V. Wat brandt daar?--A. Een eeuwigdurend vuur.

V. Wie worden, behalve de goddelooze menschen, nog in de hel

geworpen?--A. De duivel en zijne engelen.

V. Wat zullen de pijnen der hel den goddeloozen

ontlokken?--A. Geween en knarsinge der tanden.

V. Om wat smeekte de rijke toen hij door de vlammen gefolterd

werd?--A. Om een droppel water, ten einde zijne tong te verkoelen.

V. Zullen de goddeloozen iets goeds in de hel hebben? het minste

genoegen? de minste verligting hunner folteringen?--A. Neen.

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 214 / 220 题