XXXI.

Indien de mensch hem niet opvangt, eindigt de geschiedenis van den zwerm

hier niet. Hij blijft aan den boom hangen tot aan de terugkomst der

werkbijen, die dienst doen als gevleugelde verkenners of

kwartiermeesters en die zich dadelijk bij het begin van het zwermen in

alle richtingen hebben verspreid om een woonplaats op te zoeken. Een

voor een komen ze terug en geven verslag van hunne zending, en daar het

ons onmogelijk is de gedachten der bijen te doorgronden, moeten we het

schouwspel, dat we bijwonen, wel op menschelijke wijze verklaren.

Waarschijnlijk dan luistert men aandachtig naar hun verslag.

Klaarblijkelijk hemelt de een een hollen boom op, een ander roemt de

voortreffelijkheid van een spleet in een ouden muur, een holte in een

grot of een verlaten kuil. 't Komt dikwijls voor, dat de vergadering tot

den volgenden morgen overweegt en besluiteloos blijft. Eindelijk echter

is de keuze gedaan en de overeenkomst gesloten. Op een gegeven

oogenblik raakt de heele tros in beweging, wriemelt dooreen, maakt zich

los van elkaar, verstrooit zich en de trillende wolk richt zich met een

onstuimige en ongestoorde vlucht, die ditmaal geen hinderpalen meer

kent, over heggen, korenvelden, vlasakkers, hooimijten, vijvers, dorpen

en rivieren heen, in rechte lijn naar een vast en altijd ver verwijderd

doel. Zelden kan de mensch hen bij dezen tweeden uittocht volgen. Ze

keeren terug tot de natuur en wij raken het spoor van hunne verdere

lotgevallen bijster.

Het leven der bijen · 第 50 / 136 题