XXVI.

Wat nu de persoonlijke gehechtheid betreft waarover we spraken, en om

daarmede nu af te rekenen: al is de waarschijnlijkheid groot, dat ze

bestaat, even zeker is het dat ze kort is van geheugen. Indien ge na

verloop van eenigen tijd een verbannen koningin in haar waardigheid wilt

herstellen, dan zal ze op zulk eene wijze worden ontvangen door hare

verbitterde kinderen, dat ge u zult moeten haasten haar te ontrukken aan

de doodelijke inkerkering, de straf van onbekende koninginnen. De reden

daarvan is, dat ze tijd hebben gehad om een tiental verblijven van

werkbijen in koninklijke cellen te veranderen, en dat de toekomst van

het ras volstrekt geen gevaar meer loopt. Men ziet dus ook zeer dikwijls

de onderdanen eener maagdelijke koningin, wanneer deze de gevaarlijke

plechtigheid van de "paringsuitvlucht" volbrengt, dermate beangst haar

te verliezen, dat allen haar vergezellen op dezen tragischen en verren

onderzoekingstocht naar de liefde, wat ze nimmer doen indien men heeft

zorg gedragen hun een stukje raat met eenige cellen jong broedsel te

geven, waarin voor hen de hoop ligt opgesloten, nieuwe moeders te

kweeken. Die gehechtheid kan zelfs omslaan in woede en haat, indien

hunne vorstin niet al hare plichten vervult tegenover die soort

abstracte godheid, die wij de maatschappij der toekomst zouden noemen en

waarvoor zij veel meer schijnen te voelen dan wij. 't Is b.v.

voorgekomen, dat ymkers om verschillende redenen, de koningin beletten

zich bij den zwerm te voegen door haar tegen te houden met een

traliewerk, waardoor de fijne, lichte werkbijen heenvlogen zonder het te

bespeuren, maar waar de arme slavin der liefde, die aanmerkelijk

zwaarder en corpulenter is dan hare dochters, niet doorheen kon. Bij het

eerste uitvliegen kwamen de bijen, als ze bespeurden, dat ze hen niet

gevolgd had weer naar den korf terug en beknorden, schudden en

mishandelden op duidelijk zichtbare wijze de ongelukkige gevangene, die

ze zonder twijfel van luiheid beschuldigden of voor zwak van geest

hielden. Bij den tweeden uittocht, als haar onwil dus duidelijk bleek,

nam de toorn toe en werden de mishandelingen nog erger. En eindelijk na

den derden hielden ze haar voor onverbeterlijk trouweloos tegenover haar

bestemming en de toekomst van het ras, veroordeelden haar bijna altijd

en brachten haar ter dood in de koninklijke gevangenis.

Het leven der bijen · 第 45 / 136 题