De algemeene stem der drukpers en der maatschappij in de slavenstaten,
zoo ver die in het Noorden bekend is geworden, heeft de voorstellingen
van "Uncle Tom's Cabin" luide veroordeeld. Evenwel zou het
onregtvaardig wezen voor het karakter van het Zuiden, indien men
weigerde te erkennen, dat het vele zonen heeft met billijkheid genoeg
om het kwaad van deszelfs "eigenaardige instellingen" te bemerken en
moed genoeg om dit te belijden. De manhaftige onafhankelijkheid door
deze personen getoond, in eene maatschappij waar het volksgevoelen
als een dwingeland heerscht, hetzij volgens de wet of in spijt der
wet, behoort naar waarde geëerd te worden. De sympathie van zulke
gemoederen is eene edele aanmoediging tot philantropische pogingen.
De schrijfster deelt hier eenige getuigschriften van mannen uit het
Zuiden mede, niet zonder eenigen trots op zulk eene vriendelijke
beoordeeling van diegenen, die men natuurlijk verwachten moest,
dat haar boek met een vooroordeel daartegen zouden lezen.
De Jefferson Inquirer, uitgegeven te Jefferson City, Missouri, 23
October, 1852, bevat het volgende stuk: