Een gemakkelijke proefneming toont beter dan iets anders aan, dat de
bijen hunne koningin herkennen en een ware gehechtheid voor haar
koesteren. Neem de koningin weg uit een bijenkorf en weldra zult ge alle
verschijnselen van angst en verslagenheid kunnen waarnemen, die ik in
een vorig hoofdstuk beschreven heb. Breng na enkele uren dezelfde
koningin terug en al hare dochters zullen haar tegemoet komen en haar
honing aanbieden. Eenige stellen zich langs haar weg op in rijen,
anderen vormen met het hoofd naar beneden en het onderlijf in de hoogte
groote, onbeweeglijke, maar klankgevende half-cirkels rondom haar, aldus
ongetwijfeld den vreugdezang over hare wederkomst zingend en door deze
plechtigheid hun eerbied of hun overgroot geluk te kennen gevend.
Meent echter niet hen te kunnen bedriegen door voor de wettige koningin
een vreemde moeder in de plaats te geven. Nauwelijks heeft ze eenige
schreden in den korf gedaan of de verontwaardigde werkbijen komen van
alle kanten toestroomen. Onmiddellijk wordt ze gegrepen, ingewikkeld en
vastgehouden in die vreeselijke bewegelijke gevangenis, welker muren
door gestadige aflossing tot aan haar dood zullen blijven bestaan, want
in dit bijzonder geval zal ze maar zelden er levend uitkomen.
Daarom blijft een der grootste moeielijkheden van de bijenteelt het
inbrengen en vervangen der koninginnen. 't Is merkwaardig om te zien tot
hoeveel diplomatie en ingewikkelde listen de mensch zijn toevlucht moet
nemen om zijn wensch door te zetten en deze kleine insecten met al hun
doorzicht maar ook onveranderlijk goed vertrouwen, om den tuin te
leiden, die met een aandoenlijken moed de meest onverwachte
gebeurtenissen aanvaarden, en er klaarblijkelijk enkel een nieuwe maar
onontkoombare gril van de natuur in zien.
In 't kort, bij al deze diplomatie en de wanhopige wanorde, die deze
gewaagde listen meestal met zich brengen, rekent de mensch bijna
empirisch op den bewonderenswaardigen praktischen zin der bijen, op den
onuitputtelijken schat hunner wonderbare wetten en gewoonten, op hun zin
voor orde, vrede en het openbaar welzijn, op hun trouw aan de toekomst,
op de belangeloosheid en degelijkheid van hun karakter en vooral op hun
volhardende plichtsbetrachting, die door niets schijnt te worden
uitgeput. Maar de nadere bijzonderheden van dit optreden behooren bij
een verhandeling over de eigenlijke gezegde bijenteelt en zouden ons
hier te ver voeren [1].
[1] Gewoonlijk brengt men de koningin in een korf door haar op te
sluiten in een kooi van ijzerdraad, die men tusschen twee raten ophangt.
De kooi is voorzien van een deur van was en honing, die door de
werkbijen wordt opgegeten als hun toorn voorbij is, waardoor ze de
gevangene bevrijden, die dikwijls zonder onwil wordt ontvangen. De heer
S. Simmins, direkteur van het groote bijenpark te Rottingdeau, heeft
onlangs een andere, hoogst eenvoudige manier uitgevonden, welke bijna
altijd slaagt en reeds ingang vindt bij alle ymkers, die waarlijk
belangstellen in hun vak. De groote moeielijkheid bij het invoeren is
gewoonlijk de houding der koningin. Ze is haar hoofd kwijt, wil vluchten
of zich verbergen, gedraagt zich als een indringster, en wekt daardoor
vermoedens, die al spoedig door het onderzoek der werkbijen bevestigd
worden. De heer Simmins houdt eerst de bewuste koningin geheel
afgezonderd en laat haar een half uur vasten. Vervolgens licht hij een
hoekje van de binnen-bedekking van den verweesden korf op en zet de
koningin boven op een der raten. Na haar voorafgaand isolement, dat ze
heel akelig heeft gevonden, is ze blij weer onder bijen te zijn, en
uitgehongerd zijnde, neemt ze gretig de spijzen aan, die men haar
aanbiedt. Door deze kalmte om den tuin geleid, doen de werkbijen geen
onderzoek en houden het er waarschijnlijk voor, dat hun koningin is
teruggekomen, die ze met vreugde weer opnemen. Uit deze ervaring schijnt
op te maken, dat zij, in strijd met de meening van Huber en alle
waarnemers, hunne koningin niet herkennen.--Hoe dit ook zij, de beide
evenzeer aannemelijke verklaringen toonen weer eens te meer--hoewel de
waarheid misschien gelegen is in een derde ons nog niet bekende
verklaring--hoe ingewikkeld en hoe duister de psychologie der bijen nog
is. En uit deze, zoowel als uit alle andere levensvragen, is maar ééne
conclusie te trekken, en wel deze, dat in afwachting van beter,
nieuwsgierigheid ons moet blijven bezielen.