Uit den "Spirit of Jefferson."

"Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den

13den October, onder voorzitterschap van den regter Samuels,

verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman,

beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van

den laatste. Op raad van hun advocaat, verlangden de partijen,

dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en de attorney

voor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden

verhoord.

"Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit

gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman,

en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder

waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die

diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende

omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een

anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James

Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij

tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.

"Op den 20sten Augustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte

S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van

een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven

te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren

gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem

af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld,

besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en

vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.

"Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten

duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven,

namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd

streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad;

niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne

gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde,

dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de

smid Reuben hem had geleverd.

"Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij

de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en

weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook,

zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met

grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er

volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de

valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel

van welke de diefstal was gepleegd, over.

"Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld

werd in een bovenvertrek van het magazijn, dat grensde aan het

pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf

werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan,

de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben

haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan

een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte

en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis,

die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit

was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf

voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf

en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon

geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet

verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst,

en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door

kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den

ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden

vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had,

werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet

ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring

van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen)

bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan,

of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem

verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat

hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en

dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar

een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde,

dat de neger "ferm op zijn beenen stond"; dat hij zich vrij naar

alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd

had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige

verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest

was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.

"Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met

dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee

mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een

verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.

"Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het

vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijn hals hangende

met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van

den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht

(verslapt), maar het leven was er uit.

"Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van

den coroner eene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood

veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren

bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na

den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing)

de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.

"Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de

gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging,

vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij

het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden

vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken,

en dat vonnis luidde "onschuldig." De attorney van den Staat

verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere

vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en

daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman

konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor het nolle

prosequi uit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door

het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend

was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis,

maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn

aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van

Stephen konden gehoord worden, de attorney voor den Staat teregt

een nolle prosequi ten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof

daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd een nolle prosequi

uitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.

"Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met

het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene

jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg

gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het

proces hangende was."

Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie

kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen,

dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?

In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den

beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige

jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend

te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging;

om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigen à

décharge te dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt

op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen,

die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig

of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om

onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor

slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op

hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de

eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten,

waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de

slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid,

dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn

aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot

bewijs zijner onschuld aan te voeren.

En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide,

dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt

besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden,

en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft

zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een

huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof

niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt

de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne

schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond,

zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen,

zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te

bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene

bekentenis ontperst werd.

Is dit de regtvaardigheid van Virginia?

Lewis werd gestraft met een "breed lederen riem"; hij werd "streng

gestraft"; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een "breed lederen

riem" is wel geschikt voor eene strenge straf. "Maar niemand

heeft beweerd", zegt het verslag, "dat deze straf het leven of

de gezondheid in gevaar brengt." Dat is onwaar; het werd destijds

nadrukkelijk in de nieuwsbladen gezegd, en het was ook de meening

van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer

groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.

Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals

vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan

een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf

voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet

te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel

hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat

zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als

dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze

bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om

zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem

vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening

aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man,

dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij,

na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan;

en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat

zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene

afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem

hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van

het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen

werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.

Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem

achtergelaten? "Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,"

zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te

ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping

te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest

ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe

straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem

te ketenen.

De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem

voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. "Lewis

vroeg een bankje om op te zitten." Waarom? Was hij niet lijdend en

uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen

zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat

de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen,

dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou

worden, en zeide zich den hals af te willen snijden, als hij een

mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot

zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!

Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen

zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem

hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën

eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover

gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken,

wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het

doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit

bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet

bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld

verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte

door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der

heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond,

van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene

niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks

de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk

een onderzoek.

Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die

voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot

bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van

hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom

die niet opgeroepen zijn, zal de attorney moeten verantwoorden. Om

onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt

zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis

in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre

na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd

worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de

oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der

zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping

hadden gedaan.

"Aan den Uitgever van de Era.

"Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens

het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden

vrijgesproken"--zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen

in deze stad, met wie ik bekend ben, die met de Castlemans waren

gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij

hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en

jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke,

dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk

betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd

weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun

toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun

genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen

leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel

en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze,

waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het

bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen

vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer

getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden

gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde

zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij

verzekerde, omdat hij daaraan onschuldig was; men meende dat hij

door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om

zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op

het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen

en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn

dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden

hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.

"Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne

in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen,

werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne

getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke

persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen

beiden te treden."

De uwe, etc.

J. F.

Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden

werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad

is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren

het bewijs, dat de waarheid niet in haar geheel is aan het licht

gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag

van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt

van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming

van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester,

niet in de waarborgen der wet.

Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering

om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen,

alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat

wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende

landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze

betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog

op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De

nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag

over uit den Spirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn

blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld

zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een

moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij

zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor

altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 72 / 220 题