XV.

Hebben wij het recht uit de gevaren der parthenogenesis het besluit te

trekken, dat de natuur niet altijd de rechte verhouding weet te treffen

tusschen middel en doel, dat hetgeen zij wil staande houden zijn behoud

somtijds te danken heeft aan andere voorzorgsmaatregelen, die ze genomen

heeft tegen deze voorzorgsmaatregelen zelf, en dikwijls ook aan

omstandigheden, die haar geheel vreemd zijn, en die ze niet heeft

voorzien? Maar kan ze voorzien, heeft ze de bedoeling iets staande te

houden? De natuur, zal men zeggen, is een woord, waarmee we het

onkenbare dekken, en slechts weinige beslissende feiten geven ons het

recht haar bedoeling of verstand toe te schrijven. Dat is waar. Hier

leggen we de hand op de hermetisch gesloten vaten, die onze opvatting

van het heelal kenmerken. Om er niet onveranderlijk datzelfde opschrift

_Onbekend_ op te plaatsen, dat ontmoedigt en het stilzwijgen oplegt,

snijden wij er, al naar vorm en grootte, de woorden in: "Natuur",

"Leven", "Dood", "Oneindigheid", "Selectie", "Geest der soort", en nog

vele andere, evenals zij die ons zijn voorgegaan, er de namen "God",

"Voorzienigheid", "Noodlot", "Belooning" aan hechtten. Dat is zoo, en

niets meer zoo men wil. Maar zoo het inwendige op deze wijze al duister

blijft, we hebben er althans dit mee gewonnen, dat we, nu de inschriften

minder dreigend zijn, die vaten durven naderen, ze aanraken en met

heilzame nieuwsgierigheid het oor daartegen te luisteren leggen.

Maar welken naam men er ook aan moge geven, dit is zeker, dat althans

één dezer vaten, het grootste, datgene dat als opschrift het woordje

"Natuur" draagt, een zeer reëele kracht inhoudt, de meest reëele van

alle en die op onzen aardbol een verbazend groote en wonderbaarlijke

hoeveelheid leven weet te onderhouden, door zóó vernuftige middelen, dat

men zonder overdrijving zeggen mag, dat ze alles overtreffen, wat het

genie der menschen weet tot stand te brengen. Zouden deze quantiteit en

deze qualiteit ook kunnen blijven bestaan door andere middelen?

Vergissen _wij_ ons als wij meenen voorzorgsmaatregelen te zien waar

misschien niets anders aanwezig is dan een gelukkig toeval, dat een

millioen ongelukkig toevallen overleeft?

Het leven der bijen · 第 92 / 136 题