XII.

De schakel brak,--de Dood hield u gescheiden,

het Leeven sleepte u op zijn deining voort,

en, onder nieuwen liefde-groei versmoord,

ging schuil het glanzend schoon der eerste tijden.

Nochthans, nochthans voltrok zich ongestoord

het heilig Wonder, dat Gelieven beiden

door de¯eigen liefde¯elkaar tot God geleiden,--

en werd geboekstaafd in ontzach'lijk Woord.

Ik zie het aan en huiv'ring grijpt mijn ziel,

wij hadden van die Liefde een zwak vermoeden,

verrukt alree door 't ongeveer bevroeden--

Gedoog, dat ik voor haar gewisheid kniel.

Mijn hoofd buigt neer, omgolfd door staat'ge klanken,

laat de arme vreemd'ling in úw Tempel danken.

Dante en Beatrice, en andere verzen · 第 22 / 42 题