VII.

Wanneer de jeugdige vorstin op deze wijze de wiegen heeft vernield of

hare mededingster gedood, wordt ze door het volk erkend, en om in

waarheid te regeeren en zich behandeld te zien evenals vroeger hare

moeder, blijft haar niets meer overig dan hare paringsvlucht te

volbrengen; want de bijen bemoeien zich weinig met haar en bewijzen haar

weinig eer zoolang ze nog onbevrucht is. Dikwijls echter is hare

geschiedenis minder eenvoudig, en slechts zelden weerstaan de werkbijen

hun verlangen een tweeden keer te zwermen.

In dit geval komt ze evenals in het eerste, en gedreven door hetzelfde

voornemen, naar de koninklijke cellen toe, doch in plaats van daar

onderworpen dienaressen te vinden, die haar aanmoedigen, stuit ze op een

sterke vijandelijke macht, die haar den weg verspert. Opgewonden, en

steeds aangedreven door haar idée fixe, wil ze zich met geweld een

doortocht banen of een anderen weg inslaan, doch overal ontmoet ze

schildwachten, die de slapende prinsessen bewaken. Ze wil doorzetten,

doet een nieuwen aanval, doch met steeds meer kracht stoot men haar

terug en mishandelt haar zelfs, tot ze eenigszins vaag begint te

begrijpen, dat die kleine werkbijen een wet vertegenwoordigen, waarvoor

de wet die haar aandrijft moet wijken.

Eindelijk verwijdert ze zich, en in haar nog niet gekoelde drift loopt

ze van raat tot raat onder het aanheffen van dien eigenaardigen

krijgszang of dreigende klacht, die iedere bijenhouder kent en die

gelijkt op den zilveren klank van een verwijderde trompet; dit geluid

van onmacht en verbittering is zóó krachtig, dat men het vooral 's

avonds, op drie of vier meter afstands door de dubbele wanden van den

korf heen hoort, al is die ook nog zoo goed gesloten.

Deze koninklijke kreet heeft een magischen invloed op de werkbijen. Hij

vervult hen met een soort van eerbiedigen schrik of verbijstering, en

wanneer de koningin hem doet weerklinken over de cellen waarvan men haar

verwijderd houdt, dan staan de wachten die haar omringen en lastig

vallen plotseling stil, buigen het hoofd, en wachten onbewegelijk, of

hij niet zal ophouden te weerklinken. Overigens meent men, dat juist

door de overmacht van dezen kreet, dien hij nabootst, de

Doodshoofd-vlinder in de korven kan komen om zich aan honing te goed te

doen, zonder dat de bijen er aan denken hem aan te vallen.

Twee of drie, en soms wel vijf dagen achtereen worden deze klaagtonen

der gesmade aldus gehoord, die de in bescherming genomen pretendenten

ten strijde oproepen. Ondertusschen komen deze tot ontwikkeling, willen

op hunne beurt het licht aanschouwen en beginnen de deksels hunner

cellen te doorknagen. Groote wanorde bedreigt de republiek. Doch toen de

genius van den korf zijn besluit nam, heeft hij alle gevolgen daarvan

overzien en de bewaaksters, die goed op de hoogte zijn, weten van uur

tot uur wat hun te doen staat om de onverhoedse stooten van het

gedwarsboomd instinkt te pareeren en twee vijandelijke krachten tot een

zelfde doel te doen samenwerken. Ze weten, dat de jonge koninginnen, die

naar het geboorte-uur verlangen, indien ze er in slaagden te ontsnappen,

in de handen hunner reeds onoverwinnelijke oudere zuster zouden vallen,

die ze een voor een zou vernietigen. Terwijl dus een der ingesperden van

binnen de poorten harer gevangenis afknaagt, bedekken zij die van buiten

met een nieuwe laag was, en de ongeduldige zet hardnekkig haar werk

voort zonder liet minste vermoeden, dat ze te doen heeft met een

betooverden hinderpaal, die uit de puinhoopen steeds nieuw verrijst.

Onderwijl hoort ze de uitdagende kreten van hare mededingster, en daar

ze haar bestemming en hare koninklijke plichten reeds kent nog vóór ze

een blik heeft kunnen werpen op het leven en weet wat een bijenkorf is,

beantwoordt ze die heldhaftig van uit hare gevangenis. Daar echter hare

kreten de wanden van een grafgewelf moeten doordringen, klinken ze

geheel anders, dof, hol, en de bijenhouder die 's avonds, wanneer op de

velden alle geluid verstomt en het zwijgen der sterren begint, de

wonderbare steden komt ondervragen, herkent en begrijpt de beteekenis

van deze samenspraak tusschen de ronddwalende maagd en de gevangenen.

Het leven der bijen · 第 85 / 136 题