X.

"Voor ons bestaat nog geen waarheid," sprak een der groote physiologen

onzer dagen tot mij, terwijl ik een wandeling met hem deed, "wij hebben

de waarheid nog niet gevonden, doch overal vinden we in drieërlei vorm

een schoonen schijn, die zich als waarheid voordoet. Ieder doet een

keuze of liever deze dringt zich aan hem op, en de keuze, die hij

ondergaat of dikwijls zonder nadenken doet, en waaraan hij zich houdt,

bepaalt den vorm en de houding van al wat hij in zich opneemt. De

vriend, dien wij ontmoeten, de vrouw die glimlachend op ons toetreedt,

de liefde, die ons hart opent, de dood of de smart, die het weer

sluiten, deze September-hemel, dien wij aanschouwen, deze prachtige,

liefelijke tuin, waar men zooals in Corneille's Psyche "overbladerde

laantjes met vergulde borstbeelden aan de uiteinden" ziet, de grazende

kudde met den slapenden herder, de laatste huizen van het dorp, de

oceaan tusschen de boomen, dat alles daalt of rijst, alles neemt

schooner vormen aan of wordt van zijn tooi ontdaan, vóórdat het in ons

binnendringt, al naar den wenk, dien onze keus hem geeft. Laat ons den

schijn leeren kiezen. Aan den avond eens levens, waarin ik steeds weer

de kleine waarheid en de physische oorzaak heb gezocht begin ik liefde

te koesteren niet voor 't geen daarvan verwijdert, maar voor 't geen

daaraan voorafgaat en vooral datgeen wat hen eenigszins overtreft."

We waren boven op een plateau gekomen in 't landschap Caux in Normandië,

dat doet denken aan een Engelsch park, maar een natuurlijk en onbegrensd

park. 't Is een der weinige punten van den aardbodem, waar het landschap

zich volkomen gezond vertoont met een ongerept groen. Iets verder naar

het Noorden loopt het gevaar, te ruw te worden; iets verder zuidelijk

wordt het door de zon verteerd en verbrand. Aan 't eind eener vlakte,

die zich tot aan de zee uitstrekte, waren boeren bezig koren op te

stapelen.

"Zie eens hier," sprak hij tot mij: "van hier beschouwd zijn ze schoon.

Zij maken dat eenvoudig en toch zoo gewichtig voorwerp, dat meer dan

alle andere het gelukkig en bijna onveranderlijk gedenkteeken is van het

tot rust gekomen menschelijk leven: een korenschelf. De afstand, de

avondlucht maken van hun blijde uitroepen een soort lied zonder woorden,

een weerklank op het edele lied der bladeren boven onze hoofden. Boven

hen een prachtige hemel, alsof welwillende geesten, voorzien van vurige

palmen, al het licht naar den kant van den korenschelf gedreven hadden

om langer den arbeid te verhelderen. En het spoor dier palmen is in het

azuur achtergebleven. Zie eens naar dat nederig kerkje, dat daar ter

halver hoogte hen overheerscht en hen bewaakt, tusschen de volle

lindeboomen en het grasveld van het kerkhof, dat hun zoo gemeenzaam is,

en dat het uitzicht heeft op den oceaan. Harmonisch bouwen ze daar hun

monument van leven onder de monumenten hunner dooden, die deze zelfde

dingen deden en nog in hun midden zijn.

Omvat dat alles met uwen blik: geen enkele trek daarin, die het te

bijzonder, te karakteristiek maakt, zooals 't geval zou zijn in

Engeland, Provence of Holland. 't Is de groote schilderij, algemeen

genoeg om symbolisch te kunnen wezen, van een natuurlijk en gelukkig

leven. Hier ziet ge dus de schoonheid en harmonie van het menschelijk

leven in zijn nuttige bezigheden. Zie dien man, die de paarden leidt,

zie 't gansche lichaam van dengeen, die de schoof aanreikt op zijn

hooivork, de vrouwen gebogen over 't graan en de spelende kinderen. Ze

hebben geen steen verlegd, geen schop aarde omgespit met het doel het

landschap schooner te maken; ze doen geen schrede, planten geen boom,

zaaien geen bloem, of 't moet noodig zijn. Dit gansche tafereel is

eenvoudig het onwillekeurig resultaat van de pogingen des menschen om in

de natuur een korten tijd te kunnen bestaan; en toch weten diegenen

onder ons, die er enkel aan denken, tafereelen van vrede, gratie of

diepen zin uit te denken of te scheppen, niets volmaakters te vinden, en

komen eenvoudig dit schilderen of beschrijven, wanneer ze ons schoonheid

of geluk willen afbeelden. Dit is de eerste schijn, die door sommigen de

waarheid wordt genoemd."

Het leven der bijen · 第 107 / 136 题