DE KLOKKEN VAN SAN PASQUALE.

Men merkte spoedig in Diamante, dat don Ferrante's echtgenoote, donna

Micaela, niet veel meer was dan een kind. Zij kon er nog zoo uitzien

als een voorname dame van de wereld, zij was toch niets anders dan

een kind. En iets anders kon men ook niet van haar verwachten na het

leven, dat zij geleid had.

Van de wereld had zij niets gezien dan theaters, museums,

balzalen, promenades en renperken, en dit alles zijn immers slechts

speelplaatsen. Zij was nog nooit alleen op straat geweest. Zij had

nooit gewerkt. Men had nooit een ernstig woord tot haar gesproken. Ze

was niet eens ooit verliefd geweest.

Toen zij in het zomerpaleis trok, vergat zij al haar zorgen, even

licht en luchtig als een kind het gedaan zou hebben. En het bleek

dat zij de spelende phantasie van een kind bezat en dat zij alles

wat haar omgaf kon veranderen en herscheppen. De oude Saracenenstad

Diamante leek donna Micaela een paradijs.

Ze zeide dat zij in het geheel niet verbaasd was geweest, toen don

Ferrante haar op de markt aansprak en aanzoek om haar hand deed. Het

kwam haar zeer natuurlijk voor dat zoo iets in Diamante gebeurde. Zij

had dadelijk gezien, dat Diamante een stad was, waar rijke mannen

zochten naar arme, ongelukkige signorina's om haar tot heerscheressen

te maken in hun zwarte lavapaleizen.

Het zomerpaleis behaagde haar zeer. Het verbleekte, honderdjarige

mousseline, dat de meubels bedekte, vertelde haar vele verhalen. En

ze vond een diepe beteekenis in al de liefdestooneelen, die

tusschen de herders en herderinnetjes op de wandschilderingen

werden afgespeeld. Zij had ook dadelijk het geheim van don Ferrante

geraden. Hij was in het geheel geen gewone koopman in een der straten

van een kleine stad.

Hij was een eergierig man, die geld verzamelde om de familiegoederen

op den Etna terug te kunnen koopen, evenals het paleis in Catania

en het slot in de bergen. En indien hij een kort buis en een puntige

muts droeg gelijk een boer, was dit slechts om des te eerder te kunnen

optreden als grande van Spanje en prins van Sicilië.

Sedert hij getrouwd was, placht don Ferrante zich iederen avond te

kleeden in een fluweelen rok, zijn gitaar in de hand te nemen, en zich

te plaatsen op de koortrap van de muziekzaal in het zomerpaleis om

canzones te zingen. Terwijl hij zong, droomde donna Micaela, dat ze

gehuwd was met den edelsten man van het gansche schoone eiland Sicilië.

Toen donna Micaela een paar maanden getrouwd was, kwam haar vader uit

de gevangenis en vestigde zich in het zomerpaleis bij zijn dochter. Hij

bevond zich heel wel in Diamante en werd aller vriend. Hij sprak gaarne

met de iemkers en de wijngaardeniers, die hij in het café Europa trof;

en hij vermaakte zich iederen dag met het rijden naar den voet van

den Etna om naar historische overblijfselen te zoeken. Maar hij had

zijn dochter volstrekt geen vergiffenis geschonken. Wel woonde hij

onder haar dak, maar hij behandelde haar als een vreemde en was nooit

teeder jegens haar.

Donna Micaela liet hem stil geworden en hield zich alsof zij niets

bemerkte.

Zij kon zijn toorn niet meer zoo ernstig opnemen. Deze oude man,

dien zij liefhad, geloofde, dat hij haar jaar na jaar zou kunnen

blijven haten. Hij zou in haar nabijheid leven, haar stem hooren,

haar oogen zien en omgeven zijn door haar liefde, en hij zou kunnen

voortgaan haar te haten!

O, hij kende haar noch zich zelf! En dikwijls zat zij te phantaseeren

hoe het zou gaan als hij tot de erkentenis kwam, dat hij overwonnen

was, wanneer hij tot haar komen en haar toonen zou, dat hij haar

liefhad.

Op een dag stond donna Micaela op haar balkon, en wuifde tegen haar

vader, die op een kleine donkerbruine ponny wegreed, toen don Ferrante

uit zijn winkel kwam om met haar te spreken.

En wat don Ferrante haar wilde zeggen, was, dat het hem gelukt was

voor haar vader een plaats te koopen in de broederschap van het heilig

hart te Catania.

Maar ofschoon don Ferrante zeer duidelijk sprak, scheen donna Micaela

hem volstrekt niet te verstaan.

Hij moest herhalen, dat hij gisteren in Catania was geweest, en dat

het hem gelukt was cavaliere Palmeri een plaats te verschaffen in

een broederschap. Hij zou over een maand daar intreden.

De Wonderen van den Antichrist · 第 25 / 80 题