Heden is alles anders. 't Is waar, een zeker aantal arbeidsters gaat,
alsof er niets in aantocht was, kalm naar de velden, komt weer terug en
begeeft zich naar de kamers van de broedplaats zonder te worden
aangestoken door de algemeene opwinding. Dat zijn degenen, die niet met
de koningin meegaan en in de oude woning blijven om die te bewaken en te
zorgen voor de verpleging en voeding van de negen à tienduizend eieren,
de achttienduizend larven, de zes en dertig duizend nymphen en de zeven
of acht prinsessen, die men in den steek laat. Ze zijn uitgekozen voor
deze zware taak, zonder dat men weet krachtens welke regelen, noch door
wien, noch hoe. Kalm en onwankelbaar volharden zij daarin, en hoewel ik
er verscheidene malen de proef van heb genomen door met een kleurrijk
poeder eenige dezer lijdelijke "asschepoestertjes" te bestrooien, die
men onder dit feestelijk troepje vrij gemakkelijk herkent aan hun
plechtigen en eenigszins zwaren gang, zeer zelden heb ik er een
aangetroffen onder de opgewonden menigte der zwermende bijen.