I Het door den druk gemeen maken van geschriften en muziekwerken

De meest gewone vorm van exploitatie van geschriften en muziekwerken

is die door middel van den druk; het uitsluitend recht dat hierop

betrekking heeft is ook het eerst van alle auteursrechtelijke

bevoegdheden erkend; ik behoef er slechts aan te herinneren, dat de

uitvinding der boekdrukkunst de directe aanleiding is geweest voor

het ontstaan van het auteursrecht.

Wat van het auteursrecht in het algemeen nog niet gezegd kan worden,

geldt wél voor dit bijzondere recht: het is, na de lange jaren

van ontwikkeling, die het achter zich heeft, in alle beschaafde

staten volkomen ingeburgerd; zijne grenzen hebben eene mate

van standvastigheid gekregen, die op het overige gebied van het

auteursrecht nog dikwijls ontbreekt. Dit is ook de reden, waarom ik er

slechts een oogenblik bij zal stilstaan; belangrijke vragen, waarover

ernstig verschil van meening kan bestaan, zijn hier niet te behandelen.

Het "recht om uitsluitend door den druk gemeen te maken", zooals

onze wet het aanduidt, omvat in het algemeen al die handelingen,

welke aangemerkt kunnen worden als een daad van exploitatie van

het geschrift of muziekwerk door middel van den druk. Wie een van

deze handelingen pleegt zonder toestemming van den rechthebbende,

maakt inbreuk op het auteursrecht. Niet alleen dus hij, die zonder

toestemming gedrukte exemplaren vervaardigt, maar ook degeen, die

deze exemplaren aan den man brengt, ze met dat doel uitstalt of in

voorraad houdt. Ook het gratis verspreiden van exemplaren behoort

hiertoe, voorzoover dit buiten den engen kring van huisgenooten of

vrienden plaats heeft, b.v. ten dienste der reclame. Eveneens zou

men ertoe kunnen rekenen het verhuren en uitleenen van exemplaren,

wanneer dit stelselmatig en in het groot geschiedt, niet b.v. onder

kennissen en vrienden. De Duitsche wet laat uitdrukkelijk het

"Verleihen" vrij (Urheberrechtsgesetz § 11 eerste lid); dit slaat

volgens Kohler alleen op eene "unentgeltliche Gebrauchsüberlassung"

[437]; het verhuren zou dus ook in Duitschland verboden zijn.

Het vervaardigen van exemplaren is overigens alleen dán als eene daad

van exploitatie aan te merken, wanneer het geschiedt met het doel ze

onder het publiek te brengen [438]. Het is dus geen inbreuk op het

auteursrecht een boek te drukken alleen ten gebruike voor zich en

zijne huisgenooten of als typographische oefening; wél echter indien

de gedrukte exemplaren, al worden ze zelf niet onder het publiek

verspreid, moeten dienen voor eene openbare op- of uitvoering.

Als algemeenen regel kan men ten slotte aannemen, dat wanneer een

door of vanwege den rechthebbende op het auteursrecht vervaardigd

exemplaar eenmaal de bestemming, die men met de exploitatie voorhad,

heeft bereikt, m. a. w. wanneer het een kooper heeft gevonden, door

verdere verspreiding ervan geen inbreuk meer op het auteursrecht wordt

gepleegd [439]. Vandaar b.v. dat voor den handel in tweedehands-boeken

de toestemming van den auteur niet gevraagd behoeft te worden. Ook

wordt b.v. geen inbreuk op het auteursrecht gepleegd door hem,

die ongebonden exemplaren opkoopt en deze gebonden, als ware het een

nieuwe uitgave, in den handel brengt. Dit laatste werd ten aanzien van

de werken van Kipling door het Hof van Appel van New York uitgemaakt

[440].

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht · 第 40 / 215 题