UNCLE TOM'S CABIN.

Wij hebben, even als een goed gedeelte van "de wereld en het

overige des menschdoms," het boek van Mrs. Stowe gelezen, dat

den bovenstaanden titel draagt.

Uit de talrijke opgaven, courant-artikels en geruchten, hadden

wij besloten, dat het boek alles was wat dweepzucht en ketterij

konden bedenken, en waren er dus zeer tegen bevooroordeeld. Maar

na het lezen, kunnen wij ons niet onthouden van te zeggen, dat

het een werk van meer dan gewone zedelijke waarde is en verdient

in ernstige overweging te worden genomen. Wij beschouwen het

niet als "een bederf voor het zedelijk gevoel" en als een grof

"schotschrift tegen een gedeelte van ons volk." De schrijfster

schijnt genegen om de zaak onpartijdig te behandelen, hoewel

in sommige opzigten de tooneelen te hoog gekleurd en te sterk

uit de verbeelding geteekend zijn. Het boek kan echter lezers in

vreemde gewesten verleiden, om eenige van de algemeene en betere

trekken van het "leven in het Zuiden gelijk het is," (waaraan wij

persoonlijk boven het leven in het Noorden de voorkeur geven)

verkeerd te beoordeelen; maar het is een volmaakte spiegel van

verscheidene klassen van menschen, "die wij voor het oog van

onzen geest hebben en niet vrij zijn van al de gebreken, waaraan

het vleesch onderhevig is." Men heeft gevreesd, dat dit boek de

belangen der slavenhouders zou benadeelen, maar wij duchten zoo

iets niet, en aarzelen niet, het onze vrienden en het publiek in

het algemeen ter lezing aan te bevelen.

Mrs. Stowe heeft eene kennis van vele eigenaardigheden van het

leven in het Zuiden getoond, die inderdaad verbazend is, als

men bedenkt, dat zij door geboorte en woonplaats eene Noordsche

dame is.

Wij hopen dus, dat onze vrienden, eer zij een hard oordeel vellen

over de verdiensten van "Uncle Tom's Cabin" en ons veroordeelen

omdat wij ter gunste daarvan spreken, (met uitzondering van eenige

bezwaren er tegen), het werk zorgvuldig zullen lezen; en terwijl

wij zoo spreken, mogen wij zeggen, dat wij voor niemand onderdoen

in getrouwheid aan de regten en belangen van het Zuiden.

De redacteur van de St. Louis Battery (Missouri) spreekt het volgende

oordeel uit:

Wij namen dit werk eenige avonden geleden op, met juist zulke

vooroordeelen, als wij mogen vermeenen dat vele anderen het zijn

begonnen te lezen. Wij zijn zoo veel in aanraking geweest met

ultra abolitionisten--hebben zoo veel blijk gehad, dat hunne

menschlievendheid veel meer haat tegen den meester dan liefde

voor den slaaf was, vergezeld met eene diepe onkunde van de

omstandigheden, die beiden omringen, en eenen hooggaanden afkeer

van het geheele negergeslacht--dat wij nagenoeg tot het besluit

waren gekomen, dat er van eenen noordelijken schrijver over het

onderwerp der slavernij niets anders dan bombast en onzin te

verwachten was.

Mrs. Stowe heeft ons door deze schilderingen van het leven onder

de nederigen van het tegendeel overtuigd.

Zij brengt bij de behandeling van het onderwerp een volkomen koel,

berekenend oordeel, en een ruimen, alles omvattenden geestelijken

blik mede, vereenigd met eene diep gevoelige, warme, vrouwelijke

ziel, over welk alles eene waarlijk regenboogkleurige verbeelding

is uitgespreid, welke het licht harer schilderijen sterker

en schooner maakt, naarmate de schaduwen daarvan donkerder en

akeliger zijn.

Wij verwonderen ons niet, dat het exemplaar, hetwelk wij hier

voor ons hebben, tot het zeventigste duizend behoort. En nog

zeventig duizend zullen niet aan de aanvraag voldoen, of wij

bedriegen ons in het vermogen van het Amerikaansche volk om

de wezenlijke verdiensten van letterkundige voortbrengselen

te waarderen. Mrs. Stowe heeft in "Uncle Tom's Cabin" een

gedenkteeken voor zich gesticht, duurzamer dan marmer. Het

zal staan in de woestijn der slavernij gelijk de Memnon staat

te midden van het zand der Afrikaansche woestijn, om beide den

blanke en den Neger de nadering van den morgen te verkondigen. Het

boek is geen abolitionisten-werk, in den hatelijken zin des

woords. Het is, gelijk wij hebben aangeduid, vrij van alles,

wat naar dweepzucht gelijkt, hoe groot de geestdrift ook is,

die elke bladzijde verlevendigt en als electriek vuur door al de

draden van het verhaal loopt. Het vertoont in een enkel overzigt

de uitmuntendheden en de onheilen van het stelsel der slavernij

en ademt den waren geest van Christelijke menschlievendheid voor

den slaaf en Christelijke liefde voor den meester.

De volgende getuige geeft zijne getuigenis in eenen brief aan den

New-York Evening Post:

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 47 / 220 题