En toch zou 't ons moeielijk vallen niet op te merken, dat daden, die er
geheel en al uitzien als daden van voorzichtigheid en verstand, het
gelukkig toeval te voorschijn roepen of doen voortduren. Van waar gaan
zij uit? Van het voorwerp zelf of van de kracht, waaruit dit het leven
put? Ik zal niet zeggen: "dat komt er weinig op aan"; integendeel, er
zou ons enorm veel aan gelegen liggen, dat te weten. Maar in afwachting
van het antwoord op deze vraag, of het de bloem zelve is, die er met
alle krachten naar streeft het leven, dat de natuur in haar gelegd
heeft, te onderhouden en te volmaken, of dat de natuur haar best doet
dat deel van het leven, hetwelk de bloem heeft aangenomen, te
onderhouden en te verbeteren, of eindelijk dat het toeval ten slotte het
toeval regelt, pleiten talloos veel verschijnselen er voor te gelooven,
dat iets hetwelk aan onze hoogste gedachten beantwoordt, bij tijden te
voorschijn treedt uit een groot geheel, dat we moeten bewonderen zonder
te kunnen zeggen, waar het zich bevindt.
't Lijkt ons toe alsof er somtijds iets verkeerds uit dat groot geheel
te voorschijn komt. Maar al weten we ook al heel weinig, menigmaal
hebben we gelegenheid op te merken, dat dit verkeerde juist een daad van
voorzichtigheid is, die boven het bereik lag van onzen eersten blik.
Zelfs in het kleine kringetje, dat onze oogen omvatten, kunnen we de
ontdekking doen, dat zoo de natuur zich hier schijnt te vergissen, dit
gebeurt omdat ze het nuttig oordeelt ginds hare schijnbare nalatigheid
weer goed te maken. Ze heeft de drie bloemen, waarvan we spraken, in zoo
ongunstige omstandigheden geplaatst, dat ze zichzelven niet kunnen
bevruchten, doch dit is zoo omdat ze er voordeel in ziet, zonder dat wij
begrijpen waarom, deze drie bloemen door hunne buren te doen bevruchten;
en het genie, dat ze rechts in gebreke bleef te toonen, openbaart ze ter
linkerzijde door het vernuft harer slachtoffers te scherpen. De wegen en
omwegen van dezen genius blijven ons onverklaarbaar, doch zijn peil
blijft steeds hetzelfde. Het schijnt te dalen door een of andere
vergissing, als we aannemen dat eene vergissing mogelijk is, doch
onmiddellijk daarna stijgt het weer hooger in het orgaan, dat belast is
met het herstel der fout. Hoe wij ons ook wenden of keeren, het staat
hooger dan wij. Het is de cirkelvormige oceaan, de onmetelijke
watervlakte zonder laagste peil, waarop onze stoutste en
onafhankelijkste gedachten nooit iets anders zullen zijn dan willig
schuim. Heden noemen we het natuur, en morgen zullen we er misschien een
anderen, vreeselijker of zachter naam voor vinden. En ondertusschen
heerscht het gelijktijdig en gelijkmatig over leven en dood, en
verschaft aan die beide onverzoenlijken de prachtige of gemeenzame
wapenen, die zijn boezem bedreigen en sieren tevens.