XIII.

't Is uiterst moeielijk de verschillende phases na te gaan van de

afscheiding en het gebruik van het was in een zwerm, die begint te

bouwen. Alles gebeurt midden in de massa, wier steeds dichter en dichter

wordende opeenhooping de temperatuur moet verschaffen, die bevorderlijk

is voor deze afscheiding, het voorrecht der jongste bijen. Huber, die ze

het eerst bestudeerd heeft met ongeloofelijk geduld en dikwijls ten

koste van ernstige gevaren, wijdt meer dan tweehonderd vijftig

interessante, maar uiterst verwarde bladzijden aan dit verschijnsel.

Daar ik geen technisch werk schrijf, zal ik, gebruik makende waar het

noodig is van hetgeen hij zoo goed heeft waargenomen, er mij toe bepalen

datgene mee te deelen, wat ieder, die een zwerm in een observatie-korf

heeft, zien kan.

Allereerst dan de bekentenis, dat men nog niet weet door welke chemische

bewerking de honing verandert in was in het nog zoo raadselachtig

lichaam van onze hangende bijen. Men kan alleen constateeren, dat na

verloop van achttien tot vierentwintig uren wachtens, in zulk een hooge

temperatuur, dat het is alsof er een vlam brandt onder in den korf,

witte en doorschijnende schubjes verschijnen in de opening van vier

kleine zakjes, die ter weerszijden aan het achterlijf van de bij liggen.

Wanneer de meesten van al diegenen, die den omgekeerden kegel vormen,

aldus hun lichaam zien belegd met ivoren plaatjes, ziet men er eensklaps

een, als bezield door een plotselinge ingeving, zich losmaken uit de

menigte, vlug over de lijdelijke massa heenklimmen tot aan den top van

den koepel, waar ze zich stevig vasthoudt, telkens met haar kopje de

buren wegduwend, die haar hinderen in hare bewegingen. Dan pakt ze met

haar pooten en haar mond een der acht schubjes van haar achterlijf,

begint er aan te knagen, te schaven, te buigen, te kneden, vermengt het

met haar speeksel, vouwt het open en dicht, drukt het plat en vervormt

het weer met de handigheid van een schrijnwerker, die een of ander

paneel bewerkt. Als dan eindelijk de aldus geknede substantie naar haar

idee de vereischte afmetingen en dichtheid heeft verkregen, maakt ze die

vast tegen den top van den kegel en legt alzoo den eersten steen of

liever den sluitsteen van de nieuwe stad; want hier hebben we te doen

met een omgekeerde stad, die van den hemel neerdaalt en niet van den

aardbodem omhoog rijst zooals de steden der menschen.

Als dat gedaan is, legt ze tegen dezen sluitsteen, die daar in het ledig

hangt, andere brokjes was aan, die ze gaandeweg onder haar hoornen

ringen uit haalt; dan geeft ze aan 't geheel een laatsten lik, een

laatsten duw met de sprieten, en haastig als ze gekomen is, gaat ze weer

heen en verliest zich in de menigte.

Onmiddellijk wordt ze vervangen door een andere bij, die den arbeid

opvat op het punt waarin zij dien gelaten had, er den haren aan

toevoegt, vervormt wat niet geheel in overeenstemming lijkt met het

ideale plan van den stam en op hare beurt weer verdwijnt, terwijl een

derde, vierde, vijfde haar opvolgen; een gansche serie van plotselinge,

geïnspireerde verschijningen, die geen van allen het geheele werk

afmaken, maar allen hun steentje bijdragen tot den eenparigen arbeid.

Het leven der bijen · 第 65 / 136 题