Zooals men ziet, wordt alles aan deze toekomst ondergeschikt gemaakt met
een scherpheid van blik, een eenstemmigheid, een onbuigzaamheid, eene
vaardigheid in het verklaren der omstandigheden en het partij trekken
daarvan, die ons verbaasd doen staan, als men rekening houdt met al het
onverwachte, al het bovennatuurlijke, dat in den laatsten tijd door onze
inmenging onophoudelijk in hunne woningen binnendringt. Misschien zal
men zeggen, dat ze in het laatst aangehaalde geval al een heel slechte
verklaring geven van de onmacht hunner koningin hen te volgen. Zouden
wij veel meer doorzicht hebben, indien een geest van een andere orde,
die een lichaam tot zijn dispositie had zóó kolossaal, dat zijne
bewegingen bijna even ontastbaar zouden zijn als die van een
natuurverschijnsel, er behagen in schepte ons dergelijke strikken te
spannen? Hebben wij niet eenige duizenden jaren noodig gehad om een
eenigszins aannemelijke verklaring van den bliksem te vinden? Elk
intellekt is met langzaamheid geslagen als het komt buiten zijn altijd
beperkte sfeer, en zich geplaatst ziet tegenover gebeurtenissen, waartoe
het niet zelf den eersten stoot heeft gegeven. Bovendien is 't niet eens
zeker of de bijen, indien de proef met het traliewerk algemeen werd en
eenigen tijd aanhield, niet zouden eindigen met begrijpen en aan de
bezwaren zouden tegemoet komen. Ze hebben reeds vele andere
proefnemingen begrepen en er op de best mogelijke wijze partij van
getrokken, b.v. bij die van de "bewegelijke honingraten", of van de
"secties", waardoor men hen noodzaakt hunne provisie honing op te bergen
in symmetrisch op elkaar gestapelde doosjes; of ook bij de buitengewone
proef met de "kunstraten voorzien van cellen-indruk," waarbij de cellen
enkel zijn aangegeven door een dun omtrekje van was; dadelijk zien ze
het nut daarvan in en werken ze zorgvuldig uit, zoodat ze zonder verlies
van materiaal of arbeid, volmaakte celletjes daaruit vormen. Ontdekken
ze niet in al die omstandigheden, die zich niet voordoen onder den vorm
van een of anderen strik, gespannen door een soort van boosaardigen en
geslepen godheid, de beste en de eenige menschelijke oplossing? Om maar
eens een dergelijke natuurlijke maar gansch abnormale omstandigheid te
noemen: laat er een slak of een muis in den korf zijn gekomen en er ter
dood gebracht, wat doen ze dan om zich te ontdoen van het lijk, dat
weldra de atmosfeer zou vergiftigen? Als ze het onmogelijk kunnen
verwijderen of stuk maken, dan sluiten ze het methodisch en hermetisch
op in een echt graf van was en maagdenwas, dat een wonderlijken indruk
maakt te midden der gewone monumenten der stad. Verleden jaar vond ik in
een mijner bijenkorven drie zulke graven aaneen, onderling gescheiden op
de wijze der cellen van een honingraat door tusschenschotten, waardoor
zoo min mogelijk was verbruikt werd. De voorzichtige lijkbezorgsters
hadden ze gebouwd op de overblijfselen van drie kleine huisjesslakken,
die een kind binnen hun kolonie gebracht had. Als ze met huisjesslakken
te doen hebben, vergenoegen ze er zich gewoonlijk mee, de opening der
schelp met was te bedekken. Maar hier vonden ze het eenvoudiger, daar de
schelpen min of meer gebroken of gebarsten waren, ze in hun geheel te
begraven, en om het in- en uitgaan door de poort niet te belemmeren,
hadden ze in deze hinderlijke massa een zeker aantal galerijen weten te
maken, geheel van de juiste afmetingen niet voor hun lichaam maar voor
dat der darren, die ongeveer tweemaal dikker zijn dan zij. Geeft dit
feit, en ook het volgende, ons niet het recht te meenen, dat ze ook wel
eenmaal zouden weten te ontcijferen, wat de reden is waarom de koningin
hen niet kan volgen door de tralies? Ze hebben een zeer juisten blik
voor afmetingen en voor de ruimte, die eenig lichaam noodig heeft om
zich te bewegen. In de streken, waar de afschuwelijke doodshoofdvlinder
tiert, de _Acherontia Atropos_, maken ze aan den ingang van hun korf
wassen pilaartjes, waar de nachtelijke roover met zijn enorm achterlijf
niet tusschen door kan.