Maar hoe staat het met die andere fouten; zou een verstand, dat zich
klaarder bewust was van het doel des gemeenschappelijken levens, zich
ook daarvan niet kunnen bevrijden? Er zou heel wat te zeggen vallen
omtrent deze fouten, die nu eens 't gevolg zijn van onbekendheid met den
korf, dan weer van 't zwermen met zijne misgrepen, waarin wij de hand
hebben gehad. Maar naar hetgeen hij tot nu toe gezien heeft, kan ieder
naar willekeur aan de bijen verstand toekennen of ontzeggen. Ik ben er
niet op gesteld hen te verdedigen. Mij komt het zoo voor, dat ze in
verschillende omstandigheden begrip toonen te bezitten; doch al deden ze
blindelings al wat ze doen, dan zou mijne nieuwsgierigheid er niet
minder om zijn. 't Is interessant op te merken, hoe eenig brein in
zichzelf buitengewone hulpmiddelen vindt om te strijden tegen de koude,
den honger, den dood, den tijd, de ruimte of de eenzaamheid, al die
vijanden van de materie, die leven heeft verkregen; maar dat een wezen
er in slaagt zijn ingewikkeld en diep leventje te onderhouden zonder
iets meer dan zijn instinct, zonder iets anders te doen dan het zeer
gewone, dat is eveneens zeer interessant en zeer buitengewoon. Het
gewone en het buitengewone vloeien ineen en wegen tegen elkander op,
wanneer men ze op de rechte plaats stelt te midden der natuur. Niet zij,
die aangematigde namen dragen, maar het onbegrepene en onverklaarde
moeten onze blikken tot zich trekken, onze werkzaamheid aanvuren en een
nieuwen, juisten vorm geven aan onze gedachten, gevoelens en woorden, 't
Is verstandig zich niet op iets anders toe te leggen.