Natuurlijk geloof ik niet, dat de bijen deze ingewikkelde berekeningen
maken, maar evenmin geloof ik, dat het toeval of de loop der dingen deze
verrassende resultaten geeft. Voor de wespen b.v., die evenals de bijen
raten met zeshoekige cellen vervaardigen, was het probleem hetzelfde en
zij hebben dat op een veel minder vernuftige wijze opgelost. Hunne raten
hebben slechts ééne laag cellen en missen dien gemeenschappelijken
bodem, die tegelijk voor de twee tegenover elkander liggende lagen van
de raat der bijen dienst doet. Vandaar minder stevigheid, meer
onregelmatigheid en een verlies aan tijd, materiaal en plaats, dat men
op een vierde van het werk en een derde van de benoodigde ruimte kan
schatten. Zoo ook bouwen de Trigonen en de Meliponen, echte tamme bijen
doch op een lageren trap van beschaving staande, hunne voor de eitjes
bestemde cellen maar op één rij, en stutten hunne horizontaal en boven
elkander geplaatste raten door vormelooze en kostbare was-pilaren. Wat
hunne voor de provisie bestemde cellen betreft, dat zijn groote zakken,
die ordeloos naast elkaar staan, en daar waar ze elkaar zouden kunnen
snijden en bijgevolg de besparing aan materiaal en ruimte, waarvan de
bijen gebruik maken, in praktijk konden brengen, lasschen de Meliponen,
zonder op het denkbeeld van deze zuinigheid te komen, tusschen al die
ronde, cellen met vlakke wanden in. Vergelijkt men dan ook een hunner
nesten met de mathematische stad onzer honingbijen, dan meent men een
gehucht met primitieve hutjes te zien naast een onzer onberispelijk
regelmatige steden, welke het logisch, zij het dan ook niet zeer
bevallig, resultaat zijn van het genie van den mensch, die den strijd
tegen tijd, plaats en materie nog veel scherper heeft aangebonden dan
vroeger.