XVIII.

't Is mogelijk dat dit alles ijdel is, en dat onze spiraal van licht en

die der bijen evenzeer enkel schijnt om de duisternis op te vroolijken.

't Is ook mogelijk dat een geweldig incident van buiten af komend, van

een andere wereld of van een nieuw natuurverschijnsel, plotseling een

beslissende richting geeft aan dat pogen of het voor goed vernietigt.

Doch laat ons onzen weg vervolgen alsof er niets abnormaals gebeuren

zou. Al wisten we, dat morgen eene of andere openbaring, b.v. de

aanraking met een oudere en meer lichtgevende planeet, onze gansche

natuur zou in de war brengen, de diep in ons binnenste gewortelde

hartstochten, wetten en waarheden van ons wezen zou onderdrukken, dan

nog zou 't het verstandigst wezen in het heden al onze belangstelling te

wijden aan die hartstochten, wetten en waarheden, ze in onzen geest tot

harmonie te brengen, en getrouw te blijven aan onze bestemming, die

hierin bestaat, de duistere machten van het leven aan ons te onderwerpen

en tot een eenigszins hooger peil te brengen in ons zelven en rondom

ons. 't Kan zijn dat er in de nieuwe openbaring niets van blijft

bestaan, doch 't kan _niet_ zijn, dat zij die tot den einde toe hunne

zending, de menschelijke zending bij uitnemendheid, hebben vervuld, niet

in de eerste rijen zouden staan om deze openbaring te ontvangen: en

zelfs indien ze hun mocht leeren, dat de eenige ware plicht bestond in

niet vragen en zich er in schikken, dat men niet weten kan, dan zullen

zij beter dan anderen dezen plicht weten te begrijpen en er partij van

te trekken.

Het leven der bijen · 第 134 / 136 题