We gaan heel wat overgangsvormen voorbij, bij welke we langzamerhand de
tong konden zien langer worden om het honingsap uit de diepte van een
grooter aantal bloemkronen te kunnen putten, het apparaat voor het
inzamelen van stuifmeel ontstaan en zich ontwikkelen, nl. borstels en
haartjes aan scheenbeen, tars en buik, de pootjes en kaken sterker
worden, nuttige afscheidingen zich vormen, en den genius, die voorzit
bij het bouwen van woningen, naar alle kanten verrassende verbeteringen
zien zoeken en vinden. Zulk een studie zou een boekdeel vereischen. Ik
wil er slechts een enkel hoofdstuk, en nog minder, een enkele bladzijde
van schetsen, die ons door al de aarzelende pogingen heen van den wil om
te leven en gelukkig te zijn, de geboorte, het ontluiken en de
bevestiging van de sociale verstandhouding aantoont.
We hebben de ongelukkige Prosopis zien fladderen, die haar klein eenzaam
bestaan in dit groot heelal vol vreesaanjagende krachten, in stilte
draagt. Een zeker aantal harer zusteren, die reeds tot beter gewapende
en bekwamer rassen behooren, de goed gekleede Colleta's b.v. of de
merkwaardige rozenblad-snijdster, en de lapjesdeken Megachilis, leven
in even groote afzondering, en indien bij toeval zich een wezen aan haar
hecht en haar woning komt deelen, dan is 't een vijand of nog
veelvuldiger een parasiet. Want de wereld der bijen is met nog vreemder
spooksels bevolkt dan de onze, en menige soort heeft aldus een
geheimzinnigen en werkeloozen dubbelganger, volkomen gelijk aan het
slachtoffer, dat hij zich kiest, behalve dat reeds sinds onheugelijke
tijden zijn luiheid hem één voor één alle werktuigen voor den arbeid
heeft doen verliezen, en dat hij nog enkel kan blijven bestaan ten koste
van het werkzaam type van zijn ras[1].
Toch broeit het sociaal instinkt reeds onder die bijen, die men wel wat
al te categorisch _eenzame Apiden_ genoemd heeft, als een vlam die wordt
gedoofd onder de opeenhooping der materie, welke alle oorspronkelijk
leven onderdrukt. Hier en daar, waar men het volstrekt niet verwachten
zou, gelukt het dit instinct bij wijze van verkenningstocht, in
aarzelende en somtijds vreemdsoortige uitbarstingen, den houtstapel te
doordringen, die hem drukt en die eens door zijn zegepraal zal worden
verteerd.
Indien alles stof is in deze wereld, dan staat men hier wel voor de
meest onstoffelijke verandering der materie. Het geldt hier over te gaan
van het zelfzuchtig, onzeker en onvolmaakt leven tot het eenigszins
veiliger en eenigszins gelukkiger leven van broederschap. Het geldt op
ideëele wijze door den geest te vereenigen, wat in werkelijkheid is
gescheiden door het lichaam; te bewerken, dat het individu zich zal
opofferen voor de soort, en de dingen, die men niet ziet in de plaats
stellen van dat wat men ziet. Is het te verwonderen, dat de bijen niet
onmiddellijk verwezenlijken, wat wij, die staan op het bevoorrecht
standpunt, waar het instinct van alle kanten in het bewustzijn straalt,
nog niet eens hebben ontward? 't Is dan ook interessant, bijna
aandoenlijk, te zien hoe de nieuwe idee nog tastend zich voortbeweegt te
midden van de duisternis, die al wat op deze aarde ontstaat, omhult. Ze
komt uit de materie en is aanvankelijk nog geheel stoffelijk. Ze is
niets dan koude, honger of angst omgezet in iets, dat nog geene gestalte
heeft. Ze kruipt onzeker rondom de groote gevaren, de lange nachten, de
nadering des winters, en een verdachten slaap, die bijna gelijk is aan
den dood.
[1] Voorbeelden.--De Hommels, die de Psithyren tot parasieten hebben, de
Stelida's, die leven ten koste van de Anthidiën. "Men moet wel
aannemen", zegt J. Perez (_De Bijen_) zeer terecht naar aanleiding van
de veelvuldig voorkomende gelijkheid van den parasiet en zijn
slachtoffer, "men moet wel aannemen, dat de beide soorten slechts twee
vormen zijn van een zelfde type, en in de nauwste verwantschap tot
elkaar staan. Voor de natuurkundigen, die de evolutie-leer aanhangen, is
deze verwantschap niet zuiver ideëel maar reëel. Die woekerdieren zouden
dan enkel een zijlijn zijn van de inzamelende soort, en zouden juist die
organen voor de inzameling verloren hebben tengevolge van het
parasitisch leven".