Zij vroeg slechts: "Wat wil dit zeggen? Wat beteekent dit?"

"O," zei don Ferrante, "kan het mij niet vervelen kostbaren wijn

van het vasteland voor je vader te laten komen en kan ik geen lust

hebben zelf eens op Domenico te rijden?" Toen hij dit gezegd had,

wilde hij heengaan. Er was immers niets meer te zeggen.

"Maar vertel mij toch eerst wat voor een broederschap dat is,"

zeide zij.

"Wat dat is? Daar wonen vele oude mannen."

"Arme oude mannen?"

"O ja, ze zijn juist niet rijk."

"Ze hebben zeker geen eigen kamer?"

"Neen, maar zeer groote slaapzalen."

"En ze eten uit tinnen borden aan ongedekte tafels?"

"Neen, ze zullen wel uit porselein eten."

"Maar zonder tafelkleed?"

"Mijn hemel, wat zou dat, indien de tafel slechts schoon is!"

Hij trachtte haar gerust te stellen. "Daar wonen heel goede

menschen. En als je het wilt weten, dan was het niet zonder aarzelen,

dat men cavaliere Palmeri aannam."

Toen verliet don Ferrante de kamer. Zijn vrouw was bedroefd, maar

ook zeer verontwaardigd. Haar scheen het, dat hij zich beroofd had

van rang en stand en een gewone koopman was geworden.

Ze zei heel luid, ofschoon niemand het kon hooren, dat het zomerpaleis

slechts een groot en leelijk oud huis was en Diamante een arme,

ellendige stad.

En natuurlijk zou ze niet toestaan, dat haar vader vertrok. Don

Ferrante moest iets anders verzinnen.

Nadat de maaltijd geëindigd was, wilde don Ferrante naar café Europa

gaan om domino te spelen en hij zocht naar zijn hoed.

Donna Micaela nam zijn hoed en volgde hem naar de galerij, die rondom

den tuin liep. Toen ze ver genoeg van de eetzaal verwijderd waren,

dat haar vader haar niet kon verstaan, zei ze heftig:

"Heb je iets tegen mijn vader?"

"Hij is te duur."

"Maar je bent immers rijk."

"Wie heeft je zoo iets verteld? Zie je dan niet hoe hard ik moet

werken?"

"Wees dan liever zuinig met iets anders."

"Ik zal ook zuinig zijn met iets anders. Giannita heeft nu genoeg

geschenken gekregen."

"Neen, onthoud mij liever iets."

"Jij bent mijn echtgenoote, jij zult het houden, zooals je het hebt."

Zij zweeg een oogenblik. Zij dacht na wat zij hem zou kunnen zeggen,

dat hem bang zou maken.

"En indien ik nu je echtgenoote ben, weet je dan ook waarom ik dat

geworden ben?"

"O, ja."

"Weet je ook wat don Matteo mij beloofde?"

"Dat is don Matteo's zaak, maar ik doe wat ik kan."

"Je hebt misschien wel gehoord, dat ik brak met al mijn vrienden in

Catania toen ik vernam, dat mijn vader hulp bij hen gezocht en niet

gekregen had?"

"Dat weet ik."

"En dat ik naar Diamante vertrok, opdat hij hen niet langer behoefde

te zien en zich voor hen schamen moest?"

"Zij komen ook niet in de broederschap."

"Indien je dit alles weet, ben je dan niet bang iets tegen mijn vader

te doen?"

"Bang? Neen, voor mijn vrouw ben ik niet bang."

"Heb ik je niet gelukkig gemaakt?" vroeg zij nu.

"O, ja," antwoordde hij onverschillig.

"Vondt je het niet aangenaam voor mij te zingen? Beviel het

je niet, dat ik je hield voor den edelmoedigsten man van geheel

Sicilië? Vondt je het niet prettig, dat ik me zoo wel bevond in het

oude paleis? Waarom moet dit alles nu eindigen?"

Hij legde zijn hand op haar schouder en waarschuwde haar.

"Denk er aan, dat je niet gehuwd bent met een voornamen heer van

Via Etnea!"

"O, neen."

"Hier op den berg heerschen andere zeden. Hier gehoorzamen de vrouwen

haar mannen. En wij storen ons weinig aan schoone woorden. Maar als

wij die willen hebben, weten we wel hoe we die moeten krijgen."

Toen hij zoo sprak, werd zij bang. Het volgende oogenblik lag zij op

de knieën voor hem.

Het was een donkere avond, maar er stroomde zoo'n heldere lichtschijn

uit de vertrekken dat hij haar oogen kon zien.

In een vurige smeekbede, heerlijk als sterren, waren die op hem

gevestigd.

"Wees barmhartig. Je weet niet hoe lief ik hem heb!"

Don Ferrante lachte. "Daarmee hadt je moeten beginnen. Nu heb je mij

eerst boos gemaakt."

Zij lag nog steeds onbeweeglijk en zag naar hem op.

"'t Is goed," zei hij, "dat je voor het vervolg weet, hoe je je

gedragen moet."

Nog steeds lag ze op haar knieën.

De Wonderen van den Antichrist · 第 26 / 80 题