II.

Nauwelijks honderd jaar, namelijk sedert den arbeid van Huber, is men

bezig een ernstige studie te maken van de bij en de eerste belangrijke

waarheden te vinden, die maken, dat men ze met vrucht kan waarnemen.

Iets meer dan vijftig jaar geleden werd, dank zij de raten en korven met

lossen bouw van Dzierzon en Langstroth, de rationeele en praktische

bijenkunde gegrondvest en was de korf niet langer dat onschendbaar huis,

waarin alles gebeurde in een diep mysterie, dat men eerst eenigszins kon

doorgronden, nadat de dood het in puin had gestort. En eindelijk, nog

geen vijftig jaar is het geleden, dat de verbeteringen in het microscoop

en het laboratorium van den entomoloog het juiste geheim hebben

geopenbaard van de voornaamste organen der werkbij, koningin en darren.

Is 't nu zoo vreemd, dat onze kennis even weinig omvattend is als onze

ervaring? De bijen leven al duizenden jaren en wij nemen ze waar sedert

tien of twaalf lustra. Zelfs dan, wanneer het ware uitgemaakt, dat er

niets veranderd is in den korf sedert wij dien hebben geopend, zouden we

dan het recht hebben daaruit op te maken, dat er ook nooit iets in

gewijzigd is vóór wij hem hebben ondervraagd? Weten we dan niet, dat een

eeuw in de evolutie eener soort verloren gaat als een regendruppel in

een draaikolk, en dat een milennium voor het leven der algemeene materie

even snel voorbij gaat als een jaar voor de geschiedenis van een volk?

Het leven der bijen · 第 118 / 136 题