V.

Na dezen grooten stap vooruit, die, al is hij oud en overgeërfd, toch

ook aktueel is, vinden we een massa oneindig verscheiden bijzonderheden,

die ons bewijzen, dat de nijverheid en de staatkunde van den bijenkorf

niet zijn vastgelegd in onverbrekelijke formules. We spraken over het

verstandig verwisselen van stuifmeel voor meel, en van de maagdenwas

voor een kunstmatig cement. We hebben gezien, hoe knap ze de woningen,

waarin men hen bracht, in plaats van zich daardoor uit het veld te laten

slaan, voor hun doel geschikt wisten te maken. We hebben ook gezien, hoe

verbazend handig ze onmiddellijk partij wisten te trekken van de

kunstraten voorzien van cellen-indruk, die men voor hen had bedacht.

Hier is het werkelijk iets heel buitengewoons, hoe ze een wonderbaar

gelukkig, maar onvolmaakt verschijnsel zich ten nutte wisten te maken.

Ze hebben werkelijk den mensch met een half woord begrepen. Stel u eens

voor, dat wij sedert eeuwen onze steden in plaats van met hardsteen,

kalk en baksteen, met een zekere smeedbare substantie hadden gebouwd,

die we met moeite moesten afscheiden door speciaal daartoe bestemde

organen van ons lichaam. Op zekeren dag zet een almachtig wezen ons neer

midden in een fabelachtige stad. We zien al spoedig, dat deze gemaakt is

van een zelfde stof als die, welke wij afscheiden, maar de rest is als

een droom, waarin wel samenhang is, doch zóó vervormd en verkleind en

saamgedrongen, dat hij ons nog meer van de wijs brengt dan het geval zou

zijn als we er geen samenhang in bespeurden. Ons gewone bouwplan vinden

we er in terug, alles is er wat we verwachtten, doch slechts in aanleg

en als 't ware verpletterd door een reeds vóór zijn ontstaan daarop

inwerkende kracht, die het heeft vastgehouden als ontwerp en verhinderd

zich verder te ontwikkelen. De huizen, die vier of vijf meter hoog

moeten zijn, vormen kleine verhevenheden, welke we met onze beide handen

kunnen bedekken. Duizenden muren zijn aangegeven door een streepje, dat

tegelijkertijd hun omtrek aangeeft en de stof, waarvan ze gebouwd zullen

worden. Elders weer zijn groote onregelmatigheden, die we zullen moeten

in orde brengen, afgronden om te dempen en in harmonie te brengen met

het geheel, uitgestrekte wankelende massa's, die een stut noodig hebben.

Want 't werk is wel verrassend, maar onzeker en gevaarlijk, Het is

uitgedacht door een scherp verstand, dat de meeste onzer bedoelingen

heeft geraden, doch ze slechts heel ruw heeft kunnen uitvoeren, daar

juist zijn reusachtigheid het in den weg stond. 't Komt er dus nu maar

op aan, dit alles te ontwarren, partij te trekken van de geringste

bedoelingen van den bovennatuurlijken gever, in enkele dagen te bouwen,

wat anders jaren vereischt, organische gewoonten op te geven, de

methode van arbeid totaal onderst boven te werpen. Zeer zeker zou de

mensch al zijn opmerkzaamheid noodig hebben om de vraagstukken op te

lossen, die zich hier voordeden, en niets te verliezen van de hulp, die

hem op deze wijze door een grootsche voorzienigheid werd aangeboden. En

toch dit alles doen zoo ongeveer de bijen in onze nieuwerwetsche

bijenkorven[1].

[1] Daar we ons hier voor het laatst met de bouwkunst der bijen

bezighouden, willen we in 't voorbijgaan een merkwaardige bijzonderheid

van de _Apis Florea_ aanteekenen. Enkele wanden van hare darren-cellen

zijn cylindrisch in plaats van zeshoekig. Zij schijnt nog niet geheel in

't gereede te zijn met den overgang van den eenen vorm tot den anderen,

en het definitief aannemen van den besten.

Het leven der bijen · 第 121 / 136 题