Na dezen grooten stap vooruit, die, al is hij oud en overgeërfd, toch
ook aktueel is, vinden we een massa oneindig verscheiden bijzonderheden,
die ons bewijzen, dat de nijverheid en de staatkunde van den bijenkorf
niet zijn vastgelegd in onverbrekelijke formules. We spraken over het
verstandig verwisselen van stuifmeel voor meel, en van de maagdenwas
voor een kunstmatig cement. We hebben gezien, hoe knap ze de woningen,
waarin men hen bracht, in plaats van zich daardoor uit het veld te laten
slaan, voor hun doel geschikt wisten te maken. We hebben ook gezien, hoe
verbazend handig ze onmiddellijk partij wisten te trekken van de
kunstraten voorzien van cellen-indruk, die men voor hen had bedacht.
Hier is het werkelijk iets heel buitengewoons, hoe ze een wonderbaar
gelukkig, maar onvolmaakt verschijnsel zich ten nutte wisten te maken.
Ze hebben werkelijk den mensch met een half woord begrepen. Stel u eens
voor, dat wij sedert eeuwen onze steden in plaats van met hardsteen,
kalk en baksteen, met een zekere smeedbare substantie hadden gebouwd,
die we met moeite moesten afscheiden door speciaal daartoe bestemde
organen van ons lichaam. Op zekeren dag zet een almachtig wezen ons neer
midden in een fabelachtige stad. We zien al spoedig, dat deze gemaakt is
van een zelfde stof als die, welke wij afscheiden, maar de rest is als
een droom, waarin wel samenhang is, doch zóó vervormd en verkleind en
saamgedrongen, dat hij ons nog meer van de wijs brengt dan het geval zou
zijn als we er geen samenhang in bespeurden. Ons gewone bouwplan vinden
we er in terug, alles is er wat we verwachtten, doch slechts in aanleg
en als 't ware verpletterd door een reeds vóór zijn ontstaan daarop
inwerkende kracht, die het heeft vastgehouden als ontwerp en verhinderd
zich verder te ontwikkelen. De huizen, die vier of vijf meter hoog
moeten zijn, vormen kleine verhevenheden, welke we met onze beide handen
kunnen bedekken. Duizenden muren zijn aangegeven door een streepje, dat
tegelijkertijd hun omtrek aangeeft en de stof, waarvan ze gebouwd zullen
worden. Elders weer zijn groote onregelmatigheden, die we zullen moeten
in orde brengen, afgronden om te dempen en in harmonie te brengen met
het geheel, uitgestrekte wankelende massa's, die een stut noodig hebben.
Want 't werk is wel verrassend, maar onzeker en gevaarlijk, Het is
uitgedacht door een scherp verstand, dat de meeste onzer bedoelingen
heeft geraden, doch ze slechts heel ruw heeft kunnen uitvoeren, daar
juist zijn reusachtigheid het in den weg stond. 't Komt er dus nu maar
op aan, dit alles te ontwarren, partij te trekken van de geringste
bedoelingen van den bovennatuurlijken gever, in enkele dagen te bouwen,
wat anders jaren vereischt, organische gewoonten op te geven, de
methode van arbeid totaal onderst boven te werpen. Zeer zeker zou de
mensch al zijn opmerkzaamheid noodig hebben om de vraagstukken op te
lossen, die zich hier voordeden, en niets te verliezen van de hulp, die
hem op deze wijze door een grootsche voorzienigheid werd aangeboden. En
toch dit alles doen zoo ongeveer de bijen in onze nieuwerwetsche
bijenkorven[1].
[1] Daar we ons hier voor het laatst met de bouwkunst der bijen
bezighouden, willen we in 't voorbijgaan een merkwaardige bijzonderheid
van de _Apis Florea_ aanteekenen. Enkele wanden van hare darren-cellen
zijn cylindrisch in plaats van zeshoekig. Zij schijnt nog niet geheel in
't gereede te zijn met den overgang van den eenen vorm tot den anderen,
en het definitief aannemen van den besten.