V. Welke zijn die?--A. Hemel en hel.

V. Naar welke plaats gaan de regtvaardigen na het oordeel?--A. Naar

den hemel.

V. Welke soort van plaats is de hemel?--A. Eene allerheerlijkste

en gelukzalige plaats.

V. Zullen de regtvaardigen in den hemel hongeren, of dorsten,

of naakt, of heet, of koud zijn? Zullen zij daar zonde, of smart,

of geween, of pijn, of dood kennen?--A. Neen.

V. Zeg op: "En God zal alle tranen van hunne oogen

wisschen."--A. "En God zal alle tranen van hunne oogen wisschen,

en daar zal geen dood, noch smart, noch geween meer zijn; ook

zal daar geene pijn meer wezen; want de vroegere dingen zijn te

niet gedaan."

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 212 / 220 题