III.

Maar 't is volstrekt geen uitgemaakte zaak, dat er niets veranderd is in

de gewoonten der bijen. Wanneer men ze zonder vooroordeel onderzoekt,

zal men zonder nog het kleine veld, waarop het licht van onze

hedendaagsche ervaring valt, te verlaten, integendeel zeer merkbare

afwijkingen vinden. En wie zal zeggen, welke ons ontgaan? Een waarnemer,

die ongeveer honderd vijftig maal onze grootte had en bijna zeven

honderd duizend maal ons gewicht (dit zijn de verhoudingen tusschen onze

gestalte en ons gewicht en die van de nederige honingbij), die onze taal

niet verstond en geheel andere zintuigen had dan wij, zou er zich

rekenschap van geven, dat er vrij merkwaardige materieele veranderingen

hebben plaats gehad in de laatste twee derden dezer eeuw, doch hoe zou

hij zich een denkbeeld vormen van de moreele, sociale, godsdienstige,

staatkundige en economische evolutie?

Zoo straks zal die wetenschappelijke hypothese, welke onder alle de

grootste waarschijnlijkheid bezit, ons veroorloven onze huis-bij in

verbinding te brengen met den grooten stam der Apiërs, waaronder zich

waarschijnlijk hare voorouders bevinden en die alle wilde bijen

omvat[1]. Dan zullen we physiologische, sociale, economische,

industrieele en bouwkundige veranderingen zien, die nog van meer belang

zijn dan die van onze menschelijke evolutie. Voor 't oogenblik houden

wij ons aan onze eigenlijk gezegde honingbij. Men telt daarvan ongeveer

zestien vrij duidelijk te onderscheiden soorten; maar in den grond der

zaak is het, of men te doen heeft met de _Apis Dorsata,_ de grootste, of

met de _Apis Florea_, de kleinste die men kent, precies hetzelfde

insect, enkel min of meer gewijzigd door het klimaat en de

omstandigheden, waaraan het zich heeft moeten aanpassen. Al die soorten

verschillen onderling niet veel meer dan een Engelschman van een

Spanjaard of een Japannees van een Europeaan. Terwijl we zoodoende onze

eerste opmerkingen eenigszins beperken, zullen we hier enkel aanvoeren,

wat we met onze eigen oogen en op dit zelfde oogenblik zien, zonder

behulp van eenige hypothese, hoe waarschijnlijk en onvermijdelijk die

zijn moge. Wij zullen niet alle feiten, die men zou kunnen opnoemen, de

revue laten passeeren. Eenige der gewichtigste, in vlugge opsomming,

zullen voldoende zijn.

[1] Ziehier de plaats, die onze gewone bij inneemt in de

wetenschappelijke classificatie:

Klasse ---- Insecten

Orde ---- Vliesvleugelige (Hymenoptera)

Familie ---- Apiden

Geslacht ---- Apis

Soort ---- Honingbij (Mellifica).

De term _Mellifica_ behoort tot de klassen-indeeling volgens Linnaeus.

Hij is niet zeer gelukkig, daar, enkele parasieten misschien

uitgezonderd, alle Apiden mellifica zijn. Scopoli zegt: _Cerifera_;

Réaumur _domestica;_ Geoffroy _gregaria_. De _Apis ligustica_, de

Italiaansche bij, is eene variëteit van de _Apis Mellifica_.

Het leven der bijen · 第 119 / 136 题