XX.

Toen de mensch eenmaal deze hechte aanhankelijkheid had opgemerkt, wist

hij partij te trekken van den politieken zin, de arbeidzaamheid, de

volharding, de grootmoedigheid, den hartstocht voor de toekomst, die er

uit voortvloeien of in liggen opgesloten. Dank zij deze aanhankelijkheid

is hij er sedert eenige jaren in geslaagd tot op zekere hoogte en zonder

dat zij er iets van vermoeden, deze woeste amazones te temmen, want zij

geven zich aan geen enkele vreemde macht gevangen en in hunne onbewuste

afhankelijkheid, schikken zij zich toch enkel naar hunne eigene,

dienstbaar gemaakte wetten. Hij mag gelooven, dat hij met de koningin de

ziel en het lot van den ganschen bijenkorf in handen heeft.

Al naar het gebruik dat hij van haar maakt, van het spel, dat hij met

haar speelt om zoo te zeggen, hitst hij aan en vermenigvuldigt, belet

het zwermen of beperkt het, vereenigt of verdeelt de kolonies en heeft

de leiding over den uittocht. Doch dit neemt niet weg, dat de koningin

in den grond der zaak niets is dan een levend zinnebeeld, hetwelk even

als alle symbolen een minder zichtbaar en grootscher principe

vertegenwoordigt, waarmede de ymker heeft rekening te houden, wil hij

zich niet blootstellen aan meer dan eene teleurstelling. Trouwens de

bijen zelf bedriegen er zich niet in, en verliezen door deze zichtbare

en vergankelijke koningin heen, hunne eigenlijke onstoffelijke en

onvergankelijke souvereine, hun idée fixe, niet uit het oog. Laat dit

denkbeeld bewust zijn of onbewust, dat doet er niet toe, zoolang we niet

meer in 't bijzonder óf de bijen willen bewonderen die het koesteren, óf

de natuur, die het in hen heeft gelegd. Waar het zich ook moge bevinden,

in deze kleine, teedere lichaampjes of in het groote onkenbare lichaam,

het is al onze opmerkzaamheid waardig; en in 't voorbijgaan gezegd, we

zouden als we onze bewondering niet altijd afhankelijk maakten van

allerlei bijkomstige omstandigheden van plaats of oorsprong, niet zoo

dikwijls de gelegenheid laten voorbijgaan om onze oogen wijd open te

zetten van verbazing, en niets is heilzamer dan ze aldus te openen.

Het leven der bijen · 第 39 / 136 题