IV.

De meeste wezens hebben een onbestemd gevoel, dat een zeer onbetrouwbaar

toeval, een soort van doorschijnend vlies, den dood scheidt van de

liefde, en dat de diepste gedachten der natuur verlangen, dat men

sterven zal op 't oogenblik waarop men leven wekt. Waarschijnlijk maakt

deze erfelijke vrees de liefde van zoo groot gewicht. Hier althans wordt

dit denkbeeld in zijn primitieven eenvoud tot werkelijkheid, dit

denkbeeld waarvan een herinnering blijft nazweven over den kus des

menschen. Zoodra de paring is voltrokken opent zich de buik van den dar,

het orgaan scheurt af en neemt de massa der ingewanden met zich mee, de

vleugels ontspannen zich en als had dit huwelijk hem met een

bliksemschicht gedood, draait het geledigde lichaam even rond en valt in

den afgrond.

Dezelfde gedachte, die straks in de parthenogenesis de toekomst van den

korf aan de buitengemeene vermenigvuldiging der darren ten offer bracht,

offert hier het mannetje aan de toekomst van den korf.

Deze gedachte zet ons altijd op nieuw in verbazing; hoe meer men haar

zoekt te doorgronden, des te minder zekerheid krijgt men, en Darwin

b.v., om dengene te noemen die van alle menschen er de meest

hartstochtelijke en methodische studie van heeft gemaakt, Darwin raakt

zonder het te willen bekennen bij iedere schrede meer van de wijs en

krabbelt achteruit tegenover het onverwachte en onvereenigbare. Zie hem

eens, als ge getuige wilt zijn van het vernederend en toch edel

schouwspel van het menschelijk genie, den strijd aanbindend tegen de

oneindige macht, zie hem eens in zijn pogingen om de vreemde,

ongelooflijke, geheimzinnige en onsamenhangende wetten van de

onvruchtbaarheid en de vruchtbaarheid der bastaardsoorten of die van de

variëteiten in de karakters der soorten of geslachten te ontwarren.

Nauwelijks heeft hij een regel geformuleerd of uitzonderingen zonder tal

dringen op hem aan, en al spoedig mag de aangevallen regel blij zijn als

hij een boekje vindt om zich in te verschuilen en onder den naam van

uitzondering zijn bestaan te kunnen rekken.

Dit komt doordat in de bastaardsoorten, in de variëteiten (vooral in de

gelijktijdige variëteiten, die men correlaties van groei noemt) in het

instinct, in de gevallen van vitale concurrentie, in de selectie, in de

geologische opvolging en de geographische verspreiding der bewerktuigde

wezens, in de wederkeerige verwantschap, evenals overal elders, de

gedachte der natuur uitvoerig en slordig, zuinig en kwistig, voorzichtig

en onoplettend, onstandvastig en onwankelbaar, druk en onbewegelijk, één

en ontelbaar, grootsch en popperig is uitgedrukt op hetzelfde oogenblik

en bij hetzelfde verschijnsel. Terwijl ze het onmetelijk en maagdelijk

veld van den eenvoud vóór zich had, bevolkt ze het met kleine

vergissingen, tegenstrijdige wetjes, kleine lastige vraagstukken, die in

het leven geen weg weten, even als blinde kudden. 't Is waar, zóó

gebeurt alles in onze oogen, waarin alleen die werkelijkheid weerkaatst

wordt, die zich aanpast aan onze bevatting en onze behoeften, en niets

geeft ons het recht te gelooven, dat de natuur hare verkeerde oorzaken

en gevolgen uit het oog verliest.

In ieder geval laat ze hun zelden toe al te ver te gaan en te naderen

tot gevaarlijke en onlogische gewesten. Ze beschikt over twee krachten,

die nimmer hun macht verliezen, en wanneer de verschijnselen zekere

grenzen overschrijden, dan geeft ze een wenk aan leven of dood, die dan

weer de orde komen herstellen en onverschillig den weg weer nieuw

afbakenen.

Het leven der bijen · 第 101 / 136 题