De gangbare theorie, die bovendien door Buffon weer werd opgewarmd,
beweert, dat de bijen volstrekt geen plan hebben zeshoeken met
pyramidale basis te maken, dat ze eenvoudig ronde cellen in de was
willen graven, maar dat, daar hunne buurvrouwen, die aan de keerzijde
van de raat werken, tegelijkertijd aan het graven zijn met dezelfde
bedoelingen, de punten waar de cellen elkaar raken noodwendig een
zeshoekigen vorm aannemen. Datzelfde, voegt men er bij, is het geval met
de kristallen, met de schubben van sommige visschen, met zeepbellen,
enz.; datzelfde gebeurt ook in de volgende proef, die Buffon voorslaat.
"Vul", zegt hij, "een of ander pannetje met erwten of andere ronde
korrels en sluit het stevig dicht, nadat ge er zooveel water in hebt
gegoten, als de tusschenruimten tusschen de korrels kunnen bevatten;
laat dit water koken en al deze cylinders worden lichamen met zes
vlakken. De oorzaak hiervan, die van zuiver mechanischen aard is, is
duidelijk: ieder korreltje, dat een ronden vorm heeft, tracht bij het
zwellen eene zoo groot mogelijke plaats in te nemen in een gegeven
ruimte; noodzakelijk moeten ze dus alle door de wederkeerige drukking
zeshoekig worden. Ook iedere bij tracht een zoo ruim mogelijke plaats in
te nemen in een gegeven ruimte; zoo moeten dus eveneens, daar het
lichaam der bijen cylindrisch is, hunne cellen zeshoekig worden om
diezelfde reden, de wederzijdsche belemmeringen".