V. En zullen de regtvaardigen daar altijd in kennis en heiligheid
en gelukzaligheid toenemen?--A. Ja.
V. Naar welke plaats moeten wij, meer dan naar eenige andere,
wenschen en pogen heen te gaan?--A. Naar den hemel.
V. In welke plaats zullen de goddeloozen geworpen worden?--A. In
de hel.
V. Zeg op: "De goddeloozen zullen geworpen worden."--A. "De
goddeloozen zullen geworpen worden in de hel, en alle natiën die
God vergeten."
V. Welke soort van plaats is de hel?--A. Eene plaats van
vreeselijke pijnigingen.