitsikapf_ _Suzume_

Leeuwerik Alauda alpestris? _Rikintsiri_ _Fibari_

F. J.

Lijster Turdus spec. _Sike_ _Muku_

Spreeuw Sturnus cinerarius _Jezo-muku_

Raaf Corvus japonensis _Hasikuro_ _Karasu_

Kraai „ corone? _Jeppirka_ ?

Ekster Pica varia _Kasasai_

Blaauwspecht Garrulus Brandtii _Barkeu_ _Kasitori_

IJsvogel Alcedo spec. _Ijami_ _Kagesu_

Groenspecht Picus awokera F. J. _Isokisoki_ _Awokera_

Koekoek Cuculus canorus _Toppits_ _Hotodokis_

Huisduif Columba domestica _Toita_ _Ijebato_

Bergduif „ gelastris _Kusjujeb’_ _Jamabato_

F. J.

Groene duif „ Sieboldii _Thuthuts’_ _Awobato_

F. J.

Huishoen Gallus domestica _Niwa tori_

Kwartel Coturnix vulgaris _Usura_

var. F. J.

Trapgans Otis tarda? _Utakan_ _Nogan_

Papegaaiduiker Arca torda }_Atujuitsikapf_ _Utoû_

„ „ monoceros }

„ Marmon cirrhata _Jeppirika_

Duiker Podiceps spec. _Aptotsikapf_ _Ame tori_

„ „ „ _Wakkatoitoi_

„ Colymbus spec. _Imoton_ _Aisa kamo_

Aalscholver Carbo bicristatus _Uriri_ _Simau_

Wilde eend Anas boschas _Sikobetsja_ _Makamo_

Wintertaling „ crecca _Kobettsja_ _Kokamo_

Eend „ spec. _Thura_

„ „ „ _Kakkari_

„ „ „ _Kobe_

„ „ „ _Kakkjo_

„ „ „ _Kaori_

„ „ „ _Jaureta_

Wilde gans Anser hyperboreus? _Kuitopp_ _Kari_

Tamme „ „ cinereus domes- _Magan_

ticus

Gans „ spec. _Kuwetou_

Meeuw Larus melanurus F. J. _Kabiu_ _Kamome_

Stormvogel Puffinus tenuiros- _Wonnetsikapf_ _Okino kamome_

tris F. J.

Kemphaan Tringa variegata _Kui kui_ _Siki_

„ „ meleagris _Thurapfta-tsiri_ _Famasiki?_

Houtsnip Scolopax rusticula _Matsjo_ _Mijakotori_

Kraanvogel Grus cinerea var. _Sururun_ _Tsuru_

F. J.

Witte reiger Ardea alba _Bettsjo_ _Sirasaki_

In ~Toknai~’s woordenboek wordt nog eene lange reeks van vogelen

opgenoemd, zonder dat daarbij de Japansche synonymen gevoegd zijn. Hoe

vreemd ook deze _Aino_-namen luiden, zoo willen wij dezelve toch hier

mededeelen, ten einde aan reizigers de gelegenheid aan de hand te geven

om ze op te sporen. _Oretara_, _Thurja_, _Arats_, _~Kakakjo~_,

_Fûsetsiri_, _Korokakkun_, _~Harikeu~_, _Wauwo_, _Sirar’wa_,

_Ithurahisika_, _~Itoki toki~_, _Ainusetsiri_, _Omanruitsiri_,

_Bakkunne_, _Uwetsiritsiki_, _Nuppukaoreu_, _Hokkiure_, _Ussetoita_,

_Oppikepike_, _Worunkakkeu_, _Kuitopp_, _Kaori_, _Hekatsitsiri_,

_Jauretara_, _Furesjamtsiri_, _Horutsiri_, _Okeura_, _Reraokï_,

_Hometsiri_. Wij herhalen, dat _Tsikapf_ een’ grooten vogel en _Tsiri_

een’ kleinen beteekent en dat verscheiden namen bijna eensluidend met

reeds opgenoemde zijn.

=Kruipende dieren.= De meeste van de dieren van deze klasse worden in

het zuiden van _Jezo_ gevonden en komen veelal met die van het

noordelijke Japan overeen.

Schildpad Emys _v._ Trionyx _Itsinke_ (Aino) _Game_ (Jap.)

Hagedis Stincus quinque- _Haran_ _Tokage_

lineatus F. J.

Slang Coluber quadri- _Hasikuro kamoi_ _Kurokutsi-

virgatus F. J. naba_

„ Coluber virgatus F. J. _Fugowoka_ _Mugi wara

febi_

Adder Trigonocephalus _Tokko kamoi_ _Mamusi_

Blomhoffi F. J.

„ Trichonocephalus spec. _Tanne kamoi_ _Siro febi_

„ „ „ _Kinasitonkur’_

Gemeene pad Bufo vulgaris F. J. _Terekeibe_ _Kaheru_

Groene kik- Rana esculenta F. J. _Toron kamoi_ _Kawadsu_

vorsch

Kikvorsch „ spec. _Kekketsch_

„ „ rugosa F. J. _Woats’_ _Tsutsikahe-

ru_

Boomkikvorsch Hyla arborea F. J. _Kokekets_ _Awogaheru_

„ „ ? spec. _Ibi_

Watersalaman- Triton spec. _Wimori_

der

Ook wordt nog van eenen Rob _Sithukari_ gewaagd, die naar eene schildpad

gelijkt, waarschijnlijk eene _Sphargis mercurialis_ of eene _Chelonia_

soort, die somtijds door orkanen en strooming der zee aan de kusten van

_Jezo_ aangespoeld wordt.

=Visschen.= De verhalen van de groote hoeveelheid van visch, welke onze

oude Nederlandsche zeevaarders langs de kusten en vooral aan de monden

der rivieren van het land van _Jezo_ ontmoet hebben, schijnen niet

overdreven te zijn, wanneer men daarmede de berigten vergelijkt, welke

ons de zeevaarders van den nieuwen tijd omtrent zekere vischsoorten, als

van zalm, haring en sardijnen in het noordelijke gedeelte van de

Japansche zee, in den zoo genoemde Tartarischen golf en in de zee van

_Ochotsk_ en _Kamtschatka_ mededeelen. Want ook zij spreken van

vischbanken die den mond der rivier stoppen en schatten de hoeveelheid

daarvan naar scheepsladingen; maar ook geloofwaardige Japansche

reizigers, met name ~Mogami Toknai~, verhaalde ons dat alleen van de

_Isikari_, de grootste rivier op de westkust van _Jezo_, ten tijde van

zijn verblijf op _Jezo_ (1785) twaalf duizend kok (1,800,000 Ned. pond.)

aan gezouten en gedroogden zalm (_Salmo leucocephalus_ en _S. callaris_)

is vervoerd geworden, en dat men langs de kust van _Jezo_ banken van

eene soort roode schollen (_Trygon Akajei_) vindt, die 126 tot 250 ☐

ellen beslaan. Het getal van de ons bekende vischsoorten, die aan de

kusten in de rivieren en meeren van Japan gevonden worden, beloopt ruim

vier honderd, dat langs de kusten van China ongeveer twee honderd; en

dat van het noordelijke gedeelte van den grooten Oceaan even veel. In

evenredigheid daarvan is echter het getal van vischsoorten die van de

zee en de rivieren der _Aino_-landen bekend zijn, klein. Dit neemt

echter niet weg, dat men daar niet alleen eene groote verscheidenheid

zal kunnen opsporen, maar ook vele reeds in andere zeegewesten

waargenomene soorten terugvinden; want daarheen worden visschen uit

hoogere en lagere breedten door hunne eigene natuurdrift tot verre

togten verleid en door eene krachtige, eeuwig durende locomotive, den

Japanschen stroom, medegesleept. Door Europesche reizigers hebben wij

slechts eenige weinige vischsoorten uit het zee- en riviergebied der

_Aino_-landen kennen geleerd; ook is de kennis van visschen, die wij aan

de op de kusten van _Jezo_ en _Krafto_ gehuisveste Japanners te danken

hebben, gering, omdat deze niet naar zeldzame, maar naar zulke visschen

kijken, welke ook in hun vaderland tot spijs dienen of voor den

groothandel in visschen het meest geschikt zijn. Des te meer welkom zal

aan zeevaarders de lijst van visschen zijn, die wij hun aanbieden

kunnen:

Zeebaars Niphon Spinosus F. J. _Kankai_ (Aino) _Matsmaë tara_

(Jap.)

„ Perca-labrax Japonicus F. J. _Airo_ _Suzuki_

Zeehaan Dactyloptera spec. _Fure sepp_ _Kasago_

Goudbaars Chrysophris major F. J. _Fure sepp_[168] _Aka dai_

„ „ spec. _Ninijesepp_

Makreel Scomber pneumatophorus F. J. _Sjaba_ _Saba_

Tonyn Thynnus pelamys F. J. _Tanneibe_ _Katsuwo_

„ „ Sibi F. J. _Sjunbi_ _Sibi_

Makreel? „ spec. _Pukka_

„ Elacate mottak, _Masu_

E. bivittata F. J.

„ Seriola aureo vittata F. J. _Tsiwasjan_ _Buri_

Harnasman Aspidophorus acipenserinus _Tsirosineibe_ _Rokkak_

„ „ superciliosus

„ „ stegophthalmus

„ Cottus intermedius _Jezo-gotsi_

„ Hemilepidotus Tilesii

„ Epinephelus ciliatus _Potoi_ _Tanago_

„ Pleuronectes stellatus _Tantaka_ _Karei_

Schollen „ spec. _Kabarin_

„ „ „ _Kasibisi_

Tongen „ „ _Simusibo_ _Firame_

„ „ „ _Hebeu_ _Oho firame_

„ „ „ _Herekusi_

Meerval Silurus japonicus F. J. _Uta_ _Namazu_

Vooren Cyprinus conirostris F. J. _Ruwokom_ _Funa_

Halfbek Hemiramphus Sajori F. J. _Funbe deppo_ _Sajori_

Zalm Salmo lagocephalus _Sibe_ _Sake_

„ „ Proteus _Sjankenbe_ _Mazu_

„ „ sanguinolentus _Urupp_ _Beni-mazu_

„ „ spec. _Tsirai_ _Ito_

„ „ „ _Hemoi_

„ „ „ _Tsjarokun_

„ „ „ _Wowo_

„ Saurus? _Tsuppo_ _Ukui_

„ Saurus? _Ururui_ _Kusaki uwo_

Haring Clupea gracilis F. J. _Ponsepp_ _Iwasi_

„ „ ? _Heroki_ _Kado v.

Nisin_

Stekelbuik Tetraodon spec. _Akamkorbe_ _Eugu_

„ „ „ _Jursi kasepp_

Klompvisch Orthagosiscus mola F. J. _Hinabo_ _Manbo_

Steur Acipenser Helous

Haai Mustelus vulgaris _Wonne_ _Wani_

Rog Trijgon Akajei F. J. _Aitsi korbe_ _Akajei_

„ Raja? _Karma_ _Same_

„ „ _Tsikobakui_

„ „ _Ihessjarkorbe_

Zevenoog Heptastema cirrhatum F. J. _Nukaribe_ _Jodamusi_

Lamprei Petromyzon camtschati- _Sjumarop_ _Jatsme-

cus[169] unagi_

[168] _Fure_ rood, _sepp_ visch, want beide zijn roode visschen.

[169] Ook de Kamtschadaalsche Lamprei heeft maar zeven _spiracula_; de

Japanners noemen hem echter _Jats’me-unagi_, d. i.

achteroog-aal, en tellen bij de zeven _spiracula_ op iedere

zijde het _oog_, is dus ook een _Heptastema_.

Ook van visschen hebben wij eenige _Aino_-namen niet kunnen

teregtbrengen, deze zijn: _Inunbeibe_, _Takutaku_, _Siribokke_,

_Sjokorsepp_, _Furarui_, _Rannibe_, _Kasinube_, _Pontoksi_.

=Weekdieren.= De mollusken die wij van de _Aino_-landen kennen, zijn ook

meestal zulke, welke daar gegeten of voor den handel naar Japan

bijeengebragt worden, als:

Zeekat Octopus areolatus _Athui nau_ (Aino) _Tako_ (Jap.)

„ „ granulatus _Athui ne_ _Iwa tako_

Inktvisch Sepia japonica _Fussanna_ _Ika_

„ „ ? _Pasiani_

„ Sepiola? _Masi tanbe_

„ Loligo brevis? _Mattsijana_

Oesters Ostrea spec. _Biba_ _Kaki_

Jacobsschulp Pecten „ _Asikedekke_ _Tadekai_

„ „ „ _Akketesei_

Hamdoublet Pina „ _Apnisei_ _Kami_

Mossel Mytilus „ _Hankatsjui_ _Ikai_

Hartschulp Cardium „ _Tsjakenai_ _Akakai_

„ „ „ _Tsibojetsup_ _Sizimi_

„ „ „ _Tsiurp_

Venusdoublet Venus „ _Iasibebots_ _Sira famakuri_

„ „ „ _Herenasi_

„ „ „ _Kabarusei_

„ „ „ _Heurokke_ _Asari_

„ „ „ _Urukke_

Klipzuiger Haliotis japonica _Aibe_ _Awabi_

Nog worden eenige schulpen genoemd, als: _Petsi_, _Tsitani_,

_Trusjunke_, _Kanputh_, _Ratutsjûke_, _Simabaratets_, _Sikikemsjui_.

Zeer belangrijk is op _Jezo_ de vangst van _Tripang_, daar _Kakurauta_

en van de Japanners _Irigo_ of _Kingo_ genoemd. Ook verzamelt en droogt

men daar een eetbare zeekwallen, _Kurage_ genaamd.

=Schaaldieren.= De weinige soorten van _Crustacea_, die wij uit

Japansche bronnen hebben kunnen opsporen, als te huis hoorende in de

_Aino_-landen, leveren eene zeer belangrijke uitkomst voor hare

geographische verspreiding op. Wij vinden daar van den zeldzamen

_Crapsus Japonicus_ F. J. (_Anbajaja_ in de _Aino_-taal en op Japan _Dsu

gani_ genoemd) gewaagd die ook de rivieren van _Jezo_ bewonen, en van

onze op het strand van de Oostkust van Japan ontdekte reusachtige

zeekrab _Inachus Kaempferi_ F. J. (_Murikana_ _Aino_) _Sima gani_ of

_Taka asi-gani_ d. i. langbeenkrab (_Jap._). Deze reuzenkrab, waarvan

~Engelbert Kaempfer~ eenen arm afgebeeld en de vermaarde ~Steller~ in

den _Alutora_-golf op _Kamtschatka_ ook eenen arm gevonden heeft, die

toereikende was eenen hongerigen mensch te verzadigen[170], wordt ook

somtijds aan de kust op _Jezo_ gevonden en van hem beweerd dat hij eene

groote van acht tot tien Sjak (voet) bereikt. De grootste door ons

gezien heeft armen (_Chelae_) gehad die vier voet lang waren. Ook vindt

men daar eenen Palinurus, _Holokerki_ (_Aino_) _Jebi_ (_Jap._), den

Astacus Japonicus, _Tekunbe korbe_, eene Squilla, _Heka korbe_ (_Aino_)

_Sjaku_ (_Jap._) en verscheiden andere krabben, die in het algemeen

_Hiko kunbe_ genoemd worden.

[170] ~Engelberth Kaempfer.~ _Beschrijving van Japan_, pag. 100, Tab.

14. A. _Mémoires de l’Académie de St. Petersbourg_, Tom. V, pag.

358.

=Spinachtige, gekorvene dieren.= Daarvan kunnen wij slechts eene kleine

lijst aanbieden, waarin echter de algemeen voorkomende dieren van dien

aard geschetst zijn: _Spinnen_ (_Kumo_, _Jap._) worden eene _Jawosike_

en eene _Jatem_, en ook een Exodes, (_Jani_ _Jap._) _Baraki_ gevonden;

ook eene Basterdspin, _Phalangima_, waarvan de sap tot de bereiding van

het vergift hunner pijlen gebruikt wordt. Verder worden Kevers genoemd:

Lucanus spec., _Ninakikiri_ (_Aino_) _Hasamimusi_ (_Jap._); eene

Buprestis, _Sino kane haram_ (_Aino_) _Kink’wako_ (_Jap._); de glimworm,

Lampiris, _Nisekep_ (_Aino_), _Hotaru_ (_Jap._); een krekel, Gryllus,

_Sibebe_ (_Aino_), _Kirikirisu_ (_Jap._); bijen, Apis melifera,

_Sisjôja_ (_Aino_), _midsuhatsi_ (_Jap._); wespen, _Vespa_, eene met

witte vlekken _Majuksjôja_ (_Aino_), _Hatsi_ (_Jap._); paardevliegen,

Oestrus, _Sirawo_ (_Aino_), _Apû_ (_Jap._); aardwespen, Pompilus,

_Jasjôja_ (_Aino_), _Tsudsibats_ (_Jap._); waternimfen, Libellula,

_Hankkatsjui_ (_Aino_), _Tonbo_ (_Jap._); kapelletjes, _Mareu_ (_Aino_),

_Tjô_ (_Jap._); ook nachtvlinders, _mosetsikap_; eindelijk muggen,

Culex, Tipula, Simulium, _Ithutanne_, _Kamurusju_, _Ibiro_, _Irairai_,

_Itsjottsjare_ (_Aino_), _Ka_ en _Futô_ (_Jap._); luizen, _Urki_

(_Aino_), _Sirami_ (_Jap._); vlooijen, _Taike_ (_Aino_), _Nomi_

(_Jap._); duizendbeenen, Julus, _Itemekkiri_ (_Aino_), _Makade_

(_Jap._); en pieren, _Tonin_, _Rutswo_ (_Aino_), _Mimizu_ (_Jap._). Wij

gevoelen zeer goed, dat zoo vele vreemde woorden voor onze lezers eene

vervelende lektuur zal zijn; het nut echter, dat daaruit zeevaarders en

reizigers in de _Aino_-landen bij hunne natuur- of taalkundige

navorschingen zullen kunnen trekken, heeft onszelven aangemoedigd een

zoo moeijelijken letterkundigen arbeid te volbrengen, en moge dien dan

ook bij hen verschoonen.

HET PLANTENRIJK.

Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan volgens het journaal gehouden door C.J. Coen, op het schip Castricum · 第 29 / 32 段