Wat nu de persoonlijke gehechtheid betreft waarover we spraken, en om
daarmede nu af te rekenen: al is de waarschijnlijkheid groot, dat ze
bestaat, even zeker is het dat ze kort is van geheugen. Indien ge na
verloop van eenigen tijd een verbannen koningin in haar waardigheid wilt
herstellen, dan zal ze op zulk eene wijze worden ontvangen door hare
verbitterde kinderen, dat ge u zult moeten haasten haar te ontrukken aan
de doodelijke inkerkering, de straf van onbekende koninginnen. De reden
daarvan is, dat ze tijd hebben gehad om een tiental verblijven van
werkbijen in koninklijke cellen te veranderen, en dat de toekomst van
het ras volstrekt geen gevaar meer loopt. Men ziet dus ook zeer dikwijls
de onderdanen eener maagdelijke koningin, wanneer deze de gevaarlijke
plechtigheid van de "paringsuitvlucht" volbrengt, dermate beangst haar
te verliezen, dat allen haar vergezellen op dezen tragischen en verren
onderzoekingstocht naar de liefde, wat ze nimmer doen indien men heeft
zorg gedragen hun een stukje raat met eenige cellen jong broedsel te
geven, waarin voor hen de hoop ligt opgesloten, nieuwe moeders te
kweeken. Die gehechtheid kan zelfs omslaan in woede en haat, indien
hunne vorstin niet al hare plichten vervult tegenover die soort
abstracte godheid, die wij de maatschappij der toekomst zouden noemen en
waarvoor zij veel meer schijnen te voelen dan wij. 't Is b.v.
voorgekomen, dat ymkers om verschillende redenen, de koningin beletten
zich bij den zwerm te voegen door haar tegen te houden met een
traliewerk, waardoor de fijne, lichte werkbijen heenvlogen zonder het te
bespeuren, maar waar de arme slavin der liefde, die aanmerkelijk
zwaarder en corpulenter is dan hare dochters, niet doorheen kon. Bij het
eerste uitvliegen kwamen de bijen, als ze bespeurden, dat ze hen niet
gevolgd had weer naar den korf terug en beknorden, schudden en
mishandelden op duidelijk zichtbare wijze de ongelukkige gevangene, die
ze zonder twijfel van luiheid beschuldigden of voor zwak van geest
hielden. Bij den tweeden uittocht, als haar onwil dus duidelijk bleek,
nam de toorn toe en werden de mishandelingen nog erger. En eindelijk na
den derden hielden ze haar voor onverbeterlijk trouweloos tegenover haar
bestemming en de toekomst van het ras, veroordeelden haar bijna altijd
en brachten haar ter dood in de koninklijke gevangenis.