XXIII.

Hoe dit ook zij en om te blijven staan bij onze gissing, die althans dit

vóór heeft, dat ze in onzen geest zekere handelingen verbindt, die in de

werkelijkheid klaarblijkelijk verbonden zijn, veel meer dan de koningin

zelve beminnen ze in hunne koningin de oneindige toekomst van hun

geslacht. De bijen zijn volstrekt niet sentimenteel en wanneer een der

hunnen zóó ernstig gekwetst van den arbeid terugkomt, dat ze niet meer

van dienst kan zijn, dan wordt ze meedoogenloos verstoten. Toch kan men

niet zeggen, dat ze niet een soort van persoonlijke gehechtheid voor

hunne moeder kunnen koesteren. Ze herkennen haar altijd uit de anderen.

Zelfs wanneer ze oud is, verminkt en haveloos, zullen toch de

wachteressen nimmer een onbekende koningin, hoe jong, schoon en

vruchtbaar ze ook schijnen moge, veroorloven in den korf binnen te

dringen. Inderdaad is dit een der fundamenteele beginselen hunner

staatkunde en maakt men er slechts een heel enkelen keer inbreuk op, in

de tijden der groote honing-inzameling, ten gunste van een enkele

vreemde arbeidster, die rijk met levensmiddelen beladen is.

Als ze volkomen onvruchtbaar geworden is, vervangen ze haar door het

aankweeken van een zeker aantal koninklijke prinsessen. Maar wat doen ze

met de oude vorstin? Precies weet men het niet: maar 't is bij ymkers

wel voorgekomen, dat ze op de honigraten van een bijenkorf een prachtige

koningin vonden in de vaag der jeugd, en binnen in, in een donker

hoekje, de oude "minnares" zooals ze in Normandië genoemd wordt, verlamd

en vermagerd. In dit geval schijnen ze haar tot het einde toe te moeten

beschermen tegen den haat van haar krachtige mededingster, die slechts

peinst op haar dood: want de koninginnen koesteren onderling een

onoverkomelijken haat, die maakt dat zoodra er zich twee onder het

zelfde dak bevinden, ze op elkander aanvallen. Gaarne zou men aannemen,

dat ze op deze wijze aan het oudje een soort van nederig en vreedzaam

toevluchtsoord bereiden, om er in een afgelegen gedeelte der stad hare

dagen te eindigen. Doch op nieuw staan we hier voor een dier duizenden

raadsels van het wassen koninkrijk, en op nieuw biedt zich ons de

gelegenheid te constateeren, dat de staatkunde en de gewoonten der bijen

volstrekt niet bekrompen en fatalistisch zijn, en dat ze veel

ingewikkelder beweegredenen hebben dan die welke wij meenen te kennen.

Het leven der bijen · 第 42 / 136 题