Hoe dit ook zij en om te blijven staan bij onze gissing, die althans dit
vóór heeft, dat ze in onzen geest zekere handelingen verbindt, die in de
werkelijkheid klaarblijkelijk verbonden zijn, veel meer dan de koningin
zelve beminnen ze in hunne koningin de oneindige toekomst van hun
geslacht. De bijen zijn volstrekt niet sentimenteel en wanneer een der
hunnen zóó ernstig gekwetst van den arbeid terugkomt, dat ze niet meer
van dienst kan zijn, dan wordt ze meedoogenloos verstoten. Toch kan men
niet zeggen, dat ze niet een soort van persoonlijke gehechtheid voor
hunne moeder kunnen koesteren. Ze herkennen haar altijd uit de anderen.
Zelfs wanneer ze oud is, verminkt en haveloos, zullen toch de
wachteressen nimmer een onbekende koningin, hoe jong, schoon en
vruchtbaar ze ook schijnen moge, veroorloven in den korf binnen te
dringen. Inderdaad is dit een der fundamenteele beginselen hunner
staatkunde en maakt men er slechts een heel enkelen keer inbreuk op, in
de tijden der groote honing-inzameling, ten gunste van een enkele
vreemde arbeidster, die rijk met levensmiddelen beladen is.
Als ze volkomen onvruchtbaar geworden is, vervangen ze haar door het
aankweeken van een zeker aantal koninklijke prinsessen. Maar wat doen ze
met de oude vorstin? Precies weet men het niet: maar 't is bij ymkers
wel voorgekomen, dat ze op de honigraten van een bijenkorf een prachtige
koningin vonden in de vaag der jeugd, en binnen in, in een donker
hoekje, de oude "minnares" zooals ze in Normandië genoemd wordt, verlamd
en vermagerd. In dit geval schijnen ze haar tot het einde toe te moeten
beschermen tegen den haat van haar krachtige mededingster, die slechts
peinst op haar dood: want de koninginnen koesteren onderling een
onoverkomelijken haat, die maakt dat zoodra er zich twee onder het
zelfde dak bevinden, ze op elkander aanvallen. Gaarne zou men aannemen,
dat ze op deze wijze aan het oudje een soort van nederig en vreedzaam
toevluchtsoord bereiden, om er in een afgelegen gedeelte der stad hare
dagen te eindigen. Doch op nieuw staan we hier voor een dier duizenden
raadsels van het wassen koninkrijk, en op nieuw biedt zich ons de
gelegenheid te constateeren, dat de staatkunde en de gewoonten der bijen
volstrekt niet bekrompen en fatalistisch zijn, en dat ze veel
ingewikkelder beweegredenen hebben dan die welke wij meenen te kennen.