De schakel brak,--de Dood hield u gescheiden,
het Leeven sleepte u op zijn deining voort,
en, onder nieuwen liefde-groei versmoord,
ging schuil het glanzend schoon der eerste tijden.
Nochthans, nochthans voltrok zich ongestoord
het heilig Wonder, dat Gelieven beiden
door de¯eigen liefde¯elkaar tot God geleiden,--
en werd geboekstaafd in ontzach'lijk Woord.
Ik zie het aan en huiv'ring grijpt mijn ziel,
wij hadden van die Liefde een zwak vermoeden,
verrukt alree door 't ongeveer bevroeden--
Gedoog, dat ik voor haar gewisheid kniel.
Mijn hoofd buigt neer, omgolfd door staat'ge klanken,
laat de arme vreemd'ling in úw Tempel danken.