De onderstaande mededeeling komt ons ter hand met het postmerk
New-Orleans, 12 Junij 1852.
"Ik heb juist "Uncle Tom's Cabin, or Scenes in Lowly Life" door
Mr. Harriet Beecher Stowe gelezen. Ik kreeg dit boek door middel
van een jong student, die het in het Noorden had gekocht om het
op zijne te huisreis naar New-Orleans te lezen. Hij was geheel en
al onbekend met den inhoud, maar werd door den titel uitgelokt,
meenende dat het hem op reis zou kunnen onderhouden. Door zijne
familie werd het mij getoond, als iets dat mij waarschijnlijk zou
bevallen. Ik zag naar den naam der schrijfster en zeide: "O ja,
alles van die dame wil ik lezen," anders zou ik op een werk van
verdichting, zonder zulk eene aanbeveling, niet gelet hebben.
"De aanwezige personen zeiden mij, dat het een zeer onderhoudend
werk was en de tooneelen verwonderlijk levendig geteekend waren. Ik
nam het aanbod van eene leening aan en nam het boek mede naar
huis. Hoewel ik het niet van woord tot woord heb gelezen, heb
ik het geheel doorgezien, en thans wensch ik mijne getuigenis
te geven van de juistheid, waarmede de toestand van den slaaf
daarin geteekend wordt. Het werk is hier en daar opgekleurd, maar
de werkelijke toestand van den slaaf wordt niet erger gekleurd,
dan hij inderdaad is. Dood-geeselen komt er in voor; ik weet dat
het gebeurt. Smartelijke scheidingen van meester en slaaf, onder
omstandigheden vereerend voor des meesters menschelijk gevoel,
komen ook voor. Ik weet dat ook. Vele familiën, nadat zij hunne
kinderen hebben opgevoed, geheel afhankelijk van slaven, om alles
voor hen te doen, en gewoon aan alle weelde en gemak, bevinden dat
al hunne middelen zijn uitgeput en alleen de zwarten over zijn,
die zij dan moeten verkoopen, om verder te kunnen leven. Wegloopen,
weet iedereen, is de ergste misdaad, die een slaaf in de oogen
van zijnen meester begaan kan, uitgezonderd wanneer de meester
menschelijk is, en van zulk eenen zullen weinig slaven willen
wegloopen.
"Ik ben zelf een slavenhouder. Ik ben lang ontevreden met het
stelsel geweest, inzonderheid sedert ik den Bijbel tot mijn
toetssteen gemaakt heb, om het te beoordeelen. Ik ben overtuigd,
uit wat ik daarin lees, dat slavernij niet in overeenstemming is
met hetgeen God behaagt in zijne schepselen te zien. Ik ben geheel
en al tegen het stelsel, en ik ben voornemens al den invloed, dien
ik heb, altijd daartegen te gebruiken. Ik ben zeer stout in het
spreken er tegen, hoewel ik in het midden daarvan leef, omdat ik
beschermd word door eenen krachtigen arm, die de sterkste pogingen
kan bekampen en verijdelen, welke de vrienden der slavernij thans
aanwenden, om haar te doen voortduren.
"Ik hoop opregtelijk, dat er nog meer Mrs. Stowes zullen komen,
om de werkelijkheid der slavernij ten toon te stellen. Er zijn
uitstekende geesten noodig, om haar te vertoonen gelijk zij is,
opdat zij naar hare eigene verdienste beoordeeld worde.
"Gelijk Mrs. Stowe, denk ik, dat, nu zoo vele, en dat wel brave
menschen in het Noorden stil toegestemd hebben, om den slaaf
aan zijn lot over te laten, door in de laatste maatregelen der
regering te berusten, zij die anders denken, zich behooren te
roeren. Christelijke pogingen moeten het werk doen, en het zou
spoedig gedaan zijn, indien Christenen zich wilden vereenigen, niet
om de Vereenigde Staten te bederven, maar om eerlijk te spreken,
en vrijelijk te spreken tegen hetgeen zij weten, dat kwaad is. Zij
weten niet, welke aanmoediging zij den slavenhouders geven, om
hunne prooi vast te houden. Een ontrust geweten kan gemakkelijk
gerust gesteld worden door de goedkeuring van godvruchtige lieden,
vooral wanneer belang en neiging daartoe medewerken.
"Ik hoor, dat er een antwoord op "Uncle Tom's Cabin" zal gegeven
worden, getiteld: "Uncle Tom's Cabin as it is." Ik ben blijde
daarover. Onderzoek is datgene wat noodig is.
"Gij zult u verwonderen, waarom een onbekende u deze mededeeling
zendt. Dit geschiedt eenvoudig, ten einde uw hart te bemoedigen
en uw voornemen te versterken om te volharden en alles te doen
wat gij kunt ter bevordering van de emancipatie der slaven. Wie
ik ben, zult gij nooit weten, en ik wensch ook niet, dat gij of
iemand anders dit weet. Ik ben een
"Republikein."
De volgende feiten doen de verdichting van "Uncle Tom's Cabin" bij
vergelijking flaauw en kleurloos schijnen. Zij zijn uit den New-York
Evangelist.