Dit is de eerste pleisterplaats van den zwerm, die de "primaire zwerm"
wordt genoemd, aan welks spits zich nog altijd de oude koningin bevindt.
Gewoonlijk zet hij zich neer op een boom of struik in de onmiddellijke
nabijheid van den korf, want de koningin, die zich bezwaard voelt door
hare eieren en het daglicht niet weer heeft aanschouwd sedert hare
paring of sedert het zwermen van het vorig jaar, durft zich nog niet in
de ruimte te wagen en schijnt het gebruik harer vleugels verloren te
hebben.
De ymker wacht tot de massa een dichte klomp is geworden, en dan gaat
hij, met een grooten stroohoed op (want de kalmste bij trekt zonder feil
haren angel, wanneer ze in de haren verward raakt, waar ze meent in een
val gevangen te zijn) maar zonder masker en zonder sluier als hij eenige
ervaring heeft, en nadat hij zijne bloote armen tot aan den elleboog in
koud water heeft gedompeld, aan het overbrengen van den zwerm, door den
tak, die dezen draagt, flink te schudden boven een omgekeerden korf.
Zwaar valt de tros er in neer, als een rijpe vrucht. Of wel als de tak
te sterk is, schept hij met een lepel wat van den hoop af en verspreidt
die lepels vol levend goedje waar hij wil, precies alsof het koren was.
Hij heeft niets te vreezen van de bijen, die om hem heen gonzen en in
menigte zijn handen en gezicht bedekken. Hij luistert naar hun
vreugdezang, die in 't geheel niet lijkt op het lied van hunnen toorn.
Hij behoeft niet te duchten, dat de zwerm zich zal verdeelen, boos
worden of ontvluchten. Ik zeide het reeds, op dien dag zijn de
geheimzinnige arbeidsters bezield met een geest van feestelijkheid en
goed vertrouwen, die door niets wordt verstoord. Ze hebben zich
losgemaakt van de goederen, die zij te verdedigen hadden en kennen hun
vijanden niet meer. Ze zijn onschadelijk krachtens dat gevoel van geluk,
en ze zijn gelukkig zonder dat we weten waarom: ze vervullen de wet.
Alle wezens kennen zulke oogenblikken van blind geluk, die de natuur
voor hen heeft weggelegd, als ze haar doel wil bereiken. Laten we er
niet verbaasd over zijn, dat de bijen er zich door laten beet nemen; wij
zelven, die haar nu reeds zoo vele eeuwen waarnemen met behulp van
hersenen, welke veel volmaakter zijn dan de hunne, wij zijn er ook nog
dupe van en weten nog altijd niet of ze welwillend, onverschillig of
laaghartig wreed is.
De zwerm blijft waar de koningin is neergevallen, en al was ze alleen in
den korf gevallen, dan zouden toch alle bijen, zoodra ze hare
aanwezigheid opmerkten, zich in lange zwarte rijen naar de moederlijke
verblijfplaats begeven; terwijl de meesten daar haast mee maken, blijven
er een massa andere een oogenblik voor den ingang der onbekende poorten
staan en vormen daar in statige vreugde een kring, zooals zij gewoon
zijn bij alle blijde gebeurtenissen te doen. Zij "slaan den roffel"
zeggen de boeren. Onmiddellijk wordt het niet verwachte toevluchtsoord
aanvaard en in zijn minste schuilhoeken doorzocht; zijn plaats in den
bijenstand, zijn vorm en kleur worden verkend en in duizenden
voorzichtige en trouwe geheugentjes weggelegd. De kenmerkende punten van
de omgeving worden met zorg opgenomen, de nieuwe stad is gesticht en
hare plaats opgeteekend in den geest en het hart van al hare bewoners;
men hoort binnen hare muren den liefde-zang van de koninklijke presentie
weerklinken en de arbeid begint.