XVIII.

Wat nu de vraag betreft of deze genius maatregelen neemt om te

onderhouden wat leeft en zich beweegt op zijne oppervlakte, of dat men

dezen zonderlingen cirkel moet afsluiten door het zeggen, dat wat zich

op zijne oppervlakte beweegt, maatregelen neemt tegen den genius zelf,

die het doet leven, dat blijven open vragen. We kunnen onmogelijk te

weten komen of eenige soort heeft voortbestaan ondanks de gevaarlijke

zorgen van dien hoogsten wil, onafhankelijk daarvan, of wel juist

daardoor.

Al wat we kunnen constateeren is, dat die of die soort bestaat, en dat

bij gevolg de natuur op dit punt gelijk heeft gekregen. Wie zal ons

echter zeggen hoevele andere, die wij niet gekend hebben, gevallen zijn

als slachtoffers, van haar verstand in zijn vergeetachtigheid of onrust?

Al wat we verder nog kunnen constateeren is, welke verrassende en

somtijds vijandelijke vormen het vreemde fluïdum, dat we leven noemen,

aanneemt, nu eens in absolute onbewustheid, dan weder in een soort van

bewustheid, het fluïdum dat ons bezielt zoo goed als al het overige, en

dat onze gedachten schept, die een oordeel daarover uitspreken en onze

onbeduidende stem, die haar best doet er over te praten.

Het leven der bijen · 第 95 / 136 题