V. Wie worden, behalve de goddelooze menschen, nog in de hel
geworpen?--A. De duivel en zijne engelen.
V. Wat zullen de pijnen der hel den goddeloozen
ontlokken?--A. Geween en knarsinge der tanden.
V. Om wat smeekte de rijke toen hij door de vlammen gefolterd
werd?--A. Om een droppel water, ten einde zijne tong te verkoelen.
V. Zullen de goddeloozen iets goeds in de hel hebben? het minste
genoegen? de minste verligting hunner folteringen?--A. Neen.