Wil dit nu zeggen, dat we ons maar zullen blijven houden aan de leugen,
aan een willekeurige en onreëele poëzie en dat we bij gebrek aan beter
daarin maar al onze vreugde moeten stellen? Wil dit zeggen, dat we in 't
voorbeeld, dat we bespraken,--op zichzelf is dat niets, maar we blijven
er bij stilstaan, omdat het als type kan dienen van duizend andere, en
van onze gansche houding tegenover verschillende soorten van
waarheden,--wil dit nu zeggen, dat we in dit voorbeeld de physiologische
verklaring maar moeten wegcijferen om enkel de aandoeningen vast te
houden en te smaken, in ons gewekt door deze parings-vlucht, die, wat er
dan ook de oorzaak van zij, niettemin een der schoonste lyrische daden
is van die belangelooze en onweerstaanbare macht, waaraan alle levende
wezens gehoorzamen, en die men liefde noemt? Niets ware kinderachtiger
en onmogelijker, dank zij de voortreffelijke neigingen van iederen geest
in onze dagen, die te goeder trouw is.
Dit kleine feit van de uitzetting van 't orgaan der mannelijke bij, wat
enkel kan plaats hebben ten gevolge van de zwelling der luchtbuizen,
wordt door ons natuurlijk aanvaard, daar het niet kan worden
weersproken. Maar indien we ons daarbij neerlegden, indien we in 't
geheel niet verder zagen, indien we daaruit afleidden, dat iedere
gedachte, die te ver of te hoog reikt, noodzakelijk verkeerd is, en dat
de waarheid altijd gelegen is in de materieele bijomstandigheden; indien
we niet, waar dan ook, in allerlei nog veel grooter onzekerheden dan
die, welke werd verdreven door onze kleine verklaring, b.v. in het
vreemde mysterie der kruis-bevruchting, in den duur der soort en van 't
leven, in het plan der natuur, indien we daarin niet zochten naar een
vervolg op die verklaring, naar een voortzetting der schoonheid en
grootheid in het onbekende, dan zouden we, durf ik bijna beweren, verder
van de waarheid ons leven leven dan zij die blindelings willen blijven
hangen aan de dichterlijke en fantastische uitlegging van dit wonderbaar
huwelijk. Klaarblijkelijk vergissen zij zich in den vorm of de nuance
der waarheid, doch veel meer dan degenen, die zich vleien haar geheel in
handen te hebben, leven zij onder den indruk daarvan en in haar
atmosfeer. Zij staan klaar om haar te ontvangen, de waarheid vindt bij
hen een veel gastvrijer dak, en zoo zij haar al niet zien, toch richten
zij hunne oogen naar de plaats der schoonheid en grootheid, waar het
heilzaam is te gelooven dat zij zich bevindt.
We kennen het doel der natuur niet, de waarheid, die in onze oogen alle
andere overheerscht. Maar ter wille van deze waarheid zelve, om onze
ziel warm te houden voor het nasporen daarvan, is het noodig, dat we
haar voor groot houden. En mochten we te eeniger tijd inzien, dat we een
verkeerden weg hebben ingeslagen, dat ze klein is en onsamenhangend, dan
zullen we juist tengevolge van de bezieling, die haar vermeende
grootheid ons had verleend, hare kleinheid ontdekken, en deze kleinheid
zal ons, wanneer ze zekerheid voor ons geworden is, leeren wat ons te
doen staat. In afwachting daarvan echter doen we niet te veel, wanneer
we, om haar op te sporen, al wat ons verstand en ons hart aan kracht en
moed bezitten, aan het werk zetten. En ook al zou het laatste woord van
dit alles nog zoo armzalig zijn, dan is het toch geen geringe zaak, dat
we de kleinheid en de ijdelheid van het doel der natuur in al hunne
naaktheid hebben ten toon gesteld.