XXV.

Een gemakkelijke proefneming toont beter dan iets anders aan, dat de

bijen hunne koningin herkennen en een ware gehechtheid voor haar

koesteren. Neem de koningin weg uit een bijenkorf en weldra zult ge alle

verschijnselen van angst en verslagenheid kunnen waarnemen, die ik in

een vorig hoofdstuk beschreven heb. Breng na enkele uren dezelfde

koningin terug en al hare dochters zullen haar tegemoet komen en haar

honing aanbieden. Eenige stellen zich langs haar weg op in rijen,

anderen vormen met het hoofd naar beneden en het onderlijf in de hoogte

groote, onbeweeglijke, maar klankgevende half-cirkels rondom haar, aldus

ongetwijfeld den vreugdezang over hare wederkomst zingend en door deze

plechtigheid hun eerbied of hun overgroot geluk te kennen gevend.

Meent echter niet hen te kunnen bedriegen door voor de wettige koningin

een vreemde moeder in de plaats te geven. Nauwelijks heeft ze eenige

schreden in den korf gedaan of de verontwaardigde werkbijen komen van

alle kanten toestroomen. Onmiddellijk wordt ze gegrepen, ingewikkeld en

vastgehouden in die vreeselijke bewegelijke gevangenis, welker muren

door gestadige aflossing tot aan haar dood zullen blijven bestaan, want

in dit bijzonder geval zal ze maar zelden er levend uitkomen.

Daarom blijft een der grootste moeielijkheden van de bijenteelt het

inbrengen en vervangen der koninginnen. 't Is merkwaardig om te zien tot

hoeveel diplomatie en ingewikkelde listen de mensch zijn toevlucht moet

nemen om zijn wensch door te zetten en deze kleine insecten met al hun

doorzicht maar ook onveranderlijk goed vertrouwen, om den tuin te

leiden, die met een aandoenlijken moed de meest onverwachte

gebeurtenissen aanvaarden, en er klaarblijkelijk enkel een nieuwe maar

onontkoombare gril van de natuur in zien.

In 't kort, bij al deze diplomatie en de wanhopige wanorde, die deze

gewaagde listen meestal met zich brengen, rekent de mensch bijna

empirisch op den bewonderenswaardigen praktischen zin der bijen, op den

onuitputtelijken schat hunner wonderbare wetten en gewoonten, op hun zin

voor orde, vrede en het openbaar welzijn, op hun trouw aan de toekomst,

op de belangeloosheid en degelijkheid van hun karakter en vooral op hun

volhardende plichtsbetrachting, die door niets schijnt te worden

uitgeput. Maar de nadere bijzonderheden van dit optreden behooren bij

een verhandeling over de eigenlijke gezegde bijenteelt en zouden ons

hier te ver voeren [1].

[1] Gewoonlijk brengt men de koningin in een korf door haar op te

sluiten in een kooi van ijzerdraad, die men tusschen twee raten ophangt.

De kooi is voorzien van een deur van was en honing, die door de

werkbijen wordt opgegeten als hun toorn voorbij is, waardoor ze de

gevangene bevrijden, die dikwijls zonder onwil wordt ontvangen. De heer

S. Simmins, direkteur van het groote bijenpark te Rottingdeau, heeft

onlangs een andere, hoogst eenvoudige manier uitgevonden, welke bijna

altijd slaagt en reeds ingang vindt bij alle ymkers, die waarlijk

belangstellen in hun vak. De groote moeielijkheid bij het invoeren is

gewoonlijk de houding der koningin. Ze is haar hoofd kwijt, wil vluchten

of zich verbergen, gedraagt zich als een indringster, en wekt daardoor

vermoedens, die al spoedig door het onderzoek der werkbijen bevestigd

worden. De heer Simmins houdt eerst de bewuste koningin geheel

afgezonderd en laat haar een half uur vasten. Vervolgens licht hij een

hoekje van de binnen-bedekking van den verweesden korf op en zet de

koningin boven op een der raten. Na haar voorafgaand isolement, dat ze

heel akelig heeft gevonden, is ze blij weer onder bijen te zijn, en

uitgehongerd zijnde, neemt ze gretig de spijzen aan, die men haar

aanbiedt. Door deze kalmte om den tuin geleid, doen de werkbijen geen

onderzoek en houden het er waarschijnlijk voor, dat hun koningin is

teruggekomen, die ze met vreugde weer opnemen. Uit deze ervaring schijnt

op te maken, dat zij, in strijd met de meening van Huber en alle

waarnemers, hunne koningin niet herkennen.--Hoe dit ook zij, de beide

evenzeer aannemelijke verklaringen toonen weer eens te meer--hoewel de

waarheid misschien gelegen is in een derde ons nog niet bekende

verklaring--hoe ingewikkeld en hoe duister de psychologie der bijen nog

is. En uit deze, zoowel als uit alle andere levensvragen, is maar ééne

conclusie te trekken, en wel deze, dat in afwachting van beter,

nieuwsgierigheid ons moet blijven bezielen.

Het leven der bijen · 第 44 / 136 题