XXX.

Dit is de eerste pleisterplaats van den zwerm, die de "primaire zwerm"

wordt genoemd, aan welks spits zich nog altijd de oude koningin bevindt.

Gewoonlijk zet hij zich neer op een boom of struik in de onmiddellijke

nabijheid van den korf, want de koningin, die zich bezwaard voelt door

hare eieren en het daglicht niet weer heeft aanschouwd sedert hare

paring of sedert het zwermen van het vorig jaar, durft zich nog niet in

de ruimte te wagen en schijnt het gebruik harer vleugels verloren te

hebben.

De ymker wacht tot de massa een dichte klomp is geworden, en dan gaat

hij, met een grooten stroohoed op (want de kalmste bij trekt zonder feil

haren angel, wanneer ze in de haren verward raakt, waar ze meent in een

val gevangen te zijn) maar zonder masker en zonder sluier als hij eenige

ervaring heeft, en nadat hij zijne bloote armen tot aan den elleboog in

koud water heeft gedompeld, aan het overbrengen van den zwerm, door den

tak, die dezen draagt, flink te schudden boven een omgekeerden korf.

Zwaar valt de tros er in neer, als een rijpe vrucht. Of wel als de tak

te sterk is, schept hij met een lepel wat van den hoop af en verspreidt

die lepels vol levend goedje waar hij wil, precies alsof het koren was.

Hij heeft niets te vreezen van de bijen, die om hem heen gonzen en in

menigte zijn handen en gezicht bedekken. Hij luistert naar hun

vreugdezang, die in 't geheel niet lijkt op het lied van hunnen toorn.

Hij behoeft niet te duchten, dat de zwerm zich zal verdeelen, boos

worden of ontvluchten. Ik zeide het reeds, op dien dag zijn de

geheimzinnige arbeidsters bezield met een geest van feestelijkheid en

goed vertrouwen, die door niets wordt verstoord. Ze hebben zich

losgemaakt van de goederen, die zij te verdedigen hadden en kennen hun

vijanden niet meer. Ze zijn onschadelijk krachtens dat gevoel van geluk,

en ze zijn gelukkig zonder dat we weten waarom: ze vervullen de wet.

Alle wezens kennen zulke oogenblikken van blind geluk, die de natuur

voor hen heeft weggelegd, als ze haar doel wil bereiken. Laten we er

niet verbaasd over zijn, dat de bijen er zich door laten beet nemen; wij

zelven, die haar nu reeds zoo vele eeuwen waarnemen met behulp van

hersenen, welke veel volmaakter zijn dan de hunne, wij zijn er ook nog

dupe van en weten nog altijd niet of ze welwillend, onverschillig of

laaghartig wreed is.

De zwerm blijft waar de koningin is neergevallen, en al was ze alleen in

den korf gevallen, dan zouden toch alle bijen, zoodra ze hare

aanwezigheid opmerkten, zich in lange zwarte rijen naar de moederlijke

verblijfplaats begeven; terwijl de meesten daar haast mee maken, blijven

er een massa andere een oogenblik voor den ingang der onbekende poorten

staan en vormen daar in statige vreugde een kring, zooals zij gewoon

zijn bij alle blijde gebeurtenissen te doen. Zij "slaan den roffel"

zeggen de boeren. Onmiddellijk wordt het niet verwachte toevluchtsoord

aanvaard en in zijn minste schuilhoeken doorzocht; zijn plaats in den

bijenstand, zijn vorm en kleur worden verkend en in duizenden

voorzichtige en trouwe geheugentjes weggelegd. De kenmerkende punten van

de omgeving worden met zorg opgenomen, de nieuwe stad is gesticht en

hare plaats opgeteekend in den geest en het hart van al hare bewoners;

men hoort binnen hare muren den liefde-zang van de koninklijke presentie

weerklinken en de arbeid begint.

Het leven der bijen · 第 49 / 136 题