XXIV.

Wij echter verstoren ieder oogenblik de natuurwetten, die in hunne oogen

onwrikbaar vast moeten staan. Wij brengen hen dagelijks in denzelfden

toestand, waarin wij ons zouden bevinden, indien iemand plotseling

rondom ons de wetten van de zwaartekracht, de ruimte, het licht of den

dood ophief. Wat zullen ze nu doen als men door geweld of list een

tweede koningin binnen de stad brengt? In den natuurstaat is dit geval,

dank zij de wachteressen van den ingang, misschien nooit voorgekomen,

zoolang ze deze wereld bewonen. Ze raken hun hoofd niet kwijt en weten

bij zulk een wonderbaar samentreffen zoo goed mogelijk twee principes,

die zij als goddelijke instellingen schijnen te eerbiedigen, met elkaar

te verbinden. Het eerste is dit, dat er slechts ééne moeder mag zijn, en

men wijkt er nooit van af behalve in 't geval (en zeer uitsluitend in

dat geval) dat de heerschende koningin onvruchtbaar is. Het tweede is

nog merkwaardiger, maar al mag dit niet worden overtreden, men kan het

ten minste ontduiken, evenals de Joodsche wet. Het is het principe, dat

aan de persoon van iedere koningin, wie ze ook zijn moge, een soort van

onschendbaarheid verleent. 't Zou den bijen gemakkelijk vallen, de

indringster met hunne duizend vergiftige angels te doorboren; ze zou

onmiddellijk omkomen en ze hadden niets te doen dan haar lijk buiten den

korf te sleepen. Maar al hebben ze hun angel altijd gereed, al gebruiken

ze dien ieder oogenblik in hun onderlingen strijd, om de darren en

parasieten ter dood te brengen, _nooit steken ze een koningin_, evenmin

als een koningin ooit een mensch, een dier of een gewone bij steekt; en

haar koninklijk wapen, dat in plaats van recht te zijn, den gebogen vorm

heeft van een krommen sabel, wordt enkel door haar uit de scheede

getrokken als ze strijdt tegen haars gelijke, dat wil zeggen tegen een

andere koningin.

Daar nu blijkbaar geen enkele bij de afschuwelijke daad van een

regelrechten en bloedigen koningsmoord op zich wil nemen, trachten ze in

die omstandigheden wanneer het voor de goede orde en den voorspoed der

republiek noodzakelijk is een koningin te doen omkomen, aan dien dood

den schijn te geven van een natuurlijken dood; ze verdeelen de misdaad

tot in het oneindige onder elkaar, zoodat ze anoniem wordt.

"Ze pakken dan de vreemde koningin in" om den technischen term der

ymkers te gebruiken, wat beduidt, dat ze haar totaal omwikkelen met

hunne ontelbare, samengestrengelde lichamen. Aldus vormen ze een soort

van levende gevangenis, waarin de gevangene zich niet meer kan bewegen,

en zoo noodig houden ze dat vier en twintig uur vol, totdat ze sterft

van honger of stikt.

Verschijnt in zulke oogenblikken de wettige koningin en schijnt ze, een

mededingster bespeurende, geneigd haar aan te vallen, dan openen zich de

bewegelijke muren der gevangenis onmiddellijk voor haar. De bijen vormen

een kring rondom de beide vijandinnen, en zonder er aan deel te nemen

wonen ze als oplettende maar onpartijdige toeschouwsters den

zonderlingen strijd bij; want enkel eene moeder mag haren angel richten

tegen eene moeder, alleen zij die meer dan een millioen levens in zich

bevat, schijnt het recht te hebben door een enkelen steek duizend dooden

te maken.

Maar indien het vijandelijk treffen langen tijd zonder gevolg blijft,

indien de beide kromme angels langs de zware harnassen afglijden zonder

iets uit te richten, dan wordt die koningin, die aanstalten maakt te

ontvluchten, de wettige zoo goed als de vreemde, beet gepakt,

tegengehouden en omgeven door de trillende gevangenis tot ze weer

neiging toont den strijd te hervatten. 't Is niet meer dan billijk er

bij te voegen, dat men bij de talrijke ervaringen te dezen opzichte

opgedaan, bijna altijd de wettige koningin heeft zien overwinnen, 't zij

deze doordat ze zich thuis voelt en te midden der haren, meer moed en

kamplust bezit dan de andere, 't zij de bijen, zoo ze al onpartijdig

zijn bij den aanvang van den strijd, het niet geheel en al zijn in de

wijze van inkerkering der beide mededingsters; want hunne moeder schijnt

daar weinig onder te lijden te hebben, terwijl de vreemde er zichtbaar

gekneusd en afgemat uit te voorschijn komt.

Het leven der bijen · 第 43 / 136 题