En bovendien, laten we aan onze droomen niet die richting geven. Laten
we de mogelijkheid eener algeheele vernietiging evenmin opnemen in de
becijfering onzer behoeften, als de wonderbare hulp van eenig toeval.
Tot nu toe waren we ondanks de schoone beloften onzer verbeeldingskracht
toch altijd aan ons zelven en onze eigen hulpmiddelen overgeleverd. Door
onze eigen nederigste pogingen hebben wij al, wat er nuttigs en
duurzaams op deze aarde is verricht, tot stand gebracht. 't Staat ons
vrij het beste of het ergste te verwachten van eenig buitengewoon
voorval, doch alleen op voorwaarde, dat deze verwachting zich niet
bemoeit met onze taak als menschen. Ook hier geven ons de bijen een
uitstekende les, uitstekend als alle lessen der natuur. Voor hen kwam er
werkelijk een wonderdadige tusschenkomst. Veel beslister dan wij zijn
zij overgeleverd aan de handen van een wil, die hun geslacht kan
vernietigen of wijzigen, en aan hun lot een andere wending geven. En
niettemin volgen zij hun oorspronkelijken en grooten plicht. En 't zijn
juist diegenen onder hen, welke 't best gehoor geven aan dezen plicht,
die er het geschiktst voor zijn te profiteeren van die bovennatuurlijke
tusschenkomst, waardoor in onze dagen het lot hunner soort aan 't
stijgen is. Nu is het minder moeielijk dan men meent, den onafwijsbaren
plicht van een wezen te ontdekken. Men kan dien altijd lezen uit het
orgaan, dat juist hem onderscheidt en waaraan alle andere ondergeschikt
zijn. En zoo goed als 't op de tong, in den mond en de maag der bijen
geschreven staat, dat zij honing moeten voortbrengen, zoo goed is het in
onze oogen, onze oren, ons merg, alle uitwendige organen van ons hoofd,
in 't gansche zenuwstelsel van ons lichaam te lezen, dat wij er toe
geschapen zijn, al wat wij in ons opnemen van de dingen der aarde, om te
zetten in een bijzondere en geheel eenige kracht op dezen aardbol. Zoo
ver ik weet is geen wezen zóó zeer als wij bewerktuigd om dat vreemde
fluïdum voort te brengen, dat we noemen met den naam van gedachte,
verstand, begrip, rede, ziel, geest, hersenvermogen, deugd, goedheid,
kennis; want het bezit duizenden namen, al heeft het slechts één
essence. Alles in ons werd daaraan opgeofferd. Onze spieren, onze
gezondheid, de lenigheid onzer ledematen, het evenwicht onzer dierlijke
functies, de rust onzes levens, dragen den steeds grooter wordenden last
van zijn overwicht. Het is de kostelijkste en moeielijkste toestand
waartoe men de materie kan verheffen. De vlam, de warmte, het licht, het
leven zelf, het instinct, dat nog fijner is dan het leven, en de meeste
der onvatbare machten, die de kroon der wereld waren vóór onze komst,
dat alles is verbleekt bij de aanraking met het nieuwe fluïdum. We weten
niet, waarheen het ons leidt, wat het met ons doen zal, wat wij er mee
doen zullen. 't Zal aan hem staan ons dit te doen weten, wanneer het in
volheid van kracht heerschen zal. Laat ons in afwachting daarvan er
enkel aan denken daaraan te geven, al wat het van ons vraagt, daaraan
alles ten offer te brengen, wat zijn ontwikkeling zou kunnen
tegenhouden. 't Is wel niet twijfelachtig of dat is voor 't oogenblik
onze eerste en duidelijkste plicht. Deze zal ons de overige bij
toeneming leeren. Hij zal ze voeden en versterken al naardat hijzelf
gevoed wordt, even als het water der bergen in rechte reden met het
geheimzinnig voedsel van zijn top de beken der vlakte voedt en
versterkt. Laten we ons niet kwellen met den wensch, te weten wie partij
zal trekken van de kracht, die aldus ten onzen koste vermeerderd wordt.
De bijen weten niet of zij den honing zullen eten, dien zij inzamelen.
Evenmin weten wij, wie voordeel zal trekken van de geestelijke kracht,
die wij in 't heelal brengen. Even als zij van bloem tot bloem gaan om
meer honing in te zamelen dan zij zelven en hunne kinderen behoeven,
laat ons zoo gaan van werkelijkheid tot werkelijkheid om alles bijeen te
garen wat tot voedsel kan strekken aan deze onvatbare vlam, opdat wij op
alles zijn voorbereid in de zekerheid onzen organischen plicht te hebben
vervuld. Laat ons haar voeden met onze gevoelens, onze hartstochten, met
al wat we zien, hooren, ruiken, aanraken en met haar eigen essence, dat
is de idee, die ze haalt uit de ontdekkingen, ervaringen, opmerkingen,
uit al wat ze bezoekt. Dan komt er een oogenblik, waarop alles zich zóó
natuurlijk ten goede keert voor een geest, die zich heeft ondergeschikt
gemaakt aan de eischen van den echt menschelijken plicht, dat zelfs het
vermoeden dat al zijn krachtsinspanning misschien doelloos is, den ijver
zijner nasporingen nog klaarder, zuiverder, belangloozer,
onafhankelijker en edeler maakt.