Ik heb onlangs dit beroemde boek gelezen, dat misschien meer
editiën heeft gehad en in grooter aantal verkocht is, dan eenig
werk van de Amerikaansche pers, in denzelfden tijd. Het is een
werk van hooge letterkundige verdienste, en de verschillende
karakters daarin zijn met veel kracht en waarheid geteekend,
hoewel zij, gelijk de meeste karakters in romans en werken van
verdichting in sommige opzigten te sterk gekleurd zijn. Het
bevat geen aanval op de slavenhouders als zoodanig, maar
integendeel worden velen van hen voorgesteld als zeer edel,
grootmoedig en weldadig. Ook wordt er geen aanval op hen als
klasse gedaan. Het stelt de vele onheilen der slavernij in het
licht als eene door de wet gevestigde instelling, maar zonder
deze onheilen te last te leggen aan hen, die slaven houden, en
schijnt ten volle de moeijelijkheid te bevatten om een hulpmiddel
te vinden. Het moet op den slavenhouder den invloed hebben van hem
een zachter en beter meester te doen worden; waartegen niemand
eenig bezwaar kan hebben. Dit wordt gezegd zonder bedoeling om
alles te onderteekenen, wat het boek bevat, evenmin als eenige
andere roman. Maar indien ik mij niet bedrieg, zijn er weinigen,
behalve diegenen, die zeer bevooroordeeld zijn, die dit boek
zullen lezen zonder een beter Christen en een meer welwillend en
menschlievend mensch te worden. Als slavenhouder voel ik mij in
het minst niet gekrenkt. Hoe Mrs. Stowe, de schrijfster, hare
buitengemeen naauwkeurige kennis van de Negers, hun karakter,
dialect, gewoonten, enz. heeft verzameld, is boven mijn begrip,
daar zij nooit--gelijk uit de voorrede blijkt--in eenen slavenstaat
of onder slaven of Negers heeft gewoond. Maar zeker zij zijn
verwonderlijk wel afgeschilderd. Het boek is zeer belangwekkend
en onderhoudend, en zal den lezer een rijk genot geven.
Thomas Jefferson.
Het gevoelen van den redacteur en uitgever zelven wordt in deze
woorden gegeven: